Nieuws

Vroeg engels leren: ervaringen van een basisschool met tweetalig primair onderwijs

Komend schooljaar mogen alle basisscholen tweetalig onderwijs aanbieden. Hedi Kwakkel schreef een proefschrift over tweetalig primair onderwijs (tpo) en is tpo-coördinator op de De Lanteerne in Nijmegen. Ze vertelt over de ervaringen op deze school.

Hedi Kwakkel geeft uitleg aan haar klas

De Lanteerne, een Jenaplanschool in Nijmegen, biedt regulier én tweetalig onderwijs aan (Nederlands en Engels). Iets meer dan een kwart van de kinderen krijgt hier tweetalig onderwijs, vanaf de kleuterklas.
Tweetalig primair onderwijs betekent dat basisscholen 30 tot 50% van de onderwijstijd in het Engels, Duits of Frans aanbieden met veel aandacht voor wereldburgerschap.

Toen Hedi Kwakkel in 2012 als LIO-stagiair (Leraar In Opleiding) van de Academische Pabo begon op de school, vroeg de toenmalige directeur of ze mee wilde werken aan de opzet van tweetalig onderwijs. “Hij had een visie en een droom om dit te ontwikkelen.”

Ze monitort de ontwikkeling van de leerlingen van de tweetalige afdeling. “Ik kijk samen met de leerkrachten of we de juiste dingen aan het doen zijn om de leerdoelen te halen.” Ook denkt ze mee als er een vraag is over de ontwikkeling van een kind.

Voordelen van tweetalig primair onderwijs

Vanaf schooljaar 2026-2027 mogen alle basisscholen tpo aanbieden. Tussen 2014 en 2023 deden 17 scholen, waaronder De Lanteerne, mee aan een pilot in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Uit de resultaten blijkt dat de kinderen op tpo-scholen minstens even goed scoren op de Nederlandse taalvaardigheid. Hun Engelse taalvaardigheid ligt beduidend hoger.

“De wetswijziging bleef spannend tot het einde,” zegt Kwakkel. Aanvankelijk was er veel weerstand. “Nu hoor ik vooral over de voordelen van meertaligheid. Dat het beter is voor het kinderbrein als je dit op een goede manier aanpakt.”

Jonge kinderen leren makkelijker vreemde talen, maar er is nog een reden om jong te beginnen, legt ze uit: “Je legt een stevige basis voordat ze praten in de klas spannend kunnen gaan vinden. De leerlingen uit de tweetalige klassen spreken Engels zonder erbij na te denken.”

Een dag per taal

Op de tweetalige afdeling van De Lanteerne werken leerkrachten die les geven in het Nederlands of in het Engels. “We werken met het principe one teacher one language.” Dit betekent dat elke groep twee tot maximaal drie dagen een Engelssprekende leerkracht voor de groep heeft staan. De andere dagen staat een Nederlandssprekende leerkracht voor de groep.

De hoeveelheid onderwijstijd in het Engels verschilt per leerjaar. Zo krijgen de kleuters de helft van de tijd in het Engels les en groep 3 tussen de 30 en 35%. In de bovenbouw, als de kinderen meer zelfstandig gaan lezen, gaat de hoeveelheid omhoog naar zo’n 40 à 45% van de onderwijstijd in het Engels per week.

Ondergesneeuwd?

Hoe kijkt Kwakkel aan tegen de stelling dat het Nederlands ondersneeuwt bij tpo? “Uit de resultaten van het pilotonderzoek blijkt dat dit niet het geval is, maar er is natuurlijk wel minder tijd voor het Nederlands,” reageert ze. In de afgelopen twaalf jaar waren er een paar leerlingen op haar school bij wie het tweetalige onderwijs niet goed paste. Deze leerlingen kregen extra Nederlandse les of stapten over naar een volledig Nederlandse groep.

Volledig Nederlandstalige groepen zullen blijven bestaan op De Lanteerne, denkt Kwakkel. “Veel ouders zeggen: tweetalig onderwijs had ik vroeger zelf wel gewild, maar er zijn ook ouders die hier bewust niet voor kiezen.”

Goede basis

Kwakkel deed zelf ook onderzoek naar tweetalig onderwijs, als promovendus aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In haar proefschrift beschrijft ze de factoren waardoor het Engels van leerlingen vooruitgaat.

Een goede basis blijkt heel belangrijk. Kinderen die in de kleuterklas goed klanken konden onderscheiden en ze vlot en goed konden onthouden – bijvoorbeeld het verschil tussen de b en p in bear en pear – bleken later beter in begrijpend lezen in het Engels. “In de bovenbouw kunnen we nu prima een project over Karel de Grote of de Romeinen in het Engels doen, want we hebben bij de kleuters al een basis opgebouwd,” zegt Kwakkel.
“In groep 7 lezen ze gewoon Harry Potter in het Engels en houden er een boekpresentatie over. Leerlingen spelen in een Engelstalige musical. Ze leiden buitenlandse gasten rond en geven in het Engels uitleg. Kinderen die jong een tweede taal leren, krijgen een gigantische voorsprong.”

Ook beginnen met tpo?

Scholen die ook met tweetalig onderwijs willen beginnen, adviseert Kwakkel om allereerst uit te zoeken of er een enthousiaste ouderpopulatie is. “Zorg vervolgens voor een enthousiast team. En daarna voor goede teamscholing,” zegt ze. “Houd er verder rekening mee dat de invoering veel tijd kost. Dus je moet tijd vrijmaken voor een tpo-coördinator of een groepje leerkrachten die materialen kunnen ontwikkelen, kunnen monitoren en coachen.”

Tpo moet aansluiten bij de identiteit van de school, het team en de rol die de school in de wijk vervult, heeft Kwakkel gemerkt. "Het is dus belangrijk dat een school hier bewust voor kiest." Wanneer een school dat doet, blijken de voordelen in de praktijk groot, ziet zij op haar eigen school.

Nog meer nieuws over internationalisering in onderwijs? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.