'Wereldburgerschap begint niet bij de ander, maar bij jezelf'
In aanloop naar zijn keynote op de conferentie 'Samen leren, klaar voor de wereld' vertelt journalist en schrijver Tahrim Ramdjan waarom zelfreflectie, diversiteit en ontmoeting onmisbaar zijn voor wereldburgerschap.
Wereldburgerschap klinkt al snel als iets groots: leerlingen andere culturen laten kennen, internationale contacten leggen en hen voorbereiden op een wereld die steeds meer met elkaar verbonden is. Volgens journalist en schrijver Tahrim Ramdjan begint het dichter bij huis, namelijk bij jezelf. Vanuit welk hokje kijk je naar de wereld? Juist daar ligt volgens Ramdjan een belangrijke opdracht voor het onderwijs.
Als keynote speaker op de Conferentie 'Samen leren, klaar voor de wereld' neemt Ramdjan je mee vanuit zijn boek Wat zullen de mensen zeggen? (2025) in een persoonlijk en scherp verhaal over kansengelijkheid en diversiteit. Hoe creëren we ruimte voor elke leerling om zich gezien en gehoord te voelen? En wat vraagt dat van ons als onderwijsprofessionals?
Zijn boek is een pleidooi om voorbij hokjes te kijken. Als geen ander weet Ramdjan hoe verschillende werelden elkaar kunnen kruisen. Hij groeide op in de Amsterdamse Bijlmer, bezocht het witte Sint Ignatiusgymnasium in Oud-Zuid en is als journalist, schrijver en homoseksuele man van kleur met een islamitische achtergrond vanuit verschillende perspectieven naar de wereld gaan kijken.
Kijk buiten je hokje
Niet gek dus dat hij groot voorstander is dat scholen hun leerlingen actief stimuleren om eens buiten hun eigen sociale en culturele omgeving te gaan kijken. Hoe verrijkend dat kan zijn, ervaarde hij toen hij als 16-jarige een bijbaan bij de Albert Heijn kreeg in het centrum van de stad, en daar collega’s met een vmbo- of mbo-achtergrond ontmoette.
“Dat veranderde wel mijn wereld. Ik vond dat erg leuk. We mogen in het onderwijs die uitwisseling tussen kinderen van verschillende achtergronden en opleidingsniveaus meer faciliteren.” En wereldburgerschap biedt daar, volgens Ramdjan, bij uitstek de mogelijkheid voor om stil te staan bij je eigen plek in de wereld.
Daarbij verwijst hij naar het intersectioneel denken in zijn boek, het idee dat iedereen vanuit verschillende kenmerken, ervaringen en omstandigheden bepaalde privileges of achterstellingen kan ervaren.
“Wat heb jij meegemaakt en waarom denk jij zoals jij denkt?” licht hij toe. “Ik hoef mij bijvoorbeeld geen zorgen te maken om ’s nachts naar huis te fietsen, waar een jonge vrouw dat misschien wel moet. Omgekeerd ben ik best vaak de enige in de ruimte die van kleur is. Wereldburgerschap helpt je bewust te zijn van je eigen plek en zo verbinding te kunnen leggen met anderen.”
Wereldburgerschap begint overigens volgens hem niet noodzakelijk bij een bezoek aan verre landen en andere culturen. “Misschien moet de fundamentele vraag eerst zijn: wat is de Nederlandse cultuur nu precies? Als je jezelf beter kent, kun je ook anderen beter, dieper en authentieker leren kennen.”
De wereld is al in de klas
De blik naar buiten, die wereldburgerschap biedt, is volgens Ramdjan nu extra belangrijk omdat jongeren via social media voortdurend in contact staan met de rest van de wereld. Via TikTok, Instagram en andere platforms reizen trends, nieuws en culturele uitingen razendsnel de wereld over, ook het klaslokaal in.
“Je ontkomt eigenlijk niet aan wereldburgerschap. We leven in een wereld zonder grenzen. Als je nu opgroeit, leer je de wereld kennen via je telefoon. Je komt in contact met mensen over de hele wereld en maakt kennis met andere culturen. Het gevaar zit erin hoe we omgaan met bijvoorbeeld AI-gegenereerde content en onwaarheden.”
Daar ligt volgens Ramdjan een belangrijke taak voor het onderwijs: niet alleen leerlingen kennis laten maken met de wereld, maar hen ook leren hoe ze informatie, verschillen en verschillende perspectieven kunnen beoordelen.
Neem jongeren serieus
De uitdaging voor scholen is om wereldburgerschap, inclusie en taalonderwijs concreet te maken in de onderwijspraktijk. Daarvoor geeft Ramdjan een belangrijk advies: luister naar je leerlingen.
Bij Het Parool is hij betrokken bij het Jong Parool Panel, waarin ongeveer vijftien middelbare scholieren gedurende een jaar regelmatig met de krant in gesprek gaan. “Als je hoort wat voor volwassen onderwerpen er allemaal spelen onder 13- tot 18-jarigen, hoe eloquent ze dat kunnen verwoorden en hoe ze erover nadenken, weet je hoe belangrijk het is om ze serieus te nemen.”
Ook onderwerpen die gevoelig zijn, moeten volgens hem in de klas bespreekbaar zijn. Bijvoorbeeld de invloed van de manosfeer op jongens. In plaats van alleen alarm te slaan, kunnen scholen ook ruimte bieden aan jongeren die vertellen hoe zij zich daarvan hebben losgemaakt.
“Er kunnen hele mooie gesprekken ontstaan door kinderen serieus te nemen en ze te beschouwen als volwaardige gesprekspartner. Laat je verrassen.”
Een goed gesprek moet je leren
Maar een veilige omgeving daarvoor in de klas ontstaat volgens Ramdjan niet vanzelf. Leerlingen moeten leren hoe ze een goed gesprek voeren, en docenten hebben daarbij een belangrijke rol. “Leer de juiste vragen te stellen en niet vanuit aannames te vertrekken.”
Ramdjan vindt dat bijna alles bespreekbaar moet kunnen zijn, ook vragen die persoonlijk of kwetsbaar zijn. Voorwaarde is wel dat gesprekken respectvol blijven: luisteren, niet schelden en niet beledigen. “Door daarin te investeren, denk ik dat je echt goede burgers opvoedt, leerlingen leren om niet bang te zijn voor verschil of wrijving en om kritisch en zelfstandig te denken.”
Ontmoetingen die je wereld veranderen
Dat heeft hij zelf ervaren in een bijzondere ontmoeting met een rabbijn. Na zijn verslaggeving voor Het Parool over de rellen rond Ajax-Maccabi Tel Aviv twee jaar geleden raakte hij in gesprek met rabbijn Hans Groenewoudt. Ondanks verschillende opvattingen over Israël ontstond er een bijzondere vriendschap. Ze zien elkaar nog elke maand. Een ontmoeting die echt zijn leven veranderde was met zijn voormalige docent levensbeschouwing, Peter. Peter vroeg hem als scholier om mee te helpen met een Paarse Vrijdag-commissie en bood hem ruimte om op zijn eigen moment voor de school uit de kast te komen.
Het zijn ervaringen die de kern van zijn boodschap vormen die hij zou willen meegeven aan leerlingen. “We lijken meer op elkaar dan we denken.” En dat zie je door eerst te ontdekken vanuit welk hokje je zelf naar de wereld kijkt, voordat je de ander leert kennen.
Hoe bereiden we leerlingen voor op een wereld die steeds internationaler, meertaliger en complexer wordt?
Tijdens de conferentie 'Samen leren, klaar voor de wereld' op woensdag 3 februari 2027, voor onderwijsprofessionals in het primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs, verkennen we hoe meertaligheid, wereldburgerschap, internationalisering en weerbaarheid samenkomen in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Bekijk het volledige programma en kies de sessies die bij jou passen.