Internationale studenten in Nederland 2026
Feiten, cijfers, knelpunten en voordelen
Op deze pagina vind je de belangrijkste feiten en cijfers over internationale studenten in Nederland, zoals totale aantallen, in- en uitstroom, stayrate (blijfkans) en informatie over instructietalen op hogescholen en universiteiten. Je kunt meer lezen over voordelen en knelpunten die internationale studenten in Nederland met zich meebrengen. Onderaan vind je ter verdieping verwijzingen naar relevante onderzoeken en publicaties en de bronvermeldingen.
Feiten en cijfers
Wat verstaan we onder internationale studenten?
Internationale studenten zijn studenten die niet over de Nederlandse nationaliteit beschikken en die geen Nederlandse vooropleiding hebben gedaan (CPB, 2019: 12). Dit betekent dat ‘homecoming studenten’ (Nederlandse studenten met een vooropleiding in het buitenland) niet meetellen.
Internationale diplomastudenten volgen hun gehele opleiding in Nederland. Internationale studenten die tijdelijk in Nederland verblijven voor een uitwisseling of stage in het kader van hun buitenlandse opleiding zijn niet meegenomen in onderstaande aantallen. In dit overzicht zijn mbo-studenten buiten beschouwing gelaten.
Verschil tussen EER- en niet-EER studenten
Studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER: alle EU-lidstaten plus Liechtenstein, Noorwegen, IJsland) betalen in Nederland het wettelijk collegegeldtarief (€ 2.684 voor 2026/27), waaraan de overheid financieel bijdraagt. EER-studenten komen in sommige gevallen in aanmerking voor studiefinanciering, bijvoorbeeld wanneer zij meer dan vijf jaar in Nederland wonen of meer dan 32 uur per maand werken (DUO, 2025). Studenten van buiten de EER betalen het hogere instellingstarief. Voor bachelorprogramma’s ligt het gemiddelde instellingstarief tussen €9.000 en €20.000 en voor masterprogramma’s tussen €12.000 en €30.000 (Study in NL, 2026). Studenten van buiten de EER hebben daarnaast meestal een verblijfsvergunning nodig, waarbij ze een beperkt aantal uren mogen werken (IND, 2025).
Totaal aantal
In het studiejaar 2025-26 volgden 129.764 internationale studenten een bachelor- of masteropleiding in het bekostigde (door de overheid gefinancierde) Nederlandse hoger onderwijs. Deze internationale diplomastudenten vormden 17% van de totale studentenpopulatie. Van alle studenten op universiteiten was 27% internationaal, tegenover 9% aan hogescholen. Van alle internationale studenten was 72% afkomstig uit de EER en 28% van buiten de EER.
Wat is een nieuwe inschrijving?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Universiteiten van Nederland (UNL), Vereniging Hogescholen (VH) en Nuffic hanteren verschillende definities voor nieuwe inschrijvingen. In Nuffic-publicaties beschouwen wij een student als nieuwe inschrijving als deze zich voor het eerst inschrijft binnen een bepaalde combinatie van opleidingsniveau (bachelor/master) en instellingstype (hbo/wo), bijvoorbeeld voor een hbo-bachelor of een wo-master.
In het studiejaar 2025-26 ontvingen bekostigde hogescholen en universiteiten 48.139 nieuwe internationale inschrijvingen voor een volledig bachelor- of masterprogramma. Uit deze groep kwam 69% (33.388) uit de EER en 31% (14.694) van buiten de EER. Van deze studenten ging 76% (36.660) naar het wetenschappelijk onderwijs (wo), waarvan 70% (25.687) uit de EER afkomstig was en 30% (10.947) van buiten de EER. In het hoger beroepsonderwijs (hbo) waren er 11.479 nieuwe internationale inschrijvingen, waarvan 67% (7.701) uit de EER en 33% (3.747) niet-EER. Voor bachelorprogramma's waren er in totaal 25.804 nieuwe internationale inschrijvingen (71% EER; 29% niet-EER), tegenover 22.335 voor masterprogramma’s (68% EER; 32% niet-EER) (1 cijfer HO (DUO)).
Tabel 1. Top 10 gemeenten op basis van aantal nieuwe internationale
inschrijvingen in 2025-26
| Gemeente | Aantal nieuwe inschrijvingen | EER | Niet-EER |
| Amsterdam | 9.935 | 64,0% | 36,0% |
| Maastricht | 5.737 | 88,9% | 11,1% |
| Rotterdam | 5.013 | 66,3% | 33,7% |
| Groningen | 3.835 | 75,3% | 24,7% |
| Eindhoven | 3.244 | 62,4% | 37,6% |
| Delft | 3.067 | 64,8% | 35,2% |
| Utrecht | 2.865 | 67,6% | 32,4% |
| 's-Gravenhage | 2.701 | 76,1% | 23,9% |
| Tilburg | 1.987 | 64,5% | 35,5% |
| Enschede | 1.863 | 63,2% | 36,8% |
Groei en trends in aantal internationale studenten
Wetenschappelijk onderwijs (wo)
Instroom
In het wetenschappelijk onderwijs nam het aantal nieuwe inschrijvingen van internationale diplomastudenten in het studiejaar 2025-26 met minder dan een half procent af. Er zijn dit jaar 110 minder inschrijvingen van internationale studenten ten opzichte van 2024-25. De instroom van Nederlandse studenten bleef stabiel.
Totale aantallen
In het studiejaar 2025-26 was het aandeel van internationale diplomastudenten in de totale studentenpopulatie 27%, hetzelfde als in het voorgaande jaar. Voor het eerst in jaren is het totale aantal internationale studenten gedaald met bijna 1%. Er zijn dit jaar 647 minder internationale studenten in het wetenschappelijk onderwijs vergeleken met 2024-25. Na jaren van afnemende groei is er nu voor het eerst een daling.
Hoger beroepsonderwijs (hbo)
Instroom
Ook in het hbo is het aantal nieuwe inschrijvingen van internationale diplomastudenten lager dan vorig jaar. In het studiejaar 2025-26 was er een afname van bijna 1% (70 minder nieuwe internationale studenten dan vorig jaar). De afname is kleiner dan in 2024-25. Toen was de afname 4%. In 2023-24 was er nog een groei van 3%. De instroom van Nederlandse hbo-studenten in het studiejaar 2025-26 is ook licht afgenomen met ongeveer een half procent 1% (573 minder nieuwe Nederlandse studenten).
Totale aantallen
In het studiejaar 2025-26 studeren er 514 meer internationale diplomastudenten aan het hbo vergeleken met vorig jaar. Het totale aantal internationale studenten in het hbo is met 1% gegroeid. Dit is minder groei dan in eerdere jaren. In 2024-25 was die groei 3% en in 2023-24 was de groei 4%. Dit studiejaar is 9% van alle studenten in het hbo internationaal, ongeveer hetzelfde als vorig studiejaar.
Uitwisselingsstudenten
Naast diplomastudenten zijn er ook internationale studenten die een deel van hun studie of een stage in Nederland doen. Er zijn geen volledige cijfers beschikbaar over de omvang van deze groep. Wel weten we dat er in het studiejaar 2024-25 16.621 inkomende studenten waren met een Erasmus+ beurs. Dat is iets meer dan in 2023-24, toen er 16.419 inkomende Erasmus+ studenten waren. Van de inkomende studenten in 2024-25 kwam het grootste deel (12.391; 75%) naar Nederland om te studeren; de overige 4.230 studenten (26%) deden een stage. De belangrijkste herkomstlanden van deze inkomende Erasmus+ studenten waren Spanje (2.493 studenten), Frankrijk (2.327) en Duitsland (2.155).
Ter vergelijking: in hetzelfde studiejaar (2024-25) gingen 18.785 Nederlandse studenten met een Erasmus+ beurs naar het buitenland. Van de uitgaande studenten gingen 13.913 (74%) naar het buitenland om te studeren en 4.872 (26%) voor een stage. De populairste bestemmingslanden waren Spanje (3.758 studenten), Italië (1.658) en Duitsland (1.498) (Europese Commissie, 2026).
Studiesucces internationale studenten
Van de internationale studenten die een wo-bacheloropleiding beginnen, heeft na vier jaar ruim twee derde (69%) een diploma behaald. Bij Nederlandse studenten ligt dit op 62%. In het hbo gaat het om 58% van de internationale studenten en 50% van de Nederlandse studenten (DUO, 2026). Vergeleken met Nederlandse studenten stoppen internationale studenten wel vaker al tijdens het eerste jaar al met hun wo-opleiding. Van de internationale eerstejaarsstudenten in het wo stopt 12% met hun studie, tegenover 3% van de Nederlandse eerstejaarsstudenten.
Anderstalige opleidingen
Wetenschappelijk onderwijs (wo)
De meerderheid van de universitaire bacheloropleidingen is volledig Nederlandstalig. Volgens de meest recente data werd in 2025-26 iets meer dan de helft (53%) van de 434 unieke bacheloropleidingen aan Nederlandse universiteiten in het Nederlands gegeven (UNL, 2026). Het aandeel Engelstalige opleidingen op bachelorniveau was 32%. De overige 15% werd zowel in het Engels als in het Nederlands gegeven. Op bachelorniveau gaven alleen de studierichtingen sectoroverstijgend en techniek het grootste deel van hun opleidingen in het Engels. De overige studierichtingen werden overwegend in het Nederlands gedoceerd (UNL, 2026).
De meest gebruikte voertaal op masterniveau is Engels. Van de 759 wo-masteropleidingen werd 71% uitsluitend in het Engels aangeboden, tegenover 20% uitsluitend in het Nederlands. Van alle wo-masterprogramma’s werd 9% in beide talen gegeven. Op masterniveau was het Engels de meest voorkomende instructietaal in alle studierichtingen, behalve bij de richtingen Rechten en Onderwijs. Masterprogramma’s in de studierichting Landbouw & natuurlijke omgeving waren exclusief in het Engels (UNL, 2026).
Hbo
De Vereniging Hogescholen rapporteerde in 2024 dat in het studiejaar 2023-24 92% van de bacheloropleidingen in het Nederlands wordt aangeboden en 80% uitsluitend in het Nederlands. Van de hbo-bachelors werd 8% uitsluitend aangeboden in een vreemde taal. Acht van de 36 hogescholen in Nederland boden in 2023-24 uitsluitend Nederlandstalige opleidingen aan (VH, 2024). Over de voertaal van hbo-masteropleidingen is geen data beschikbaar.
Nederlandse studenten in het buitenland
Het aantal studenten dat vanuit Nederland in het buitenland gaat studeren is veel kleiner dan het aantal internationale studenten dat naar Nederland komt, maar het groeit wel. Volgens de meest recente data van Unesco studeerden in het studiejaar 2022-23 18.922 Nederlandse studenten in het buitenland voor een volledige bachelor of master. Dit is 39% meer ten opzichte van 10 jaar eerder (13.646 in 2012-13; Nuffic, 2024a). Toch blijft het aandeel Nederlandse studenten dat in het buitenland hun diploma haalt relatief laag: circa 3% in 2022-23. Het EU-gemiddelde is 4% (Europese Commissie, 2025).
Knelpunten en voordelen
Verder lezen en bronvermelding
Meer lezen over de informatie in deze factsheet?
- In dit document vind je een actueel literatuuroverzicht: Verdieping en verder lezen;
- Een overzicht van alle gebruikte bronnen in de factsheet vind je in dit document: Bronvermelding.
Samenstellers
Clara Eggenhuizen
Onderzoeker
Celine Pronk
Onderzoeker
Saoradh Favier
Onderzoekscoördinator Mobiliteit