Er zijn 2 soorten hoger onderwijs in Nederland:

Er zijn aparte soorten hogeronderwijsinstellingen voor wo en hbo.

Wetenschappelijk onderwijs (wo)

Universiteiten bieden wetenschappelijk onderwijs (wo) aan. Dit onderwijs heeft als doel om studenten op te leiden als wetenschappers of voor een beroep waarbij ze wetenschappelijke kennis kunnen toepassen (bijvoorbeeld als tandarts of apotheker). De nadruk ligt op wetenschappelijk denken en het oplossen van wetenschappelijke vraagstukken.

In het wetenschappelijk onderwijs kunnen studenten de volgende graden behalen:

Bachelor (wo)

  • Duur: 3 jaar (180 ECTS).
  • Inhoud: voornamelijk (theoretisch) onderwijs in 1 studierichting of in een hoofd- en bijvak (major/minor-structuur), soms onderzoeksmethoden, vaak in het laatste jaar een (korte) scriptie.
  • Toelatingseisen: een vwo-diploma of een hbo-propedeuse (deze ontvangen studenten na afronding van het 1e jaar van hun hbo-opleiding). Soms zijn er extra toelatingseisen, bijvoorbeeld een bepaald profiel.
  • Functie van het diploma: toegang tot een wo-masteropleiding. Een bachelor (wo) geeft ook toegang tot een hbo-masteropleiding.
  • Diploma: Bachelor of Arts (BA), Bachelor of Science (BSc) of Bachelor of Laws (LLB).

Een bachelor heeft niveau 6 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Master (wo)

  • Duur:
    • 1 jaar (60 ECTS; meeste studierichtingen);
    • 2 jaar (120 ECTS; technische en natuurwetenschappelijke richtingen en research masters in verschillende richtingen);
    • 3 jaar (180 ECTS; geneeskunde, diergeneeskunde, apothekersopleiding en tandheelkunde).
  • Inhoud: specialisatie (bepaalde studierichting), onderzoeksmethoden en meestal een scriptie.
  • Toelatingseisen: een wetenschappelijke bachelor, soms met extra eisen.
  • Functie van het diploma: toegang tot een promotietraject (doctor/PhD of PDEng) of werk.
  • Diploma: Master of Arts (MA), Master of Science (MSc) of Master of Laws (LLM), Master of Business Administration (MBA).

Let op: in principe mogen afgestudeerden van masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs (wo) een van de traditionele Nederlandse titels gebruiken:

  • ingenieur (ir.) – na een afgeronde opleiding op het gebied van techniek, landbouw en natuurlijke omgeving;
  • meester (mr.) – na een afgeronde opleiding in rechtsgeleerdheid;
  • doctorandus (drs.)na een afgeronde opleiding in overige studierichtingen.

Meer informatie over het gebruik van titels staat op de website van de Rijksoverheid.

Een master heeft niveau 7 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

PDEng

De PDEng is een promotietraject dat alleen de 3 technische universiteiten aanbieden.

  • Duur: 2 jaar.
  • Inhoud: nadruk op (technologisch) ontwerpen; meer gericht op de praktijk en het bedrijfsleven/industrie dan de PhD-opleiding.
  • Toelatingseisen: meestal een wetenschappelijke master en extra eisen, bijvoorbeeld een motivatiebrief.
  • Diploma: de titel Professional Doctorate in Engineering (PDEng).

Een Professional Doctorate in Engineering (PDEng) heeft niveau 8 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Doctor/PhD

  • Duur: meestal 4 jaar (vaak zonder ECTS).
  • Inhoud: zelfstandig wetenschappelijk onderzoek, soms daarnaast een aantal vakken, en het schrijven van een proefschrift.
  • Toelatingseisen: meestal een wetenschappelijke master en extra eisen, bijvoorbeeld een motivatiebrief en een onderzoeksvoorstel.
  • Diploma: doctor (dr.) of PhD, na openbare verdediging van het proefschrift.

Een doctor/PhD heeft niveau 8 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Hoger beroepsonderwijs (hbo)

Het hoger beroepsonderwijs (hbo) is meer op de praktijk gericht dan het wetenschappelijk onderwijs (wo).

Studenten kunnen de volgende diploma’s halen aan hogescholen:

Associate degree

Een associate degree-opleiding is vaak praktischer dan een hbo-bacheloropleiding. Studenten worden meestal opgeleid voor een beroep waar vraag naar is. Hogescholen werken bijvoorbeeld samen met bedrijven of organisaties in de regio.

  • Duur: 2 jaar (120 ECTS).
  • Inhoud: theorie is gekoppeld aan de praktijk; studenten leren problemen in kaart te brengen en op te lossen tijdens praktijkopdrachten/stages bij bedrijven, gemeentes of organisaties.
  • Toelatingseisen: een havodiploma, een vwo-diploma of een mbo-diploma niveau 4. Soms zijn er extra eisen, bijvoorbeeld qua profiel en/of vaardigheden.
  • Functie van het diploma: werk of starten met een aansluitende hbo-bacheloropleiding. Vaak kunnen studenten die bacheloropleiding in een korte tijd (2 jaar) afronden.
  • Diploma: Associate Degree (AD).

Een Associate Degree heeft niveau 5 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Bachelor (hbo)

Hbo-bacheloropleidingen leiden studenten op voor een bepaald beroep.

  • Duur: 4 jaar (240 ECTS), soms 3 jaar (een versneld traject na een vwo-diploma, zie WHW-artikel 7.9a).
  • Inhoud: 1e jaar is het propedeusejaar, daarna start de hoofdfase met meer verdieping/specialisatie. 3e jaar: meestal een verplichte stage van ongeveer 9 maanden. 4e jaar: een scriptie of afstudeerproject.
  • Toelatingseisen: een havodiploma of mbo-diploma niveau 4, soms een vwo-diploma. Soms zijn er extra eisen, bijvoorbeeld qua profiel en/of vaardigheden.
  • Functie van het diploma: werk of toegang tot een hbo-masteropleiding.
  • Diploma: Bachelor, zoals Bachelor of Arts (BA), Bachelor of Science (BSc), Bachelor of Business Administration (BBA), Bachelor of Social Work (BSW) en Bachelor of Education (BEd).

Let op: in principe mogen afgestudeerden van bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs (hbo) 1 van de traditionele Nederlandse titels gebruiken:

  • ingenieur (ing.) – na een afgeronde opleiding op het gebied van techniek, landbouw en natuurlijke omgeving;
  • baccalaureus (bc.) – na een afgeronde opleiding in overige studierichtingen.

Meer informatie over het gebruik van titels staat op de website van de Rijksoverheid.

Een bachelor heeft niveau 6 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Master (hbo)

Vaak volgen studenten een hbo-masteropleiding niet fulltime, maar combineren ze werken en studeren.

  • Duur: meestal 1 jaar (60 ECTS), soms 2 jaar (120 ECTS), bijvoorbeeld bij kunstopleidingen en lerarenopleidingen.
  • Inhoud: meestal verdere specialisatie in een bepaald beroep; afsluitend een scriptie of afstudeerproject, met de nadruk op toegepast onderzoek.
  • Toelatingseisen: meestal een bachelor, dit kan een hbo-bachelor of wo-bachelor zijn. Soms is er (ook) werkervaring nodig.
  • Functie van het diploma: vaak verdere specialisatie in een bepaald beroep.
  • Diploma: Master, zoals Master of Arts(MA), Master of Science (MA/MSc), Master of Business Administration (MBA), Master of Social Work (MSW) en Master of Education (MEd).

Een master heeft niveau 7 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

Post-hbo-kwalificatie

Sommige hogescholen bieden post-hbo-opleidingen aan. Studenten kunnen deze opleidingen volgen na het behalen van minimaal een hbo-bachelor. Vaak volgen de studenten de opleiding parttime (op kosten van de werkgever).

Engelstalig onderwijs

In het hoger onderwijs wordt steeds meer Engels gebruikt. De minister wil de wet op Hoger Onderwijs aanpassen, zodat instellingen hun opleidingen in het Engels kunnen geven. Daarbij is het belangrijk dat opleidingen de meerwaarde van Engels als voertaal kunnen aantonen. Bekijk ook ons standpunt over Engels in het onderwijs.

Het actuele aanbod van Engelstalige opleidingen vind je op de Study in Holland website.

Soorten hogeronderwijsinstellingen

Er zijn verschillende soorten hogeronderwijsinstellingen:

  • universiteiten, University Colleges en Institutes for International Education voor wetenschappelijk onderwijs (wo);
  • hogescholen voor hoger beroepsonderwijs (hbo).

Universiteiten

De meeste universiteiten (research universities) bieden wetenschappelijk onderwijs aan in verschillende studierichtingen. Er zijn ook gespecialiseerde universiteiten: 1 universiteit is gespecialiseerd op het gebied van landbouw en milieu, en 3 universiteiten bieden vooral technische opleidingen aan.

University Colleges

University Colleges zijn meestal onderdeel van een universiteit en bieden Engelstalig, wetenschappelijk onderwijs aan. Het gaat vooral om bacheloropleidingen. Zie ook de website Study in Holland (Engelstalig) voor meer informatie.

Institutes for International Education (IE institutes)

Institutes for International Education (IE institutes) verzorgen een brede reeks opleidingen in specifieke vakgebieden, die studenten meestal afronden met een mastergraad of PhD. De meeste IE institutes maken deel uit van een Nederlandse universiteit. Meer informatie vind je op de website Study in Holland.

Hogescholen

Hogescholen (universities of applied sciences) bieden hoger beroepsonderwijs (hbo) aan. Het hbo heeft 7 sectoren:

  • economie
  • gezondheidszorg
  • landbouw
  • pedagogisch onderwijs
  • sociaal-agogisch onderwijs
  • kunst
  • techniek

Binnen deze sectoren zijn er verschillende opleidingen die studenten kunnen volgen aan hogescholen verspreid door heel Nederland. Sommige hogescholen bieden opleidingen van verschillende sectoren aan, andere hebben zich gespecialiseerd in 1 sector.

Financiering van hogeronderwijsinstellingen

Hogeronderwijsinstellingen in Nederland worden op verschillende manieren gefinancierd. Er zijn:

  • bekostigde instellingen;
  • aangewezen instellingen; en
  • particuliere instellingen.

Bekostigde instellingen

Bekostigde instellingen worden gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Zij mogen wettelijk erkende graden, zoals een bachelor en master, uitreiken. Bekostigde instellingen zijn verplicht om hun studenten het wettelijk vastgestelde collegegeld te laten betalen. Overzichten van bekostigde instellingen staan op:

Aangewezen instellingen

Aangewezen instellingen worden niet gefinancierd door de Nederlandse overheid. Ze mogen wel wettelijk erkende bachelor- of mastergraden uitreiken. Aangewezen instellingen bepalen zelf de hoogte van hun collegegeld. Op dit moment zijn er 3 aangewezen instellingen:

  • Nyenrode Business Universiteit;
  • Transnationale Universiteit Limburg;
  • Tias Business School.

Particuliere instellingen

Particuliere instellingen vallen buiten de regelgeving van de Nederlandse overheid. Dit kunnen bijvoorbeeld buitenlandse universiteiten zijn. Particuliere instellingen kunnen bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) onder bepaalde voorwaarden accreditatie voor hun opleidingen aanvragen.

Numerus fixus

Voor sommige opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs is er een numerus fixus. Dat betekent dat de onderwijsinstelling niet meer dan een maximum aantal studenten mag toelaten tot die opleiding. Als er meer aanmeldingen zijn voor de opleiding, dan mag de universiteit of hogeschool studenten selecteren. Bij de selectie kijken onderwijsinstellingen naar:

  • het gemiddelde eindexamencijfer;
  • de motivatie;
  • de persoonlijkheid; en
  • eerdere schoolprestaties van de student.