Basisonderwijs

In Nederland is het basisonderwijs:

  • voor kinderen van 4 tot 12 jaar;
  • verplicht vanaf 5 jaar.

Dit onderwijs duurt 8 jaar (groep 1-8). Voor een overzicht van de basisschoolvakken, zie de website van de Rijksoverheid. Het basisonderwijs valt onder het primair onderwijs. Ook het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs vallen onder het primair onderwijs. Het speciaal (basis)onderwijs is ervoor kinderen die meer hulp nodig hebben met leren.

Soorten basisscholen

Leerlingen volgen het basisonderwijs aan basisscholen of scholen voor speciaal (basis)onderwijs. Dit kunnen openbare of bijzondere basisscholen zijn. De bijzondere basisscholen gaan uit van een levensovertuiging en/of hebben bepaalde pedagogisch-didactische uitgangspunten (bv. dalton-, jenaplan- en montessorischolen). Daarnaast zijn er ruim 1.150 basisscholen die vroeg-vreemdetalenonderwijs (vvto) aanbieden.

Schooladvies

Afhankelijk van de individuele resultaten en voorkeuren stromen leerlingen door naar het voortgezet onderwijs. In groep 8, het laatste jaar van het basisonderwijs, kiezen leerlingen een vervolgopleiding in het voortgezet onderwijs waarbij het schooladvies in principe leidend is.

    Voortgezet onderwijs

    Er zijn 2 basisrichtingen:

    Algemeen vormend voortgezet onderwijs

      Binnen het algemeen vormend voortgezet onderwijs kunnen leerlingen kiezen uit 2 soorten onderwijs:

      • hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) met aan het einde nationale examens voor een havodiploma;
      • voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) met aan het einde nationale examens voor een vwo-diploma.

      De uitzondering is vmbo-t. Dit is de enige opleiding die meestal vooral algemeen vormend is, maar wel onder het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs valt. De uitleg over vmbo-t staat daarom bij Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

      Havodiploma

        • Duur: 5 jaar (3 jaar onderbouw + 2 jaar bovenbouw).
        • Inhoud: in de onderbouw verplichte vakken met een brede oriëntatie. In de bovenbouw verplichte vakken en profielvakken. Zie ook ‘Profielen havo en vwo’ hieronder en de informatie over de havo op de website van de Rijksoverheid. Leerlingen doen in het laatste jaar nationale examens in minimaal 7 vakken.
        • Functie van het diploma: toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo).
        • Diploma: havodiploma.

        Leerlingen met een havodiploma kunnen doorstromen naar vwo. Zie de informatie over doorstroomrechten op de website van de VO-raad.

        Een havodiploma heeft niveau 4 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Vwo-diploma

        • Duur: 6 jaar (3 jaar onderbouw + 3 jaar bovenbouw).
        • Inhoud: in de onderbouw verplichte vakken met een brede oriëntatie. In de bovenbouw verplichte vakken en profielvakken. Zie ook ‘Profielen havo en vwo’ hieronder en de informatie over het vwo op de website van de Rijksoverheid. Leerlingen doen in het laatste jaar nationale examens in minimaal 8 vakken.
        • Functie van het diploma: toegang tot het wetenschappelijk onderwijs (wo). Het diploma geeft ook toegang tot het hoger beroepsonderwijs (hbo).
        • Diploma: vwo-diploma.

        Een vwo-diploma heeft niveau 4+ in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Profielen havo en vwo

        Aan het einde van het 3e jaar kiezen leerlingen 1 van de 4 profielen die aansluiting geven op verschillende studierichtingen in het hoger onderwijs:

        • cultuur en maatschappij (C&M);
        • economie en maatschappij (E&M);
        • natuur en gezondheid (N&G);
        • natuur en techniek (N&T).

        Schoolsoorten havo en vwo

        Voor het vwo zijn er verschillende schoolsoorten:

        • atheneum: vwo-vakken;
        • vwo+: vwo-vakken + Latijn;
        • gymnasium: vwo-vakken + Latijn en Grieks.

        Havo- en vwo-leerlingen kunnen ook kiezen voor een technasium. Deze scholen stellen het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O) centraal. De nadruk ligt er op het ontwikkelen van vaardigheden die nuttig zijn voor bètaberoepen.

        Tweetalig onderwijs

        Er zijn ook middelbare scholen die tweetalig onderwijs (tto) aanbieden. Havo- en vwo-leerlingen volgen dan een deel van de lessen in een andere taal. Vaak is dit Engels, maar in de grensstreek ligt Duits of Frans meer voor de hand. In de onderbouw is minstens 50% van het onderwijs in de andere taal.

        Meer informatie over soorten scholen in het voortgezet onderwijs kun je vinden op de website van de Rijksoverheid.

        Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

        Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) bestaat uit 4 leerwegen. Aan het einde van het 2e leerjaar kiezen leerlingen voor 1 van deze leerwegen:

        • basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb/vmbo-basis);
        • kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb/vmbo-kader);
        • gemengde leerweg (vmbo-gl);
        • theoretische leerweg (vmbo-tl, beter bekend als vmbo-t).

        Let op: bij vmbo-t volgen leerlingen alleen algemeen vormende vakken en bij vmbo-gl volgen leerlingen 1 beroepsgericht vak naast algemeen vormende vakken.

        Vmbo-diploma

        • Duur: 4 jaar (2 jaar onderbouw + 2 jaar bovenbouw).
        • Inhoud: in de onderbouw verplichte vakken met een brede oriëntatie. In de bovenbouw verplichte vakken en profielvakken. Zie de website van de Rijksoverheid. Leerlingen doen in het laatste jaar nationale examens in 6 vakken.
        • Functie van het diploma: toegang tot het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
        • Diploma: vmbo-diploma + leerweg, dus: vmbo-diploma basisberoepsgerichte leerweg, vmbo-diploma kaderberoepsgerichte leerweg, vmbo-diploma gemengde leerweg of vmbo-diploma theoretische leerweg.

        Een vmbo-diploma basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) heeft niveau 1 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Een vmbo-diploma kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) heeft niveau 2 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Een vmbo-diploma gemengde leerweg (vmbo-gl) heeft niveau 2 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Een vmbo-diploma theoretische leerweg (vmbo-tl/vmbo-t) heeft niveau 2 in het Nederlands kwalificatieraamwerk (NLQF).

        Verder leren na het vmbo

        Alle vmbo-diploma’s geven toegang tot opleidingen van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Leerlingen met een vmbo-t-diploma of een vmbo-gl-diploma hebben daarnaast toegang tot de havo. Voorwaarde hiervoor is dat zij zijn geslaagd voor een extra (algemeen vormend) eindexamenvak. Voor meer informatie, zie de website van de VO-raad.