Nieuws

Vernieuwd model maakt internationale competenties concreter

Wat leren leerlingen en studenten van een internationale of interculturele ervaring? Het Model internationale competenties laat dat in één oogopslag zien. We hebben het model uit 2019 herzien: elke competentie is in het vernieuwde model onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek en is scherper gedefinieerd. Onderwijsprofessionals kunnen met het model internationale leerervaringen bewuster vormgeven en begeleiden.

Illustratie met hand en begroetingen in verschillende talen

Het Model internationale competenties is bedoeld voor alle onderwijssectoren, van basisschool tot universiteit. We richten ons daarbij op elke vorm van internationalisering: van een stage in het buitenland tot een internationaal project in de eigen klas. In het bijbehorende rapport (zie onderaan deze pagina) kun je lezen welke keuzes we gemaakt hebben bij het ontwikkelen van deze nieuwe versie van het model.

Van verwacht naar onderzocht

Het oorspronkelijke model uit 2019 ging vooral uit van wat internationalisering zou moeten opleveren. “Sinds die tijd zijn er veel studies verschenen over wat studenten na een internationale ervaring zeggen te hebben opgedaan, of wat onderzoekers bij hen hebben waargenomen,” zegt Nuffic-onderzoeker Cintia Granja. “Tegelijk verandert internationalisering zelf. Denk aan de groei van virtuele vormen ervan, zoals virtual exchange en (COIL).” Naast een betere onderbouwing van de beschreven competenties zijn ze ook concreter omschreven in het nieuwe model.

De drie hoofdcategorieën blijven gelijk ten opzichte van het origineel: internationale oriëntatie, interculturele competenties en persoonlijke ontwikkeling. Daaronder vallen bijvoorbeeld open-minded zijn, verschillende perspectieven innemen en zelfstandigheid. “Het is een update, geen volledig nieuw model,” legt Granja uit. “Vooral het bewijs achter elke competentie is nu beter onderbouwd.”

Sommige competenties hebben de onderzoekers samengevoegd, anders geformuleerd of vervangen. Andere zijn nieuw, zoals duurzaamheidsbewustzijn, kritisch denkvermogen, probleemoplossend vermogen en digitale geletterdheid. Ook ‘initiatief nemen’ en ‘assertiviteit’ staan nu in het model. “We hebben ernaar gestreefd dat de competenties begrijpelijker en beter toepasbaar zijn”, aldus Granja.

Een ervaring alleen is niet genoeg

Een belangrijke bevinding uit het rapport is dat leerlingen en studenten internationale competenties niet automatisch of alleen via mobiliteit ontwikkelen. “Het is niet zo dat je een student naar het buitenland stuurt en dat diegene dan al deze competenties gelijk beheerst,” zegt Granja.

Hoe de internationale ervaring is ingericht en begeleid, is essentieel, stelt ze. Eerder Nuffic-onderzoek liet al zien dat reflectie en begeleiding door de docent de meeste invloed hebben. “Docenten moeten studenten niet alleen toegang geven tot een ervaring,” zegt Granja. “Ze moeten ze ook voorbereiden, begeleiden en helpen reflecteren op wat ze meemaken. Dat betekent: vooraf bepalen aan welke competenties studenten werken, onderweg even inchecken en achteraf samen terugkijken. Het model kan in dat proces een gids zijn.”

Van losse activiteit naar leerdoel

Sinds de introductie van het model wordt het op tal van onderwijsinstellingen toegepast. Janneke Dubbelboer is coördinator Internationalisation at Home bij ROC van Amsterdam - Flevoland. Ze werkt er sinds 2019 mee. “Onze studenten gaan straks werken in een interculturele samenleving en op een internationaal georiënteerde arbeidsmarkt,” zegt ze. “Daar moeten wij ze in het onderwijs goed op voorbereiden.”

Een buitenlandstage is daarvoor maar een van vele routes. Bij ROC van Amsterdam gaat slechts 4 tot 5 procent van de studenten naar het buitenland, schat Dubbelboer. “Als we het allemaal via mobiliteit willen bereiken, halen we ons doel niet,” zegt Dubbelboer. Internationale competenties horen wat haar betreft daarom standaard in het curriculum.

Het model van Nuffic is daarbij volgens Dubbelboer de basis. “Ik heb het bij wijze van spreken op mijn rug getatoeëerd, zo leidend is het. Dit model voorkomt dat een activiteit een losse flodder wordt.” Ze adviseert de teams met wie ze werkt om klein te beginnen, als het gaat om het ontwikkelen van internationale competenties. “Het hoeft niet allemaal in één keer. Maak een selectie en kijk welke activiteiten je al doet. Welke competenties ontwikkelen studenten daarmee? Het jaar erna kun je er weer een paar competenties bij nemen.”

Dubbelboer is blij met de aangescherpte definities in het nieuwe model. Ze geven meer houvast als ze het nut van het model in teams uitlegt. Een voorbeeld is de formulering: “In de vorige versie stond ‘heeft kennis van communicatiestijlen’. Dat is erg breed omschreven. Nu is het geworden: ‘heeft kennis van culturele invloed op communicatie’. Dat is veel specifieker en duidelijker om toe te passen in de praktijk.”

Model op maat voor entreestudenten

Het Talland College, een mbo-instelling met ongeveer 17.000 studenten in Noord-Holland, gebruikt het model in workshops voor docenten en in gesprekken met buitenlandse partners. Het staat centraal in het KA2-Erasmus+ samenwerkingsproject Building Trust in the Future. Dat voert het Talland College uit met partners in Duitsland en Finland en richt zich op entreestudenten die naar het buitenland gaan.

“Het model is breed opgezet, van basisschool tot universiteit,” zegt Alda Bakker-Out, coördinator internationalisering. “Entreestudenten zijn een heel specifieke doelgroep. Daarom kijken we goed naar welke competenties voor hen belangrijk zijn en welke leeractiviteiten daarbij horen.”

In het kader van het samenwerkingsproject worden reizen van één week georganiseerd waarbij studenten meedraaien op een school in een van de landen. Ook worden op locaties van Talland studenten uit Duitsland en Finland ontvangen. “Een dergelijke reis is in verschillende opzichten zeer waardevol”, benadrukt Bakker-Out. “Om maar iets te noemen: veel van deze studenten hebben nog nooit in een vliegtuig gezeten. Docenten merken dat studenten alleen al door zo'n reis te maken na afloop zelfstandiger zijn.”

Reflectie op opgedane competenties is volgens de programmamanager essentieel. “Er gebeurt tijdens zo’n project heel veel in het hoofd van een student. Een competentiemodel dat echt structuur kan geven en helpt alles in een context te plaatsen, vind ik gewoon heel belangrijk.”

Van competentie naar beroep

Nuffic werkt ondertussen aan een vervolgonderzoek. Daarin koppelen we de competenties uit het model aan vaardigheden in CompetentNL, een landelijke database die beschrijft welke vaardigheden bij welke beroepen horen. “Neem probleemoplossend vermogen,” zegt Cintia Granja. “Die competentie staat in ons model, maar is natuurlijk heel breed te interpreteren. Zowel managers, verpleegkundigen als maatschappelijk werkers zijn bezig met probleemoplossend vermogen. Ik denk dat het helpt als we die competenties duidelijker koppelen aan verschillende specifieke beroepen.” Granja en collega-onderzoekers van Nuffic hopen toe te werken naar een model waarin nog concreter zichtbaar is welke beroepen op welke manier profiteren van een internationale ervaring.