‘Internationalisering is sleutel tot gelijke kansen mbo’
Internationalisering in het mbo is meer dan een buitenlandstage of een nieuwe taal leren. Het vergroot de kansen en het zelfvertrouwen van studenten en versterkt de waardering voor vakmanschap. Dat stelde Europarlementariër Brigitte van den Berg tijdens de mbo-conferentie Let’s Connect.
Boven: Brigitte van den Berg samen met Abel Schmidt, voorzitter van de VET Student Advisory Board. Fotografie door Bas Leenders
Meer gelijke kansen voor het mbo
2 oktober vond onze jaarlijkse conferentie voor het mbo plaats in Arnhem. De grote zaal van de Witte Villa van het Rijn IJssel zat helemaal vol toen Brigitte van den Berg haar keynote gaf. Ze is een voorvechtster voor meer gelijke kansen voor het mbo en heeft zich ingezet om in het Europees Parlement voor meer stageplekken voor mbo’ers te regelen. Inmiddels heeft de Europese Commissie besloten dat er honderd stageplekken per half jaar vrijkomen voor mbo-studenten.
Toen ze twee jaar geleden als Europarlementariër startte in Brussel namens D66 in de fractie Renew Europe, zag ze hoe weinig aansluiting de wereld van Europees beleid en politiek heeft met de dagelijkse praktijk van vakmensen. “Brussel is misschien wel de grootste universitaire bubbel. Maar we moeten wel werken aan krachtige Europese regio’s, waar we ondernemerschap, skills en vakmanschap tekortkomen. We leven te veel in een diplomademocratie.”
Haar betrokkenheid bij vakmanschap gaat terug tot haar jeugd rond de hoogovens in IJmuiden, waar haar vader werkte. Ook als wethouder in Beverwijk zette ze zich hiervoor in. Volgens Van den Berg is internationalisering essentieel voor meer waardering voor het mbo. “Waar diploma-erkenning voor bachelors en masters normaal is, is het voor het mbo nog niet altijd goed geregeld. Dat is oneerlijk richting onze vakmensen.”
‘Waar diploma-erkenning voor bachelors en masters normaal is, is het voor het mbo nog niet altijd goed geregeld. Dat is oneerlijk richting onze vakmensen.’
Een Europese ervaring voor iedere jongere
Internationale ervaringen kunnen studenten niet alleen beroepskennis bieden, maar ook zelfvertrouwen en levenswijsheid, ziet Van den Berg. Daarom pleit ze voor een Europese ervaring voor iedere jongere tot 25 jaar. En voor meer gelijkwaardigheid. “Bij Erasmus+ wordt gecommuniceerd dat internationale skills belangrijk zijn voor zelfontplooiing van de studenten. Maar als we het dan hebben over meer mbo-studenten erbij betrekken gaat het vooral om de arbeidsmarkt. Dat moeten we gelijktrekken. Ook mbo-studenten moeten zich ontplooien.”
Ook de mbo-studenten, leden van de VET Student Advisory Board, op het podium van Let’s Connect benadrukten het belang van gelijke kansen. Lid Anniek van Druyten verwoordde de ongelijke waardering treffend: “Je wilt trots zijn op je studie en je vak, en niet beschaamd zijn dat je geen hbo doet.”
Isabelle Duiker, secretaris van de VET Student Advisory Board, pleitte voor meer uitwisseling, ook buiten Europa: “We moeten leren van elkaar en samenwerken met elkaar.” Daar is Van den Berg het mee eens. “Internationalisering is dan ook de sleutel tot gelijkheid.”
Er zijn best al wat kansen voor Nederlandse mbo-scholen in Brussel maar nog lang niet genoeg, stelt ze. Een goed voorbeeld noemt ze de Centers of Vocational Excellence, waar scholen en bedrijven uit verschillende Europese regio’s kunnen samenwerken aan uitdagingen in een bepaalde sector. Er is echter ruimte voor slechts 15 projecten, en 500 aanmeldingen.
Van den Berg: “Daarom pleit het Parlement in de komende meerjarenbegroting voor een verhoging van het Erasmus+ budget met 6 miljard euro en werken we in Europa aan een groot Competitiveness Fund. Daarin vraag ik ook aandacht voor het mbo. Er is veel herkenning voor dat er meer vakmanschap nodig is. We worden bijvoorbeeld steeds meer bewust dat we niet meer van China afhankelijk moeten zijn van onze spullen, maar ze zelf gaan maken in Europa.”
Het onderwerp internationalisering is in Europa nog nieuw maar kan wel op steun rekenen. “Er is veel herkenning voor dat er meer vakmanschap nodig is. We worden bijvoorbeeld steeds meer bewust dat we niet meer van China afhankelijk moeten zijn van onze spullen, maar ze zelf gaan maken in Europa.”
Tien jaar tweetalig mbo
Een ander bijzonder moment op de conferentie was de viering van het tienjarig bestaan van het netwerk tweetalig mbo. Eugenie van de Linden, voorzitter van de stuurgroep van het netwerk vertelde hoe tien jaar geleden de basis van het netwerk werd gelegd op een conferentie met dezelfde titel ‘Let’s Connect’. Inmiddels zijn al 15 opleidingen gecertificeerd. “Internationalisering verlaagt drempels, en verruimt je blik. Dat is voor mij de kracht van het tweetalig mbo. Taal krijgt pas echt betekenis als het verbonden is aan de beroepspraktijk. Ik ben trots op wat we hebben opgebouwd. Laten we blijven verbinden.”
In de middag verspreidden de 170 deelnemers aan de conferentie zich over verschillende sessies, waar kennis en ervaringen werden uitgewisseld. Van wereldburgerschap, inclusie tot Erasmus+ projecten rond de groene en digitale transitie in Europa, ook wel de 'twin transition' genoemd.
“Deze jaarlijkse conferentie is dan ook voor Nuffic een ideaal moment om zoveel mogelijk mbo-instellingen en andere stakeholders bij elkaar te brengen om elkaar te inspireren”, vertelt Annelies van Eenennaam, manager cluster Kennis & Advies van Nuffic. “Wij als Nuffic horen wat er allemaal speelt bij de scholen, zodat we dat verder kunnen oppakken.”
Meertaligheid
Een aantal centrale vragen, die al langer spelen rond internationalisering in het mbo, kwamen weer naar voren op de conferentie, aldus Van Eenennaam. Zoals meertaligheid in het mbo. “We horen vanuit de beroepspraktijk bijvoorbeeld dat het helemaal geen probleem is dat internationale studenten hun Nederlands niet perfect beheersen, en dat ze hun werk ook in het Engels kunnen doen. Maar toch moeten ze voldoen aan de zware Nederlandse examennorm. Dat betekent dus dat je deze vakmensen, die inhoudelijk goed hun werk kunnen doen, uitsluit van het behalen van hun diploma. En daarmee sluit je ze ook uit van toetreding tot de arbeidsmarkt, de beroepspraktijk, op het juiste niveau.”
‘Wat wij al jaren vinden, vindt nu steeds meer gehoor: internationalisering in het mbo mag breder gezien en gewaardeerd worden.’
Ook de achterblijvende deelname van mbo-studenten aan internationalisering in het onderwijs vraagt aandacht. “Hoe kunnen we beter stimuleren dat daar meer ruimte voor komt en ze meer internationale ervaringen opdoen?”
Het mbo krijgt steeds meer de aandacht die het verdient, gaat Van Eenennaam verder. “Internationalisering past bij uitstek bij het mbo. Het grootste deel van onze beroepsbevolking wordt er opgeleid. Vanuit Europa zijn daar nu er mooie ontwikkelingen te zien. Wat wij al jaren vinden, vindt nu steeds meer gehoor: internationalisering in het mbo mag breder gezien en gewaardeerd worden.”