Uniek schoolgidsen-onderzoek naar rol internationalisering in onderwijs
Voor het eerst is er landelijk onderzoek gedaan naar de plek die internationalisering inneemt in het beleid van Nederlandse scholen. Nuffic en Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) onderzochten hiervoor bijna 2.500 schoolgidsen.
Wie de ontwikkelingen in het onderwijs volgt, weet dat er door het hele land – van basisonderwijs tot volwasseneducatie – talloze initiatieven zijn op het gebied van internationalisering. Van tweetalig onderwijs en wereldburgerschap tot samenwerkingsverbanden en uitwisselingsprojecten. Maar hoe wijdverbreid is internationalisering nou echt onder bijvoorbeeld basis- en middelbare scholen?
Daar hebben we nu voor het eerst een beeld van: 42 procent van de Nederlandse scholen gebruikt het woord ‘internationalisering’ (of een van meer dan honderd daarmee samenhangende termen) in hun schoongidsen. Meer dan de helft van de Nederlandse leerlingen (57 procent) volgt op deze scholen les.
De cijfers komen uit het onderzoek ‘Internationalisering in het funderend onderwijs’ van Nuffic en DUO dat vandaag is gepubliceerd.
Analyse van 2.500 schoolgidsen
“Het landelijke beeld aan internationaliseringsactiviteiten is troebel”, vertelt Hanna Fricke, onderzoeker bij DUO. “Er ontbreekt een duidelijk landelijk beeld. Daar willen we met dit onderzoek verandering in brengen.”
Nuffic en DUO analyseerden samen bijna 2.500 schoolgidsen. Dat gebeurde grotendeels geautomatiseerd dankzij de scraper van DUO, die webpagina’s doorzicht om schoolgidsen te vinden. Daarna werden alle beschikbare schoolgidsen geanalyseerd op woordgebruik.
“Schoolgidsen zijn wettelijk verplichte documenten, die openbaar beschikbaar moeten worden gesteld. Ze bevatten de missie, visie en het beleid van de onderwijsinstelling”, legt Nuffic-onderzoeker Sarah van Kempen-Cullip uit. “Als je dus wilt weten of de school aandacht heeft voor internationalisering, zijn schoolgidsen een betrouwbaar vertrekpunt.”
Niet alle schoolgidsen kwamen boven water. Sommige scholen hebben het document niet op de website geplaatst of gebruikten een format dat niet vindbaar was voor de scraper. Uiteindelijk zijn de schoolgidsen van 35 procent van de scholen in Nederland onderzocht. Door een toegepaste weging hebben de onderzoekers een representatief beeld kunnen schetsen.
Brainportregio koploper
Opvallend: er zijn aanzienlijke verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden. In ‘zeer sterk’ stedelijk gebied zit ruim 64 procent van de leerlingen op een school die aandacht heeft voor internationalisering. In niet-stedelijke gebieden is dit slechts 31 procent.
De Brainportregio rond Eindhoven steekt met kop en schouders boven de rest uit: daar zit 69 procent van de leerlingen op een school die internationalisering vermeldt in de schoolgids. Dit ten opzichte van 56 procent van de leerlingen buiten die regio.
“Sommige uitkomsten zijn in lijn met de verwachting”, vertelt Sarah. “Maar andere uitkomsten zijn moeilijker te verklaren. Als we bijvoorbeeld naar de regio’s kijken, zien we Amsterdam, Den Haag en Rotterdam wel terug in de top-10, maar Utrecht niet. Terwijl je dat wel zou verwachten.”
Verschillen tussen scholen
Ook komt uit het onderzoek naar voren dat basisscholen vaak wereldburgerschap in hun schoolgidsen noemen. In het voortgezet onderwijs verschuift de focus meer naar internationale mobiliteit. Grotere scholen spreken in hun gidsen vaker over internationalisering dan kleine scholen.
Daarnaast wordt internationalisering vaker genoemd door scholen die enkel havo- en vwo aanbieden (87 procent) dan op scholen die enkel vmbo aanbieden (48 procent). “Praktijkgerichte scholen leiden vaker op voor de lokale markt”, noemt Hanna als mogelijke verklaring.
Basisscholen noemen vaak wereldburgerschap in hun schoolgidsen, in het voortgezet onderwijs verschuift de focus meer naar internationale mobiliteit.
Beperkingen onderzoek
De onderzoekers wijzen ook op de beperkingen van hun onderzoek. Zo zegt beleid in schoolgidsen niet per definitie iets over de praktijk. Hoe vaak of op welke wijze er aandacht wordt besteed aan internationalisering is niet onderzocht. En scholen die internationalisering (of aanverwante termen) niet noemen in hun schoolgids, kunnen er in de praktijk wel degelijk aandacht aan besteden.
Ook wijst Sarah erop dat niet is onderzocht hoe vaak een school bepaalde termen gebruikt. Dit kan één keer zijn, maar net zo goed tien keer.
Het onderzoek bevat in elk geval interessante aanknopingspunten voor scholen, beleidsmakers en voor Nuffic en DUO zelf. “Is het wenselijk dat er op het vmbo minder focus ligt op internationalisering? Hoe krijgen we kleinere scholen mee?”, vraagt Hanna zich af.
Startpunt voor vervolgonderzoek
Sarah: “We weten nu wat er in de beleidsdocumenten staat, maar nog niet hoe het in de praktijk wordt toegepast. Het is bovendien een momentopname. We weten niet hoe structureel de aandacht is. Soms is het bijvoorbeeld subsidie-afhankelijk en verdwijnt de aandacht weer wanneer de subsidie afloopt.”
“Tegelijkertijd”, vervolgt Hanna, “was het niet de bedoeling om alle kleine verschillen uit te pluizen. Wat we met dit onderzoek wilden bereiken, is een landelijk beeld schetsen. Daar zijn we in geslaagd. Het is een rigoureus data-onderzoek met een duidelijke afkadering. Het is een waardevol startpunt.”
Sarah en Hanna zien het onderzoek dan ook als een stevige basis voor vervolgonderzoek. Ze hopen dat in de toekomst nog meer schoolgidsen kunnen worden onderzocht. “We roepen scholen dan ook op om deze beschikbaar te stellen.”
Lees het onderzoek
Download het volledige rapport voor een uitgebreid overzicht van regionale verschillen, schoolkenmerken en concrete cijfers per sector. Inclusief grafieken en verdiepingen per thema, zoals wereldburgerschap, mobiliteit en talenonderwijs. Internationalisering in het funderend onderwijs | Nuffic