Van basisvaardigheden naar kritische mondigheid
Catherine van Beuningen, bijzonder hoogleraar Wereldburgerschap en Tweetalig Onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), spreekt 16 april jl. haar oratie uit over wat het onderwijs nodig heeft in een verbonden en meertalige wereld. ‘Leerlingen moeten de wereld leren begrijpen, maar ook zelf begrepen worden.’
Sinds vorig jaar september is ze bijzonder hoogleraar Wereldburgerschap en Tweetalig Onderwijs, een leerstoel die door Nuffic wordt gefinancierd. Binnen deze leerstoel wordt onderzocht hoe lessen in wereldburgerschap concreet en effectief georganiseerd kunnen worden. Daarnaast worden activiteiten op het gebied van talenonderwijs, wereldburgerschap en internationalisering conceptueel met elkaar verbonden.
Haar eerste maanden heeft Van Beuningen als intensief en waardevol ervaren. Naast haar hoogleraarschap werkt zij ook als lector aan de Hogeschool van Amsterdam. “Beide functies vullen elkaar mooi aan. De afgelopen maanden heb ik geprobeerd die verbinding te benutten door collega’s van beide instellingen met elkaar in contact te brengen, gezamenlijke bijeenkomsten te organiseren en meerwaarde te creëren door vanuit verschillende perspectieven aan vergelijkbare thema’s te werken.”
‘Als het gaat om meertaligheid zie je nog vaak een eentalige benadering, terwijl veel leerlingen thuis en buiten school meerdere talen spreken die een belangrijk onderdeel van hun leven zijn. Daar is nog te weinig aandacht voor’
Inclusief en betekenisvol
Haar persoonlijke doel met de leerstoel is om onderwijs inclusiever en betekenisvoller te maken voor alle leerlingen. “Ik wil dat leerlingen, bijvoorbeeld met een andere taalachtergrond, zich gezien voelen, inclusief de culturele en talige voorkennis die zij meebrengen.” Volgens haar is dat nu nog niet altijd het geval. “Het onderwijs is vaak gericht op één dominant perspectief, waarbij ervan wordt uitgegaan dat alle leerlingen hetzelfde startpunt hebben. Dat klopt niet. Inclusief onderwijs is een breed thema, maar ik wil vooral bijdragen aan inclusiviteit op het gebied van talige en culturele diversiteit. Het is belangrijk dat alle leerlingen de competenties ontwikkelen om zich staande te houden in een meertalige en diverse samenleving. Denk aan respectvol met elkaar omgaan, naar elkaar luisteren, openstaan voor andere perspectieven en nieuwsgierig zijn.”
De thema’s wereldburgerschap, tweetalig onderwijs en meertaligheid zijn volgens Van Beuningen dan ook sterk met elkaar verweven. “Als het gaat om meertaligheid zie je nog vaak een eentalige benadering, terwijl veel leerlingen thuis en buiten school meerdere talen spreken die een belangrijk onderdeel van hun leven zijn. Daar is nog te weinig aandacht voor. Het is belangrijk dat al die talen ruimte krijgen en erkend worden als waardevol. Ook hoop ik dat het tweetalig onderwijs inclusiever wordt.”
Sterke basis in andere taal
Ze merkt dat tweetalig onderwijs en andere meertalige onderwijsbenaderingen nog vaak door onderwijskundigen verdedigd moeten worden tegen het idee dat het ten koste gaat van het Nederlands. “Dat is een hardnekkige misvatting, versterkt door het politieke klimaat waarin het Nederlands soms als het enige middel voor sociale cohesie wordt gezien. Onderzoek laat zien dat het leren van nieuwe talen juist makkelijker gaat als je al een sterke basis hebt in een andere taal. Toch krijgen ouders soms nog het advies om thuis alleen Nederlands te spreken. Het is belangrijk dat leerlingen voldoende aanbod krijgen in elke taal die zij leren, en dat kan prima in meerdere talen tegelijk.”
Tegelijkertijd ziet ze meer openheid ten aanzien van meertaligheid. “Dat is hoopvol. De afgelopen jaren is er vanuit verschillende hoeken meer aandacht gekomen voor de waarde van de meertalige bagage van leerlingen, bijvoorbeeld in adviezen van de Onderwijsraad. Scholen staan hier ook steeds meer voor open. Tien jaar geleden zag ik bij leraren veel meer weerstand en onzekerheid.”
Wereldburgerschapsonderwijs
In haar oratie op 16 april gaat ze in op wat wereldburgerschapsonderwijs leerlingen oplevert. “Ik hoop dat we erin slagen om alle leerlingen zich serieus genomen te laten voelen. Dat zij ervaren dat hun kennis, perspectieven en ervaringen waardevol zijn. Het onderwijs is nu nog vaak eentalig ingericht en gebaseerd op een dominant westers perspectief. Leerlingen met een minderheidsachtergrond voelen zich daardoor soms minder thuis. Wereldburgerschapsonderwijs kan helpen om recht te doen aan de diversiteit in de klas en ruimte te bieden aan verschillende perspectieven. Leerlingen leren zo beter naar elkaar te luisteren en open te staan voor anderen. Het begeleiden van zulke dialogen vraagt wel specifieke vaardigheden van leraren.”
Kritische mondigheid
Van Beuningen pleit ook voor meer aandacht voor ‘kritische mondigheid’, een term bedacht door de Leidse hoogleraar Fred Janssen. Hij omschrijft dit als het vermogen om met kennis van zaken zelfstandig te denken en te handelen, en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. “Daar horen verschillende aspecten bij,” legt ze uit. “Leerlingen moeten in aanraking komen met rijke, betekenisvolle inhoud, maar ook reflectieve vaardigheden ontwikkelen, zoals het afwegen van perspectieven en goed luisteren. Daarnaast is het belangrijk dat zij een hoopvol perspectief krijgen: het gevoel dat zij iets kunnen bijdragen en veranderen.”
Ze benadrukt ook wat kritische mondigheid juist níet is. “Het gaat niet om het roepen van meningen zonder onderbouwing. Het draait juist om een eigen stem combineren met luisteren naar anderen en verschillende perspectieven zorgvuldig afwegen. Leerlingen moeten de wereld leren begrijpen, maar ook zelf begrepen worden.”
Onderzoek
Als hoogleraar begeleidt Van Beuningen verschillende onderzoeken naar meertaligheid, tweetalig onderwijs en wereldburgerschap. “Daarbij werken we altijd nauw samen met de praktijk: leraren, ouders, leerlingen en studenten. Het gaat niet alleen om kennisontwikkeling, maar ook om praktijkontwikkeling. We ontwikkelen bijvoorbeeld lesmateriaal, professionaliseringstrajecten en curriculuminhoud voor lerarenopleidingen.”
Een voorbeeld is MultiLEd, een onderzoek naar kansrijk talenonderwijs in meertalige vmbo-klassen. “We ontwikkelen samen met leraren een aanpak die recht doet aan culturele en talige diversiteit en het talenonderwijs inhoudelijk verrijkt. Nu ligt de nadruk vaak op grammatica en woordenschat, terwijl cultuur en context onderbelicht blijven.” In de eerste fase werd onderzocht hoe vmbo-leerlingen de aandacht voor meertaligheid in de huidige onderwijspraktijk ervaren. “Daaruit bleek dat er weinig ruimte is voor thuistalen, terwijl leerlingen goed kunnen reflecteren op de waarde van een meertalige aanpak.” In de tweede fase werd, samen met leraren en opleiders, een eerste onderwijsaanpak ontwikkeld, inclusief lesmateriaal en professionalisering. “Volgend jaar testen we deze aanpak op grotere schaal.”
‘Er is een gezamenlijke visie en samenwerking nodig voor wereldburgerschapsonderwijs. Anders verdwijnt de ontwikkeling zodra iemand vertrekt’
Leraren opleiden
Om kritische mondigheid te stimuleren, hebben leraren niet alleen kennis nodig, maar ook openheid en nieuwsgierigheid. Daarnaast benadrukt Van Beuningen het belang van samenwerking. “Leraren moeten meer samenwerken, binnen en buiten de school, en reflectief naar hun eigen praktijk kijken. Nu ligt er soms te veel verantwoordelijkheid bij individuele docenten.”
Volgens haar vraagt goed wereldburgerschapsonderwijs om een schoolbrede aanpak. “Het kan niet afhangen van één docent. Er is een gezamenlijke visie en samenwerking nodig. Anders verdwijnt de ontwikkeling zodra iemand vertrekt.”
Er zijn volgens haar al inspirerende voorbeelden van zulke schoolbrede aanpakken, zoals De Haagse Scholen, een groep basisscholen in Den Haag, waar het International Baccalaureate Primary Years Programme wordt ingezet. “Daar vormen meertaligheid, culturele diversiteit en wereldburgerschap de kern van het onderwijs, juist in sociaaleconomisch kwetsbare wijken.” Ook opleidingsschool Trion in Eindhoven noemt ze als voorbeeld. “Daar werken leraren intensief samen in onderzoekswerkplaatsen rond thema’s als meertaligheid en cultureel responsief lesgeven. Scholen maken daar echt ruimte voor professionalisering.”
Ze adviseert docenten ook om zelf initiatief te nemen. “Je kunt als docent al veel bereiken door gewoon te beginnen, bijvoorbeeld met een meertalige aanpak of een wereldburgerschapsthema. Dus je hebt niet alleen de gezamenlijke beweging nodig, maar ook die van de dappere, innovatieve, creatieve docent die er zelf mee is gestart.”