Wereldburgerschap kan ook in de eigen wijk

Hoe geef je wereldburgerschap vorm voor zeer moeilijk lerende kinderen? De Koetsveldschool in Den Haag laat ze het vooral ervaren in de eigen wijk. Van koken voor bejaarde buurtbewoners, zwerfafval spotten tot schoolpleinen schoonmaken. ‘Juist buiten de veilige omgeving van de school begint het echte leerproces.’
Mark Picauly en Bart Moerman van de Koetsveldschool

De Koetsveldschool in de Haagse wijk Zuidwest biedt speciaal onderwijs, gericht op zeer moeilijk lerende kinderen (zml) van vier tot twaalf jaar en van twaalf tot twintig jaar. Deze leerlingen, vaak met een laag IQ, hebben allemaal speciale onderwijsbehoeften en worden hier met een eigen plan begeleid, met veel persoonlijke aandacht voor hun ontwikkeling.

De school is een afspiegeling van de wijk waarin het ligt: 80 procent van de ruim 120 leerlingen heeft een zogeheten culturele minderheden achtergrond. Van Turks, Marokkaans tot Pools en Bulgaars. “Het maakt het heel kleurrijk, en leuk om het gesprek met elkaar aan te gaan”, vertelt directeur Bart Moerman.

Voorbereiden op samenleving
Wereldburgerschap op De Koetsveldschool is gericht op wat op andere scholen meer wordt verstaan onder burgerschap. De leerlingen van De Koetsveld hebben dat nodig om mee te doen in de samenleving, aldus de directeur.

“Leerlingen reizen bijvoorbeeld met het openbaar vervoer en weten uit onmacht niet hoe ze moeten inchecken. Een tramconducteur ziet vooral een puber die niet heeft ingecheckt. Zo krijgen ze de hardheid van de samenleving over zich heen, terwijl ze zich daartegen niet hebben kunnen wapenen. En dat is bij ons de uitdaging. Hoe kunnen we de kinderen en jongeren voorbereiden op een toch wel harde samenleving?”

Want zeer moeilijk lerende kinderen hebben toch andere kansen, stelt Moerman. “Iemand die gymnasium doet wordt met open armen ontvangen in de maatschappij. Een kind dat hier van school af komt, niet. Voor ons is de uitdaging dan ook om ze een goede plek te geven zodat ze ook waardevol aan het werk zijn. Of dat nu betaald is, of niet.”

Het gaat er volgens Moerman dan ook om dat leerlingen straks ook gewaardeerd worden. Anders komen ze op de bank te zitten. En jongeren van rond de twintig die op de bank belanden, levert meestal niet op wat we willen als maatschappij. Daarom proberen we ze in ons onderwijs mee te geven dat ze ook een belangrijke rol hebben, onder andere door te participeren in de buurt.”

‘Bij ons is wereldburgerschap meer hoe je je verhoudt tot de regels, de omgang, de sociale vaardigheden'

Wijkparticipatie
De Koetsveldschool heeft de afgelopen jaren dan ook flink geïnvesteerd in wijkparticipatie, vertelt docent en coördinator Mark Picauly. “We geven een andere invulling aan het thema wereldburgerschap dan andere scholen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar tto-scholen, dan heb je het over leerlingen met een hoge cognitie, die de hele wereld omarmen.

Bij onze leerlingen is dat veel kleiner. Daar verhoudt het zich vooral tot ik, de ander, en misschien wel de wijk of waar je woont. De wereld is maar fragmentarisch aanwezig, in plaats van dat het een wezenlijk onderdeel is van het lespakket. Bij ons is het belangrijker hoe je je verhoudt tot de regels, de omgang, de sociale vaardigheden. Hoe ga je met iemand om? Wat zijn normen en waarden? Wereldburgerschap is veel kleinschaliger.”

Dus zochten Picauly en collega’s onder meer samenwerking met verzorgingshuizen om pannenkoekendagen te organiseren, waarbij leerlingen van De Koetsveldschool kookten voor de inwoners van de huizen. Ook vonden leerlingen stageplekken bij organisaties in de wijk. Toch ontbrak het nog aan bestendiging ervan.

creaties speciaal onderwijs koetsveldschool

Leerwerkcentrum
Dat veranderde door corona. Toen de lockdown het onmogelijk maakte om stageplekken te vinden voor de leerlingen, besloot de school zelf maar het Leerwerkcentrum op te zetten in een leeg winkelpand, om de hoek van het schoolgebouw. Hier produceren leerlingen kaarsen, keramiek, kettingen en andere producten die ze onder meer verkopen op markten.

Ook verzamelen ze zich hier om samen met Picauly een of twee keer in de week te koken in het buurtcentrum of in een bejaardenhuis. Of ze gaan samen op pad met de wijkagent om zwerfafvalprobleem in de wijk aan te pakken, of helpen andere scholen in de buurt door hun schoolplein te vegen.

Picauly: “Zo raken onze leerlingen betrokken bij de buurt. We proberen ze als burger op te voeden, en hen te laten zien dat ze erbij horen. Het slaat gigantisch aan. Buurthuizen benaderen ons omdat ze bijvoorbeeld een kantinebeheerder nodig hebben, of hulp in een bibliotheek. We hebben inmiddels duurzame relaties opgebouwd met wijkpartners als Wijkz, Saffier Residentie, de wijkagenten en de brede buurtscholen Petrus Dondersschool en de Erasmusschool.”

De leerlingen krijgen meerdere vakken onder de paraplu van wijkparticipatie, gaat Picauly verder. Ze leren koken in een veilige omgeving, leren een stukje hospitality en hoe om te gaan met andere mensen, zoals bejaarden.

“Dat was in het begin best spannend. Nu doen ze na het koken van de lunch spelletjes met hen. De wijk is eigenlijk een verlengd werkterrein geworden, waarin we de leerlingen echt in de praktijk burgerschapsvaardigheden aanleren. Juist die meters buiten de school zijn belangrijk. Juist buiten de veilige omgeving van de school begint het echte leerproces.”

Wat betreft wereldburgerschap doen de leerlingen in het wijkcentrum allerlei interculturele competenties op, stelt Picauly. “Ze leren omgaan met onzekerheid, met verschillen en conflicten. Ook in hun persoonlijke ontwikkeling maken ze stappen. Ze worden zelfbewuster, zelfstandiger en leren zelfredzaam zijn, doorzettingsvermogen en flexibel zijn.”

Inmiddels lopen de gesprekken al met partners voor het volgende schooljaar. Picauly: “Dat wijkgericht werken versterkt het burgerschap in ons onderwijs, waarmee we al langere tijd bezig zijn. Dit schooljaar zijn we gestart met de methode ‘Burgerschap’ van Uitgeverij Deviant voor de verder ontwikkeling ervan. Met het wijkgericht werken brengen we nog meer praktische accenten binnen ons prachtige onderwijsaanbod en zetten we burgerschap echt als middel in om sociale- en werknemersvaardigheden aan te leren.”

Moerman en Picauly raden andere zml-scholen, die het vak wereldburgerschap willen opzetten, aan om vooral praktisch aan de slag te gaan, in de eigen wijk. Moerman: “Kijk om je heen, kijk wat mogelijk is. We hebben de vertaling gemaakt van burgerschap naar direct iets doen in de buurt. Zo leren onze leerlingen dat er voor hen een belangrijke plek is in de maatschappij. Als ze onze school verlaten met een waardevolle plek in onze maatschappij, dan hebben we ons doel bereikt.”

Meer weten?

Heb je een vraag of wil je sparren over wereldburgerschap op jouw school? Stuur een mail naar po-vo@nuffic.nl. Of neem rechtstreeks contact op met een van onze adviseurs internationalisering in je regio.

Neem deel aan onze conferentie Samen duurzaam internationaliseren op 23 september en doe nieuwe ideeën op. Maak tijdens 1 van de workshops kennis met het levenlang digitaal portfolio Cozima dat bedoeld is voor de kwetsbare leerling.