Meest gestelde vragen over ons stayrates rapport
De meest gestelde vragen over ons stayrates rapport hebben we verzameld en deze vind je samen met de antwoorden hieronder. Is jouw vraag niet beantwoord, mail dan naar research@nuffic.nl.
Uitleg over de stayrate volgens Nuffic, inclusief definities en gebruikte data.
Het percentage internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs dat een bepaald aantal jaren na hun afstuderen in Nederland woont, ongeacht hun arbeidsmarktpositie.
Belangrijk om te vermelden met betrekking tot onze definitie is dat de populatie van internationale afgestudeerden in principe verwijst naar alle internationale studenten die zijn afgestudeerd aan een Nederlandse hogeschool of universiteit, ongeacht of zij op het moment van afstuderen daadwerkelijk in Nederland woonden. Daarnaast kunnen we op basis van de data niet vaststellen of een internationale afgestudeerde na het afstuderen tussentijds uit Nederland is vertrokken.
Waarom gebruiken we het woord ‘stayrate’ in plaats van ‘blijfkans’?
Stayrate wordt in Nederlandse bronnen vaak aangeduid als "blijfkans". Het is belangrijk om te benadrukken dat het woord "kans" in deze context niet verwijst naar een voorspelde waarschijnlijkheid om in Nederland te blijven, maar naar daadwerkelijke percentages. Daarom geven we de voorkeur aan de term "stayrate".
We rapporteren over een periode van 1 tot 5 jaar na afstuderen. De stayrate 5 jaar na afstuderen beschouwen we echter als het meest representatief. Internationale studenten zijn tegen die tijd waarschijnlijk meer gesetteld in hun leven — bijvoorbeeld doordat ze hun volledige onderwijstraject hebben afgerond, mocht er sprake zijn geweest van vervolgstudies in het hoger onderwijs.
In onze analyse zijn alle internationale afgestudeerden meegenomen die een opleiding hebben afgerond aan een bekostigde hbo- of wo-instelling in Nederland. Promovendi zijn hierbij niet inbegrepen omdat een promotietraject in Nederland doorgaans wordt beschouwd als een betaalde functie in plaats van een opleiding. Daarnaast zijn uitwisselingsstudenten, studenten van niet-bekostigde (particuliere) instellingen en homecoming afgestudeerden* uitgesloten.
*Afgestudeerde terugkeerders (ook bekend als ‘homecoming afgestudeerden’) zijn afgestudeerden met de Nederlandse nationaliteit die toegang hebben gekregen tot het hoger onderwijs in Nederland via een buitenlandse vooropleiding.
Arbeidsmarktpositie verwijst naar de situatie van internationale afgestudeerden op de Nederlandse arbeidsmarkt, waarbij zij worden ingedeeld in één van de volgende categorieën: (1) zij volgen een vervolgstudie in het Nederlandse hoger onderwijs, (2) zij verrichten betaald werk in Nederland van minstens één uur per week (inclusief promotie), of (3) zij wonen in Nederland, maar volgen geen studie en hebben geen betaalde arbeid.
Wat gebeurt met de (betaald of onbetaald) stages?
Stagiairs worden als werkenden beschouwd wanneer zij betaald krijgen.
Grensstudenten verwijzen naar internationale studenten (vaak van de buurlanden) die in Nederland studeren terwijl zij buiten Nederland wonen.
Sommige internationale afgestudeerden (waaronder grensstudenten) zijn nooit geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Deze groep staat geregistreerd met een versleuteld onderwijsnummer in het DUO-systeem. Omdat dit onderwijsnummer niet koppelbaar is met andere landelijke registergegevens, is het helaas niet mogelijk om te bepalen of deze studenten na hun afstuderen in Nederland wonen. We beschouwen de stayrate van de studenten uit deze groep als nul, om een overschatting van de totale stayrate te voorkomen.
De stayrate wordt bepaald door na te gaan of een student een bepaald aantal jaar na afstuderen nog staat ingeschreven in de BRP op een Nederlands adres. Dit betekent dat afgestudeerden die in de grensregio werken maar over de grens wonen, niet meetellen en als "vertrekkers" worden beschouwd. Deze afgestudeerden tellen dus ook niet mee in onze cijfers over arbeidsmarktregio’s, die laten zien waar in Nederland internationale afgestudeerden werkzaam zijn.
Als een internationaal afgestudeerde in Nederland woont maar in het buitenland werkt, wordt deze wel beschouwd als blijver met betaald werk.
Verschillende datasets uit microbestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn aan elkaar gekoppeld. De belangrijkste bronnen zijn: (1) DUO-registraties, met informatie over opleidingen en studiecarrières; (2) de Basisregistratie Personen (BRP), met persoonsgegevens zoals leeftijd, geslacht, woonadres en nationaliteit; (3) gegevens van de Belastingdienst en de polisadministratie van het UWV, met informatie over arbeidsmarktdeelname en inkomen; en (4) het Algemeen Bedrijven Register (ABR), dat inzicht geeft in bedrijfskenmerken en arbeidsmarktregio’s.
De arbeidsmarktregio laat zien waar internationale afgestudeerden werkzaam zijn (inclusief zzp’ers). Arbeidsmarktregio’s zijn regionale niveaus die meestal tussen gemeenten en provincies in liggen en worden vastgesteld door het UWV. Voor een overzicht van de 35 arbeidsmarktregio's in Nederland, zie: https://www.samenvoordeklant.nl/arbeidsmarktregios
De sectorindeling omvat 39 arbeidsmarktsectoren, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling (SBI)-2008, die zijn samengevoegd tot 10 klassen: Landbouw, bosbouw en visserij, Nijverheid en energie, Bouwnijverheid, Handel,
vervoer en horeca, Informatie en communicatie, Financiële dienstverlening, Verhuur en handel van onroerend goed, Zakelijke dienstverlening, Overheid, onderwijs en zorg en Cultuur, recreatie en overige diensten.
Momenteel niet. Vanwege strengere privacyregels ontvangen wij sinds 2018 geen CBS-data meer op instellingsniveau.
Hieronder vergelijken we onze aanpak van stayrate berekeningen met andere (inter)nationale berekeningen.
Vaak niet. Dit komt door belangrijke verschillen in de meetmethoden, de onderzochte studentencohorten en de omvang van internationale afgestudeerden. Deze variaties maken een directe vergelijking tussen de verschillende studies vaak lastig.
Nationale Berekeningen:
Naast de stayrate-rapporten van Nuffic zijn er diverse andere recente Nederlandse studies die de stayrate van internationale studenten onderzoeken. Denk hierbij aan rapporten van het CBS (2023), het Centraal Planbureau (CPB, 2019), het Rathenau Instituut (2024) en het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA, 2024). Hoewel al deze studies gebruikmaken van landelijke registergegevens, onderscheiden ze zich op twee cruciale punten van onze berekeningen.
Ten eerste zijn er verschillen in de afstudeercohorten die worden onderzocht. Het CPB-rapport richt zich bijvoorbeeld op oudere cohorten (2011–2014), terwijl het Rathenau Instituut zich beperkt tot de cohorten 2015–2016 en 2019–2020. Deze uiteenlopende tijdshorizonnen maken directe vergelijking lastig, zeker omdat onze bevindingen aantonen dat de stayrate per cohort varieert en bij recentere cohorten over het algemeen hoger lijkt uit te vallen.
Daarnaast zijn er belangrijke verschillen in de groepen afgestudeerden die in de analyses zijn opgenomen. De CBS-studie richt zich alleen op internationale wo-masterafgestudeerden, terwijl het ROA-rapport zowel hbo- als wo-afgestudeerden omvat, maar degenen uitsluit die binnen twee jaar doorstuderen. Nuffic telt deze groep wel mee. Deze verschillen kunnen de gerapporteerde stayrates beïnvloeden, mede omdat veel blijvers in het begin een vervolgopleiding volgen en de stayrate van wo-afgestudeerden hoger ligt dan die van hbo-afgestudeerden.
Internationale Berekeningen:
Een internationale vergelijking van stayrates is nog lastiger vanwege de uiteenlopende definities en methodologieën die per land worden gehanteerd. De OECD biedt enig houvast met een studie die kijkt naar het aantal studievisa dat binnen 5 jaar wordt omgezet in een werkvergunning. Echter, deze methode neemt vaak alleen afgestudeerden van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) mee in de analyse. Aangezien deze groep doorgaans een hogere stayrate heeft dan EER-studenten, is het waarschijnlijk dat het totale cijfer in de OECD-berekening hoger uitvalt dan wanneer alle internationale studenten zouden zijn inbegrepen.
Ja, er zijn onderwijsinstellingen die de stayrate van hun internationale afgestudeerden op instellingsniveau berekenen. Deze instellingen hanteren uiteenlopende methoden, zoals LinkedIn Talent Insights of (landelijke) afgestudeerdenenquêtes.
Omdat er vaak sprake is van een selectieve groep studenten die LinkedIn gebruiken of enquêtes invullen, zijn de uitkomsten doorgaans minder representatief dan stayrate-berekeningen op basis van landelijke registergegevens die alle internationale afgestudeerden omvatten – zoals de berekening van Nuffic.