Meetbare resultaten

Leerlingen in de BBL bereiken aan einde van klas 4 een ERK-profiel met ten minste 1 actieve en 1 passieve deelvaardigheid op minimaal A2-plus-niveau.

Leerlingen in de KBL bereiken aan einde van klas 4 een ERK-profiel met ten minste 1 actieve en 1 passieve deelvaardigheid op minimaal B1-niveau.

Leerlingen uit de GL en TL bereiken aan het einde van klas 4 een ERK-profiel met ten minste 1 actieve en 1 passieve deelvaardigheid aantoonbaar op B2-niveau.

Wanneer heb je deze resultaten bereikt?

  • Je school laat zien dat 80% van de leerlingen in het vierde jaar B1/B2/A2-plus behalen. Een paar manieren om dit aan te tonen, lees je in onze brochure B2 or not B2 - Taalvaardigheden en ERK-niveaus in tweetalig onderwijs.
  • Het ERK beschrijft het +niveau als een zeer goede A2. Het gaat bij deze +niveaus om prestaties die nog binnen de bandbreedte van het betreffende niveau vallen, maar die zich in kwantiteit en kwaliteit kunnen onderscheiden. Bij gespreksvaardigheid betekent een +niveau bijvoorbeeld een actievere deelname aan gesprekken en een breder repertoire bij uitwisseling van informatie.

Engelse voertaal

De tto-afdeling heeft voldoende onderwijstijd gepland waarin Engels de voertaal is. Je school streeft ernaar 40% van de onderwijstijd in het Engels te geven. Om een + te krijgen, moet minimaal 30% van de onderwijstijd in het Engels zijn. Je mag compenseren tussen de leerjaren .

Spreiding

De keuze van de vakken in het Engels, zorgt voor een goede spreiding van stijlen van taalgebruik. Dat betekent dat je op zijn minst 1 vak uit elk van de clusters Maatschappijvakken, Exacte vakken en Creatieve en bewegingsvakken in het Engels aanbiedt.

Cijfers

  • De leerlingen behalen op het centraal schriftelijk eindexamen Engels resultaten boven het landelijk gemiddelde.
  • De leerlingen behalen op het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands resultaten die niet lager zijn dan het landelijk gemiddelde.
  • Het gewogen gemiddelde examencijfer van alle overige vakken is niet lager dan het landelijk gemiddelde.

Voor het oordeel + mag het gewogen gemiddelde van het centraal schriftelijk eindexamen in alle overige vakken (in het met Engels en Nederlands) niet lager zijn dan het landelijk gemiddelde. Gebruik de rekenhulp (cijfertool) om het gewogen gemiddelde te berekenen. Deze tool krijg je voor de visitatie.

Als er examenresultaten zijn van meerdere jaren, wordt gekeken naar de laatste 3 jaren, waarbij een negatieve uitzondering in 1 jaar is toegestaan.

Ouderbijdrage

De school heeft een regeling voor ouders die de ouderbijdrage niet kunnen betalen.

Voor het oordeel + moet deze regeling gemakkelijk vindbaar zijn op de website van de school en in de schoolgids staan.

Taalaanbod

Norm

De kwaliteit van het taalaanbod van de tto-docenten is minimaal niveau B2 van het ERK voor alle vaardigheden.

Taalbeleid

De tto-afdeling heeft een taalbeleid specifiek gericht op alle moderne vreemde talen die de school aanbiedt.

Elementen van een taalbeleid zijn bijvoorbeeld

  • afspraken over het gebruik van de gegeven taal in de lessen
  • Personal Idiom Files
  • het beoordelen van het taalgebruik 

Materiaal

Het Engels dat gebruikt wordt in de onderwijsmaterialen is authentiek (schriftelijk en audiovisueel). Dat betekent dat de onderwijsmaterialen niet letterlijk vertaald zijn vanuit het Nederlands.

Native speaker

Er werkt ten minste 1 native speaker binnen de tto-afdeling die een ondersteunende rol heeft, al dan niet als docent. Of de school kan aantonen dat leerlingen regelmatig op andere manieren in aanraking komen met native speakers.

CLIL-didactiek

Norm

Docenten passen de CLIL-didactiek actief toe in hun lessen. Hierbij moet gewerkt worden aan:

  • actieve werkvormen;
  • bewustwording van vakspecifieke taal;
  • stimulering van communicatieve vaardigheden en Engelstalige interactie;
  • feedback op de taalproductie van de leerlingen.   

Bijscholing

Norm

Docenten ontwikkelen en onderhouden hun CLIL-vaardigheden actief en regelmatig. Dit doe je bijvoorbeeld doorCLIL-cursussen te volgen, regelmatig met elkaar op school over CLIL te praten of een CLIL-coach aan te stellen. 

De docenten Engels ontwikkelen en onderhouden de taalvaardigheid van de vakdocenten. Docenten werken onderling samen op het gebied van CLIL.

Dat gebeurt bijvoorbeeld door:

  • intervisietrajecten te volgen;
  • toetsen te laten controleren door de sectie Engels;
  • maintenance courses te organiseren.

Wereldburgerschap

Norm

De school heeft een visie op wereldburgerschap. Ook organiseert de school activiteiten voor de leerlingen om deze visie te ontwikkelen.

Voor ten minste 1 ster laat de school zien hoe in het curriculum vorm geeft aan de 4 elementen van wereldburgerschap:

  1. houding
  2. kennis
  3. vaardigheden
  4. waarden

Activiteiten

Verder moet uit het onderwijsprogramma blijken dat de leerlingen actief deelnemen aan diverse internationaliseringsactiviteiten zoals excursies, debatten, workshops en community-action-projecten.

De school toont aan welke doelen er voor wereldburgerschap aan de activiteiten worden gesteld en hoe deze bereikt worden.

Samenwerkingsproject

Norm

Aan het eind van het derde leerjaar hebben alle tto-leerlingen ten minste eenmaal deelgenomen aan een internationaal samenwerkingsproject.

Voor ten minste 1 ster toont de school aan dat alle tto-leerlingen hebben deelgenomen aan een project met leerlingen in het buitenland, waarmee ze een gezamenlijke leerervaring opgedaan hebben. De resultaten kunnen worden ingezien, bijvoorbeeld in de vorm van verslagen, werkstukken of video's. De school kan laten zien hoe er binnen het project gewerkt is aan de 4 elementen van wereldburgerschap.

Actualiteit

Norm

Docenten presenteren hun vak in internationale context en besteden aandacht aan de actualiteit.

Voor ten minste 1 ster blijkt uit het lesprogramma dat de lessen extra aandacht geven aan de internationale context. Dat blijkt uit de keuze van het materiaal en de onderwerpen, of door de opdrachten voor leerlingen.

Documentatie

De activiteiten in het kader van wereldburgerschap worden gedocumenteerd en zijn beschikbaar.

Voor ten minste 1 ster kan de tto-afdeling laten zien dat de activiteiten van de leerlingen op een zinvolle manier worden gedocu­menteerd en zijn de producten van leerlingen in te zien.

Persoonsontwikkeling

Norm

De school faciliteert de bewustwording van de persoonsontwikkeling van de leerling en de invloed van tto hierop. De persoonsontwikkeling wordt inzichtelijk gemaakt voor en door de leerling. 

Denk hierbij aan het maken van een portfolio, (eind)presentatie of webpagina.

Randvoorwaarden

De tto-leerlingen doorlopen de school minimaal even snel als de leerlingen zonder tto. Voor ten minste 1 ster moet uitval of vertraging, in vergelijking met die van de leerlingen zonder tto, redelijk verklaarbaar zijn.

Kwaliteit bewaken

De school heeft een document waarin de kwaliteit van het tto-onderwijs wordt vastgesteld. Ook neemt de school maatregelen om de kwaliteit te bewaken en zonodig te verbeteren.

Voldoende tijd

Er is voldoende tijd voor de coördinatie van de tto-afdeling. 1 of 2 personen kunnen zich voldoende bezig houden met onderwijscoördinatie die specifiek met de tto-afdeling te maken heeft.

Afstemming

De school organiseert structureel overleg en samenwerking binnen het tto-team. Voor ten minste 1 ster blijkt duidelijk dat er inhoudelijke afstemming is tussen de verschillende vakken.

Mogelijke onderwerpen van afstemming zijn: vakoverstijgende projecten, wereldburgerschap en CLIL-didactiek.

Nascholingsbeleid

De nascholing van personeel is gericht op de kwaliteitseisen die worden gesteld aan tto. Bij deze indicator wordt gevraagd dat de tto-afdeling een nascholingsbeleid heeft, waarbij de tto-docenten blijven voldoen aan de eisen voor taalvaardigheid Engels en pedagogisch-didactisch handelen.

Gesprekscyclus

Het tweetalig onderwijs heeft een plek in de gesprekscyclus met de docenten. Tto speelt een rol in bijvoorbeeld het aannamebeleid of de functioneringsgesprekken.