Cultureel Responsief Lesgeven: oog hebben voor elke leerling

In Nederland staat Cultureel Responsief Lesgeven (CRL) nog in de kinderschoenen. Wat Sabrina Alhanachi en Mari Varsányi betreft komt daar snel verandering in. “CRL maakt lessen relevanter en verbetert de leerprestaties.”

Het is soms nog vechten tegen de bierkaai, erkennen Sabrina Alhanachi en Mari Varsányi. Cultureel Responsief Lesgeven geniet in Nederland nog geen grote bekendheid en onderwijsprofessionals die de methode wel kennen, hebben er dikwijls een verkeerd beeld van.

Weinig prioriteit

“We moeten veel mensen overtuigen. Het heeft nog weinig prioriteit”, vertelt Sabrina (foto), zelfstandig consultant, promovenda en wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit. “Docenten hebben snel het gevoel dat bij Cultureel Responsief Lesgeven leerlingen in hokjes worden geplaatst.”

Cultureel Responsief Lesgeven beoogt echter het tegenovergestelde: een cultureel responsieve leerkracht erkent – en bouwt voort op – de culturele achtergrond van leerlingen en helpt ze zo een gezond zelfbeeld te ontwikkelen. Het is bovendien ook een manier om studenten kennis te laten maken met elkaars culturele erfgoed. 

Sabrina Alhanachi

“Bij CRL wordt diversiteit niet gezien als probleem, maar als kracht”, zegt Mari, consultant en docent op het gebied van intercultureel en cultureel responsief onderwijs, onder meer aan de Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam. 

“Dan gaat het niet alleen om het vieren van een feestdag en een bezoekje aan een gebedshuis, maar om bewustwording: welke culturele achtergronden, religies en talen heb ik in mijn klas? Wat kunnen wij van elkaar leren, en hoe kan ik de kennis van mijn leerlingen inzetten om hun leerproces te ondersteunen? Trouwens, een cultureel responsieve leerkracht leert zelf ook van de leerlingen. CRL werkt beide kanten op.”

'Het gaat niet alleen om het vieren van een feestdag, maar om bewustwording: welke culturen, religies en talen heb ik in mijn klas?'

Burgerschapsonderwijs

Toch zou het goed kunnen dat Sabrina en Mari in de nabije toekomst vaker een luisterend oor zullen vinden bij scholen en docenten. De nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs, die per 1 augustus is ingegaan, krijgt een meer verplichtend karakter. De wet stelt nadrukkelijk dat scholen ‘actief burgerschap en sociale cohesie’ moeten bevorderen.

Zo zijn scholen verplicht het onderwijs te richten op het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die de leerling in staat stellen deel te nemen ‘aan de pluriforme, democratische’ samenleving. Ook het bijbrengen van ‘kennis over en respect voor’ onder meer godsdienst, afkomst en levensovertuiging wordt genoemd.

Misverstanden

“Als je de cultuur of achtergrond van iemand niet ziet of erkent, dan negeer je een belangrijk aspect van een persoon”, aldus Sabrina, die onderzoek doet naar CRL. “Bij CRL zien docenten de héle leerling. In het onderwijs is daar vaak weinig ruimte voor. Vanuit de beste intenties doen docenten hun best om alle leerlingen hetzelfde te benaderen.” 

Het probleem is echter dat dit niet altijd werkt. In sommige culturen, geeft Sabrina als voorbeeld, is een docent in de ogen kijken een teken van gebrek aan respect. Sabrina: “Als je dat als docent niet weet, kan dat leiden tot misverstanden.”

CRL is geen ‘quick fix’, benadrukt Mari (foto). Ook is het geen kant en klare lesmethode die docenten direct kunnen toepassen. Bij CRL draait het in eerste instantie om bewustwording. ’Hoe ben ik gepositioneerd als persoon en als professional? Welke vooroordelen heb ik? En hoe beïnvloedt dit mijn manier van lesgeven en omgaan met mijn leerlingen?’ Dat zouden volgens Mari goede vragen zijn om als docententeam mee te beginnen.

Mari Varsányi

Leerproces voor hele school

“Het is een leerproces. De vragen die CRL oproept, raken aan de visie van de school. We hebben allemaal onze vooroordelen en blinde vlekken, ook docenten met een bi-culturele achtergrond”, onderstreept Sabrina. “Mijn ouders zijn Marokkaans, maar dat betekent niet dat ik automatisch kennis heb van Surinamers of Afghanen.”

De nieuwe wet voor burgerschapsonderwijs stelt nadrukkelijk dat scholen ‘actief burgerschap en sociale cohesie’ moeten bevorderen.

Het is ook een leerproces waarbij de input van ouders waardevol kan zijn. Net als leerlingen zijn ouders waardevolle kennisbronnen. Daar kunnen scholen goed gebruik van maken in de zoektocht naar cultureel responsieve praktijken.

Daarnaast is CRL ook, of misschien wel juist, geschikt voor minder cultureel diverse scholen. Mari: “Spiegels en vensters zijn overal nodig. Het blootstellen aan andere perspectieven is ontzettend waardevol én broodnodig: alle kinderen moeten later in hun loopbaan uit de voeten kunnen in onze diverse maatschappij.”

“De boodschap van CRL”, besluit Sabrina, “is dat je leerlingen werkelijk ziet en kent, dat ze merken dat ze er mogen zijn. Dat zorgt voor een heel andere dynamiek in de klas. Als je de opgedane kennis vervolgens kunt toepassen, maak je lessen relevanter en herkenbaarder. Onderzoek uit de VS laat zien dat CRL het welzijn, de motivatie en de leerprestaties van leerlingen positief beïnvloedt.”

Nog meer nieuws over internationalisering in het onderwijs? Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte.