Duits of Frans op de basisschool

Steeds meer kinderen krijgen Duits of Frans op de basisschool. Niet alleen in de grensregio’s, maar ook in andere delen van Nederland.

Duits en Frans op de basisschool zijn net als Engels mogelijk vanaf groep 1. Spelenderwijs de taal leren staat daarbij voorop.

Voordelen voor leerlingen

Leerlingen die op de basisschool Duits of Frans leren, kunnen daar de rest van hun leven profijt van hebben, omdat het hun horizon verbreedt. Ze zijn eerder over de drempel heen die je kunt voelen als je een vreemde taal moet spreken. Sommige kinderen uit grensregio’s hebben daar zelfs meteen profijt van omdat ze kunnen spelen met kinderen die net aan de andere kant van de grens wonen.

Voor alle leerlingen geldt: jong geleerd is oud gedaan. Als ze al vroeg Duits of Frans leren, maken ze vaak gemakkelijker contact met mensen die over de grens wonen. Ook kijken ze later gemakkelijker over de grens voor studie of werk.

Voordelen voor leerkrachten

Leerkrachten die Duits of Frans geven vertellen vaak dat het een leuk onderdeel van hun dag is, omdat de kinderen er veel plezier in hebben. De lessen Duits of Frans zijn bovendien vaak een goede kapstok om te werken aan wereldburgerschap en de kinderen te helpen hun rol in de wereld te onderzoeken. Leerkrachten in de grensregio’s kunnen bovendien een uitwisseling organiseren met een school over de grens. Zo kunnen zij ook hun eigen culturele, organisatorische en taalvaardigheden verdiepen.  

Voordelen voor scholen

De lessen Frans of Duits kunnen een school een unieke positie geven in de buurt. Dat kan voor ouders een extra reden zijn om voor die school te kiezen.

Hoe pak je dat aan?

Sommige scholen bieden lessen Duits of Frans aan als naschoolse activiteit. Andere scholen maken er ruimte voor in het curriculum door wat minder tijd te besteden aan een paar andere vakken. Voor de groepen 1, 2 en 3 is het al voldoende om elke dag 5 minuten te besteden aan Duits of Frans. Vanaf groep 4 heb je minstens een les van 30 tot 45 minuten per week nodig.

Je gaat nog een stap verder als je een ander vak (deels) in het Duits of Frans geeft. De vakken gym, muziek, techniek en handvaardigheid lenen zich hier uitstekend voor. Begin klein. Kies 1 zin die de leerlingen kunnen begrijpen in de doeltaal en waarop ze ook kunnen reageren in de doeltaal. Dit kun je langzaam uitbreiden tot je de hele les Duits of Frans spreekt met de leerlingen.

Laatste wijziging: 14-05-2018 14:27