Na succesvolle afronding van het basisonderwijs aan de Europese School gaan leerlingen naar het voortgezet onderwijs (in het jaar dat ze 11 worden). De leerlingen krijgen lessen van 45 minuten. Ze volgen minimaal 31 en maximaal 35 lessen per schoolweek.

    Cycli en curriculum

    Het voortgezet onderwijs bestaat uit 7 klassen (S1-S7) en is verdeeld in 3 cycli:

    • 1e cyclus (S1-S3)
    • 2e cyclus (S4-S5)
    • 3e cyclus (S6-S7)

    1e cyclus (S1-S3)

    De eerste 3 jaren (1e cyclus/Observation cycle) bieden:

    • een gemeenschappelijk algemeen vormend curriculum;
    • onderwijs in de moedertaal bij het grootste gedeelte van de vakken;
    • een 2e vreemde taal (L3) vanaf het 1e jaar (sinds 2014-2015);
    • Latijn als keuzevak in het 2e jaar;
    • ICT als keuzevak in het 3e jaar (of doorgaan met Latijn);
    • aardrijkskunde, geschiedenis en religie of ethiek in de 1e vreemde taal (L2) vanaf het 3e jaar.

    2e cyclus (S4-S5)

    Het curriculum van de volgende cyclus (2e cyclus/Pre-orientation cycle) bestaat uit:

    • wiskunde
    • talen
    • biologie
    • scheikunde
    • natuurkunde
    • geschiedenis
    • aardrijkskunde
    • 2 optionele vakken, zoals Language 4 (L4), economie, Latijn, Grieks, kunst, muziek of ICT.

    Let op: de taalvakken worden onderwezen in die taal.

    Aan het einde van jaar 5 krijgen de leerlingen een gemiddeld jaarcijfer voor elk vak. Dat cijfer is gebaseerd op verschillende opdrachten en 2 toetsen.

    3e cyclus (S6-S7)

    De laatste 2 jaar (3e cyclus/Orientation cycle) leiden uiteindelijk tot het Europees Baccalaureaat. Het curriculum bestaat uit minimaal 10 vakken die leerlingen na doorlopende evaluatie afronden met schriftelijke en mondelinge examens.

    Het vakkenpakket voor het eindexamen bestaat uit een combinatie van:

    • verplichte vakken;
    • keuzevakken; en
    • (eventueel) aanvullende vakken.

    Verplichte vakken

    Verplichte vakken zijn: 2 talen (L1 & L2), wiskunde, 1 exact vak (biologie, scheikunde of natuurkunde), filosofie, geschiedenis, aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding, ethiek of religie.

    • Een leerling is vrij om deze vakken voor 2 of 4 lessen per week te volgen, eventueel op een hoger niveau.
    • Geschiedenis en aardrijkskunde krijgen leerlingen in een andere taal dan L1, meestal in het Engels, Frans of Duits.

    Keuzevakken

    Voor keuzevakken kunnen leerlingen kiezen tussen 2 en 4 vakken van maximaal 4 lessen per week: natuurkunde, scheikunde, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, economie, Latijn, muziek, kunst, filosofie, talen (L3 en L4). 

    Aanvullende vakken

    Aanvullende vakken kunnen 2 lessen per week zijn in fotografie, politicologie, sociologie, een 4e vreemde taal (L5), technisch tekenen, toneel.

    Om te slagen moeten leerlingen minimaal 31 en maximaal 35 lessen succesvol afsluiten. Als ze minder lessen van een bepaald vak hebben gevolgd, moeten ze aanvullende vakken doen om aan het minimum van 31 te komen.

    We vergelijken het European Baccalaureate Certificate met een vwo-diploma.

    Taalonderwijs

    Leerlingen volgen het onderwijs zoveel mogelijk in de taalgroep van hun moedertaal. Maar niet elke Europese school biedt alle talen aan.

    Taalgroepen

    Meestal heeft een Europese School 3 tot 16 taalgroepen. Er zijn er in totaal 20:

    • Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

    Leerlingen zonder een taalgroep in hun moedertaal (Students Without A Language SectionSWALS) volgen een specifiek curriculum. Meestal zitten ze in de taalgroep Engels, Frans of Duits (L2). Deze leerlingen hebben wel wekelijks recht op een aantal uren onderwijs in hun moedertaal als de school een gekwalificeerde leraar heeft.

    Binnen het curriculum van het Europees Baccalaureaat zijn er 6 taalvakken:

    • Language 1 tot en met 5 (L1-L5);
    • Other National Language (ONL).

    Language 1

    De moedertaal is in principe het vak Language 1. Normaal gesproken is dit ook de taal van de taalgroep waar de leerling in zit, tenzij het om een SWALS-leerling gaat.

    Language 1 (L1):

    • start als vak op de basisschool en is verplicht voor alle leerjaren (S1-7);
    • volgt het nationaal curriculum zoals vastgesteld door het land waartoe die taal behoort (bijvoorbeeld, leerlingen met Nederlands als L1 volgen het curriculum zoals vastgesteld door de Nederlandse overheid).

    Language 2

    Voor het vak Language 2 kiezen leerlingen 1 van de 3 EU-werktalen (Engels, Frans en Duits). De gekozen taal moet altijd verschillen van Language 1.

    Language 2 (L2):

    • start als vak op de basisschool (P1) en eindigt in S7, in totaal 12 jaar onderwijs.
    • In S3 volgen leerlingen het vak Human Sciences in hun L2.
    • Vanaf S4 volgen ze ook geschiedenis en aardrijkskunde in L2.
    • In S6 kunnen leerlingen de gekozen taal (van het vak L2) wijzigen naar een andere EU-taal als ze de taaltoets halen (geschiedenis en aardrijkskunde blijven ze volgen in de eerst gekozen taal).
    • Vanaf S6 is er ook L2 als Advanced course, waarbij de nadruk meer op literatuur ligt dan in het gewone vak L2.

    Het is soms moeilijk voor leerlingen die nieuw zijn op de Europese School om alles in de 2e taal bij te benen, omdat ze die taal niet altijd beheersen op het vereiste niveau. In dat geval krijgen ze extra ondersteuning.

    Language 3 en 4

    Language 3 (L3) start in S1 op beginnersniveau en is een verplicht vak tot het einde van S5. Leerlingen kunnen elke EU-taal (behalve Iers en Maltees) kiezen als een minimum aantal leerlingen op school dezelfde voorkeur heeft.

    De meest voorkomende L3-talen zijn:

    • Duits
    • Engels
    • Frans
    • Italiaans
    • Nederlands
    • Portugees
    • Spaans
    • Zweeds

    Afhankelijk van de groepsgrootte in S6 en S7, en de vraag naar de taal (minimaal 5 aanmeldingen), volgen leerlingen L3 tot aan het Europees Baccalaureaat.

    Language 4 (L4) is een keuzevak in S4 voor beginners, en kunnen leerlingen volgen tot aan het Europees Baccalaureaat.

    In deze tabel staat het aantal lesuren per week, per taalvak en per niveau:

    Lesuren per week + per klas (S1-S7) Language 1 Language 2 Language 3 Language 4
    S1 5 5 2 -
    S2 5 4 3 -
    S3 4 4 3 -
    S4 4 3 3 4
    S5 4 3 3 4
    S6 4 3 4 4
    S7 4 3 4 4

    Other National Language

    Iers en Maltees ontbreken altijd als taalgroep en worden daarom onderwezen als Other National Language (ONL). Vaak zijn Fins en Zweeds ook niet beschikbaar als taalgroep. Een ONL ontstaat als er minder dan 7 leerlingen zijn die deze taal spreken.

    Common European Framework of Reference (CEFR)

    L1-leerlingen zijn native speakers. In de volgende tabel staat daarom het CEFR-niveau van de vreemde talen (L2 t/m L4) in diverse schooljaren:

    Taal\Schooljaar P1-P5 S3 S5 S7
    L2 A2 B1 B2 C1
    L3 - A1+ A2+ B1+
    L4 - - A1 A2+

     

    Examens

    De toetsing van de leerlingen gebeurt regelmatig via doorlopende evaluatie en examens. De school reikt 4 keer per jaar een rapport uit.

    Voor het Europees Baccalaureaat zijn er schriftelijke en mondelinge examens. De schriftelijke examens zijn voor alle leerlingen hetzelfde. Het gaat om de leerstof uit het 7e  jaar, maar ook om kennis uit eerdere jaren, met name jaar 6.

    De 3 factoren die het eindcijfer bepalen blijven hetzelfde:

    • schriftelijke examens (35%);
    • mondelinge examens (15%);
    • doorlopende evaluatie (50%).

    Schriftelijke examens

    Er zijn 5 schriftelijke examens:

    • Language 1 of Advanced Language 1;
    • Language 2 of Advanced Language 2;
    • wiskunde (wekelijks 3 of 5 lessen);
    • 2 keuzevakken

    Mondelinge examens

    Kandidaten moeten 3 mondelinge examens afleggen, een combinatie van deze vakken:

    • Language 1 of Advanced Language 1;
    • Language 2, Advanced Language 2, of geschiedenis en aardrijkskunde;
    • Advanced Mathematics, filosofie (2-4 lessen), Language 3, Language 4, Other National Language (ONL), biologie (2-4 lessen), scheikunde (4 lessen) of natuurkunde (4 lessen).

    Niveau Nederlands en Engels

    Hieronder staat in het kort wat het niveau van het Nederlands en Engels kan zijn van leerlingen met een Europees Baccalaureaat.

    Taalniveau Nederlands

    Wat is het minimale niveau van het Nederlands van leerlingen met een Europees Baccalaureaat?                       

    Nederlands via taalgroep L1

    In de Nederlandse taalgroep L1 zijn leerlingen native speaker. Naast Language 1 volgen ze alle exacte vakken, en eventueel andere vakken, in het Nederlands.

    Nederlands via L1-SWALS

    SWALS-leerlingen met Nederlands als L1 in een andere taalgroep hebben ook het niveau van een native speaker. Het Nederlands is de moedertaal.

    SWALS-leerlingen volgen hetzelfde L1-curriculum (vergelijkbaar met het vwo-curriculum Nederlands) als de leerlingen in de Nederlandse taalgroep. De rest van de vakken volgen ze in L2 (of de taal van het verblijfsland).

    Nederlands als L2

    Leerlingen met Nederlands als L2 behalen ten minste een eindniveau dat overeenkomt met C1 uit het CEFR.

    Nederlands als L3

    Leerlingen met Nederlands als L3 behalen een eindniveau dat overeenkomt met ten minste B1 uit het CEFR.

    Taalniveau Engels

    Wat is het minimale niveau van het Engels van leerlingen met een Europees Baccalaureaat?

    Engelse taalgroep L1

    In de Engelse taalgroep L1 zijn leerlingen native speaker. Naast Language 1 volgen ze alle exacte vakken en sommige andere vakken in het Engels.

    SWALS-leerlingen met Engels L1

    SWALS-leerlingen met Engels L1 in een andere taalgroep hebben ook het niveau van een native speaker, het Engels is namelijk de moedertaal. Dit is een voorwaarde voor toelating als SWALS-leerling. Ze volgen hetzelfde L1-curriculum als de leerlingen in de Engelse taalgroep. De rest van de vakken volgen ze in de L2-taal (of de taal van het verblijfsland).

    Engels als L2

    Leerlingen met Engels als L2 behalen ten minste een eindniveau dat overeenkomt met C1 uit het CEFR.

    Engels als L3

    Leerlingen met Engels als L3 behalen een eindniveau dat overeenkomt met ten minste B1 uit het CEFR.