Achtergrond

In 2018 riep de Europese Raad de lidstaten op om verdere stappen te zetten richting de automatische erkenning van hogeronderwijsdiploma’s. Ook in het Bolognaproces wordt een wederzijdse erkenning van diploma’s binnen de Europese ruimte voor hoger onderwijs (EHEA) nagestreefd. 

Doel is dat een bachelor of een master uit het ene land in de toekomst qua niveau gelijk wordt gesteld aan een bachelor of een master uit een ander land. Nu is dat nog niet het geval: Vaak zijn er ingewikkelde en tijdrovende erkenningsprocedures nodig om toegang tot een vervolgopleiding in het buitenland te krijgen. Automatische erkenning kan deze processen vereenvoudigen en versnellen.

    Wat is automatische erkenning?

    Bij het toepassen van automatische erkenning worden 3 van de 5 elementen van een kwalificatie zonder verdere stappen geaccepteerd: 

    1. het niveau
    2. de kwaliteit 
    3. de werklast

    Deze erkenning op "systeemniveau" is belangrijk voor een automatisch recht op toegang tot vervolgonderwijs, maar betekent nog geen directe toelating. Ook bij automatische erkenning moeten onderwijsinstellingen de laatste 2 elementen van de buitenlandse vooropleiding beoordelen: 

    1. het inhoudelijk profiel
    2. de leerresultaten

    Zo bepalen de onderwijsinstellingen zelf of iemand aan de specifieke toelatingseisen van een opleiding voldoet. Precies zoals dit in de procedures voor nationale diploma’s gebruikelijk is.

    Voordelen voor onderwijsinstellingen

    Voor onderwijsinstellingen valt wel een deel van de werklast in de toelatingsprocedure weg. Als een buitenlands diploma voor automatische erkenning in aanmerking komt, dan kunnen zij gelijk tot de inhoudelijke check overgaan. Want een bachelor geldt in dit geval als bachelor en een master als master. Zo stromen studenten direct op het juiste niveau in en verlopen toelatingsprocedures sneller en consistenter.

    Voordelen voor studenten

    Ook voor studenten levert automatische erkenning voordelen op. Op de eerste plaats betekent het meer duidelijkheid over de toegang tot een buitenlandse opleiding op een volgend onderwijsniveau. En over de erkenning van het buitenlandse diploma na thuiskomst. Verder worden de wachttijden voor inschrijvings- en toelatingsprocedures korter.

    Voordelen voor Werkgevers en bedrijven 

    Werkgevers en bedrijven profiteren op hun beurt van meer transparantie over de waarde en vergelijkbaarheid van buitenlandse diploma’s in Nederland.

      Van beleid naar praktijk

      In de EU wordt al lange tijd gesproken over de wens naar meer automatische erkenning. Landen kunnen zelf bepalen hoe ze met de automatische erkenning van diploma’s omgaan. Hiervoor is vertrouwen in elkaars onderwijsstelsels en kwaliteitsborging nodig. In het hoger onderwijs is al uitgebreide ervaring opgedaan. Stap voor stap worden bestaande initiatieven uitgebreid en naar meer automatische erkenning toegewerkt. 

      Met partners van andere Europese erkenningscentra hebben wij onderzocht hoe automatische erkenning in de praktijk wordt uitgevoerd. We belichten 4 verschillende modellen om tot automatische erkenning te komen, elk met voor- en nadelen:

      1. Bi- of multilaterale akkoorden tussen landen over wederzijdse automatische erkenning

      Verschillende (buur)landen in de Europese ruimte voor hoger onderwijs hebben met elkaar juridisch bindende akkoorden afgesloten over de automatische wederzijdse erkenning van diploma’s. Tussen de Benelux-landen bestaat bijvoorbeeld al sinds 2015 een beschikking voor de niveau-erkenning van onder andere bachelor- en masterdiploma’s. De volgende stap is de uitbreiding naar de Baltische staten. 

      Door verdragen zijn de regels voor alle partijen duidelijk en voorspelbaar. Maar de ontwikkeling en aanpassing van wetgeving in meerdere landen is een tijdrovend proces. Het is lastig om zo’n aanpak Europabreed in te zetten.

      2. Nationale lijst van landen waarvan de kwalificaties automatisch erkend worden

      Landen kunnen ook eenzijdig besluiten om diploma’s uit bepaalde staten automatisch te erkennen. Zo heeft Portugal in 2007 een wettelijke lijst van landen opgesteld waarvan ze de hogeronderwijsdiploma’s erkennen. De erkenning hoeft dus niet per se wederzijds te zijn. Zo worden in Portugal diploma’s uit meer dan 30 landen snel en gemakkelijk erkend.

      3. Internationale afspraken over automatische erkenning

      Naast de bovengenoemde instrumenten kunnen landen ook zonder "harde wetgeving" aanbevelingen en richtlijnen afspreken over de erkenning van elkaars diploma’s. Een voorbeeld is het gemeenschappelijke Toelatingshandboek van de Scandinavische en Baltische staten. Dit praktijkgerichte instrument werd in 2016 samen met de erkenningscentra van de betreffende landen ontwikkeld. Het ondersteunt hogeronderwijsinstellingen bij de toepassing van automatische erkenning in hun eigen toelatingsprocedures van diplomahouders uit de regio. 

      4. "De facto" automatische erkenning in de praktijk

      Ten slotte kunnen onderwijsinstellingen en/of erkenningscentra (afhankelijk van de nationale wetgeving) automatische erkenning gewoon direct in hun procedures toepassen, zonder verdere wetgeving of verdragen. Dit is het makkelijkst te implementeren en in veel Europese landen al geleefde praktijk. 

      Als praktisch richtsnoer kan worden gekeken of een land 

      • de Lissabonconventie heeft geïmplementeerd;
      • het eigen Kwalificatieraamwerk aan het Raamwerk van de EU of EHEA heeft gekoppeld;
      • de Europese standaarden voor kwaliteitszorg vervult. 

      In dat geval kan automatische erkenning relatief eenvoudig worden toegepast. Daarbij kunnen hogescholen en universiteiten van verschillende hulpmiddelen gebruik maken. Bijvoorbeeld van onze uitgebreide beschrijvingen van buitenlandse onderwijssystemen.

      Automatische erkenning kan dus op verschillende manieren worden gerealiseerd en uitgebreid. Daarbij zijn internationale samenwerking, kennisuitwisseling en vertrouwensopbouw tussen erkenningscentra en onderwijsinstellingen essentieel. Binnen het Europese ENIC-NARIC netwerk van erkenningscentra zetten wij ons in om internationale best practices te identificeren en instrumenten te ontwikkelen, om automatische erkenning vooruit te helpen.

        Meer weten over automatische erkenning?

        Automatische erkenning van diploma’s in het hoger onderwijs is door de onderwijsministers van de Europese ruimte voor hoger onderwijs als prioriteit opgenomen in de verklaring van Rome (2020). En de Europese Raad wil automatische erkenning in EU-lidstaten voor 2025 realiseren.

        Wij zijn bij verschillende projecten betrokken om automatische erkenning te bevorderen en de internationale erkenningspraktijk te verbeteren. Daarbij ontwikkelen wij praktische instrumenten ter ondersteuning van automatische erkenning en de naleving van de Lissabon Erkenningsconventie: