Competentieprofiel van de tweetalige mbo-docent

meer over:
Dit profiel beschrijft wat je moet kennen en kunnen om les te geven aan een tweetalige mbo-opleiding. Het maakt deel uit van de standaard voor tweetalig mbo.

Overal waar Engels staat, bedoelen we ook andere moderne vreemde talen.

Vakdocenten: docenten die hun vak doceren in het Engels.

Doeltaaldocenten: docenten Engels.

Docenten: vakdocenten en doeltaaldocenten.

Dit competentieprofiel is gebaseerd op CLIL, Content and Language integrated Learning. De vakdocenten spelen hierbij een belangrijke rol. Samen met de doeltaaldocenten verzorgen zij hun lessen in de doeltaal. Ook stimuleren zij het gebruik van de doeltaal door de studenten activerende werkvormen aan te bieden. Dit vraagt de volgende competenties van de docenten:

Curriculum

  1. De vakdocent werkt samen met de doeltaaldocent.
    De vakdocent initieert en draagt actief bij aan onderwijs rond (internationale) thema’s. De deelnemende docenten koppelen hier inhoudelijke en taalleerdoelen aan.
  2. De docent verwerkt de CLIL-doelen in het curriculum.
    CLIL vormt het uitgangspunt bij het ordenen van de lesstof en de wijze van aanbieden daarvan.
  3. De docent is betrokken bij internationale samenwerkingsprojecten en/of buitenlandstage, met het oog op het ontwikkelen van interculturele vaardigheden zodat ervaringen vaardigheden worden.
    De docent heeft de vaardigheden om een internationaal project op te zetten en te begeleiden. Bij de inhoudelijke invulling is er bijzondere aandacht voor interculturele vaardigheden en voor het op een waardevolle wijze samenwerken met een student over de grens.

Leerstofselectie

De docent is in staat om geschikt materiaal met een zoveel mogelijk internationaal perspectief in de doeltaal te vinden, te selecteren en te gebruiken in de lessen. Hij houdt hierbij rekening met het taalniveau van de studenten.

De docent draagt zorg voor een balans tussen de verschillende taalvaardigheden en kiest beroepsgerichte lesmethoden zoveel mogelijk uit Engelstalige landen. Als het geselecteerde materiaal niet overeenkomt met het taalniveau van de studenten, wordt het door de docent op maat gemaakt, bijvoorbeeld door het toevoegen van begripsvragen die zowel gericht zijn op inhoud als op taal.

Een andere strategie kan zijn het materiaal in kleinere fragmenten te verdelen, of het visueel te ondersteunen. Het internationale perspectief is een selectiecriterium. De docent kiest bronnen die bijvoorbeeld het effect van een fenomeen in verschillende landen laten zien, of internationaal verschillende meningen of gebruiken belichten.

Formatieve toetsing

  1. De vakdocent is in staat opdrachten en toetsen die het curriculum evalueren zoveel mogelijk in de doeltaal te maken en houdt hierbij rekening met het taalniveau van de studenten.
    In opdrachten en toetsen wordt onder andere getest of het niveau van het opgegeven materiaal niet te moeilijk is geweest en of de lesinhoud op een effectieve manier is overgebracht.
  2. De vakdocent maakt onderscheid tussen fouten die het gevolg zijn van niet- toereikende kennis, en fouten die ontstaan door moeite met het taalgebruik in toetsen.
    Bij het bespreken van toetsen kan dit onderscheid naar voren komen en een bijdrage leveren aan het leerproces. Zie ook punt 3 bij Didactiek.

Didactiek

  1. De docent gebruikt didactische werkvormen die talige output stimuleren.
    De docent beheerst een uitgebreid repertoire aan activerende didactische werkvormen. De student wordt uitgedaagd te spreken in de doeltaal en de taalvaardigheid te vergroten. De context van het vak vormt daarbij de leidraad. De docent heeft kennis van de theorie achter CLIL en kan aangeven wat voor de CLIL-benadering van het eigen vak essentieel is.
  2. De docent stimuleert interactie in de klas.
    Om leerkansen te benutten is het belangrijk dat studenten onderling Engels met elkaar spreken. De docent moet daarom onderlinge interactie tussen de studenten stimuleren.
  3. De vakdocent signaleert veelvoorkomende taalproblemen en geeft ze door aan de doeltaaldocent.
    De doeltaaldocent kan inspelen op actuele taalproblemen als hij wordt voorzien van goede informatie. Dat betekent dat de tweetalige mbo-vakdocent moet beschikken over terminologie om taalproblemen te benoemen.
  4. De docent stimuleert de taalvaardigheid van de studenten door verschillende vormen van feedback te geven.
    De docent heeft een repertoire aan correctieve feedback: manieren om de studenten bewust te maken van taalfouten, en ze te stimuleren zich te verbeteren. Voorbeelden zijn: herformuleren, de fout terugkaatsen, de fout expliciet benoemen.
    Daarnaast geeft de docent positieve feedback voor goede taaluitingen, en evaluatieve feedback, bijvoorbeeld na afloop van een opdracht, waarin 1 of 2 terugkerende problemen worden behandeld.
  5. De docent kan snel schakelen tussen verschillende taalniveaus voor de studenten in de klas.
    Het taalgebruik van de docent moet aansluiten bij het begripsniveau van de studenten, en idealiter iets hoger liggen, om de studenten vooruitgang te laten maken.
  6. De vakdocent maakt de studenten bewust van specifiek talige aspecten van het vak.
    Talige aspecten omvatten ten eerste de specifieke termen die bij het vak horen, maar ook de kenmerkende wijze van formuleren (het 'discours') binnen het vak, met kenmerkende stijl en vocabulaire.
  7. De vakdocent gebruikt voor klassenmanagement de doeltaal (classroom English).
    De docent beheerst een repertoire aan taaluitingen in de doeltaal om de studenten te motiveren en creëert op deze manier een prettig leer- en werkklimaat voor de studenten.

Taalvaardigheid

De vakdocent heeft een taalvaardigheid van minstens niveau B2 van het Europees Referentiekader voor de Talen voor alle vaardigheden.

De docent moet zich voortdurend ontwikkelen op het gebied van taalvaardigheid. Het streefniveau van de docent moet dan ook C1 zijn. ERK-niveau B2 is het startniveau voor de tweetalige mbo-docent. De taalvaardigheid van de tweetalige mbo-docent komt ook tot uiting door de beheersing van CLIL-didactiek, die in voorkomende gevallen een hoger niveau dan B2 zal vereisen voor een optimale toepassing.

Tien dagen lang taal centraal

18 maart 2019
Buurtaalonderwijs, francofonie, de Duitse taal en Engels in het basisonderwijs staan binnenkort centraal in allerlei activiteiten. Reden voor Nuffic om de taal10daagse uit te roepen.

Internationalisering in het onderwijs raakt op stoom

31 januari 2019
Het opdoen van een internationale ervaring in het onderwijs wordt steeds gebruikelijker, blijkt uit de nieuwe publicatie Internationalisering in Beeld.

Team Mathematics Challenge

14 juni 2019 09:00 - 17:00
Broklede, Breukelen
Teams uit de 1e en 2e klas van tweetalig havo en vwo lossen wiskundige problemen op tijdens de Team Mathematics Challenge. Ze doen dat in het Engels en zo snel mogelijk.

Docentenreis naar Durham

6 oktober 2019 12:00 - 12 oktober 2019 12:00
Durham University, Durham
Wil je kennismaken met lesmethoden en lespraktijk in het Engelse onderwijs? Meld je dan aan voor de docentenreis naar Durham.