‘Tweetaligheid moet blijven, ondanks lockdown’

Ondanks corona wisten twee scholen in Rotterdam gewoon door te gaan met hun tweetalig onderwijs. Dankzij de typisch Rotterdamse aanpak. ‘We zijn deze situatie ingegaan met de insteek van wat kunnen we wel doen?’
Geschreven door Nuffic
leerlingen Wolfert

De coronapandemie heeft achterstanden en veel praktische problemen opgeleverd in het onderwijs. Tegelijkertijd hebben scholen juist ook ervaring opgedaan met nieuwe vormen van internationale samenwerking. Nuffic nam een kijkje bij een school voor tweetalig primair onderwijs (tpo) én een school voor tweetalig onderwijs (tto) in Rotterdam.

‘Het mag niet zo zijn dat we nu alleen maar Nederlands gaan geven’. Meteen bij de eerste lockdown vorig jaar maart waren ze het op Harbour Bilingual eens: tweetaligheid moet blijven. Het Harbour Bilingual is een tpo-school die al vanaf het eerste moment meedoet aan de pilot tweetalig primair onderwijs. Startte de school acht jaar geleden met twaalf kinderen vanaf 4 jaar, nu doen 365 kinderen, tot en met groep 7, eraan mee.

Overkoepelend directeur Barbera Everaars is dan ook trots dat het gelukt is om het tweetalig onderwijs te blijven bieden in de lockdown. “Ik weet dat scholen enorm hebben geworsteld met het online onderwijs en daarom de focus op het Engels hebben losgelaten. Het is ook echt lastiger. In de klas heb je aan de wand duidelijk het schema hangen dat laat zien wanneer het tijd is voor Engels en wanneer voor Nederlands. Online heb je dat niet. Het is best wel schipperen. We hebben het weloverwogen gedaan en ik vind het echt goed hoe onze leerkrachten het hebben volgehouden.”

Online leeromgeving

Natuurlijk was het, net als voor alle scholen, voor Harbour Bilingual de eerste uitdaging om de structuur op te zetten voor online werken, vertelt locatiedirecteur Xandra Pieters. “Dat hebben we gedaan met Google Classroom. We hebben direct een studiedag georganiseerd waarin de leerkrachten de online leeromgeving konden inrichten. Dit droeg mede bij aan het succes van het online onderwijs. De instructiefilmpjes van de leerkracht waren daarnaast ook essentieel.”

Pieters: “CLIL [Content and Language Integrated Learning, red.] was echt een uitdaging, maar we hebben het met zijn allen gedaan. Leerkrachten uit de onderbouw, die nu meer tijd hadden, hielpen bijvoorbeeld met lezen met groep 6 en 7. In de tweede lockdown zijn we daarnaast gaan werken met sessies waar de leerkracht live was met de hele klas. Daarmee wilden we de ouders ontzien. Je vraagt best wel veel van ze.”

Internationale uitwisseling

Ook het Wolfert Tweetalig in Rotterdam kwam voor grote uitdagingen te staan, toen het kabinet besloot de scholen dicht te doen. “Heel veel dingen die gepland stonden konden niet doorgaan”, vertelt directeur Wendy Groen van de middelbare school. “Op de brugklas en het eindexamenjaar na, maken onze leerlingen elk jaar een internationale reis. Sinds vorig jaar maart hebben we geen fysieke internationale reis meer gemaakt. Ik hoop dat we na de zomer kunnen beginnen aan een inhaalslag.”

Michiel Dijkman, lid van het managementteam van Nuffic, was vandaag op werkbezoek bij Wolfert Tweetalig. Hij toont zich onder de indruk:

 “Het Wolfert heeft het met corona goed geregeld, door de leerlingen te verdelen over drie groepen. Die komen zo één keer in de week naar school, en zitten dan met tien in de klas. De lessen zijn hybride.

 De buitenlandse reizen zijn voor het Wolfert heel belangrijk. Leerlingen leren niet alleen de taal, maar ook vaardigheden en cultuur kennen. Het zijn internationale competenties die ze hiermee ontwikkelen. Ook bijzonder om te zien hoe het Wolfert naast uitwisselingen ook stages organiseert in het buitenland. Zowel bij bedrijven als maatschappelijke stages. Ik vind het mooi dat leerlingen zo iets doen voor de samenleving en tegelijk zelf internationale ervaring opdoen.

 Ik denk dat andere scholen echt wat kunnen leren van het Wolfert. Dat dit niet alleen mogelijk is als school in een grote stad, maar dat je met lef en doen veel kunt bereiken.”

Toch kwam ook op het Wolfert de internationalisering en het tweetalig onderwijs niet stil te staan door corona. Dankzij het enorme netwerk dat de tto-school in al die jaren opbouwde, konden samenwerkingsprojecten met scholen in andere landen doorgang vinden. Zo deden leerlingen van 3 havo samen met leeftijdgenoten in Italië een project met eTwinning, waarmee ze filmpjes konden uploaden en live sessies konden organiseren om zo uit te wisselen hoe het leven is onder de lockdown omstandigheden.

Andere leerlingen konden op afstand helpen met de organisatie van de China Flower Expo in Shanghai, waar ze hielpen een tuin te ontwerpen. Docenten onderhielden contacten met collega’s in Nepal en India. Groen: “Ik ben echt trots dat we zulke mooie initiatieven konden laten doorgaan. We hebben ons niet laten weerhouden om de contacten voort te zetten.”

Onderwijs moet kunnen blijven doorgaan

Wat voor lessen hebben de scholen getrokken uit de lockdowns? “Dat digitalisering echt heel belangrijk is gebleken in het onderwijs”, stelt Pieters. “Het onderwijs moet kunnen blijven doorgaan. In ons noodplan hebben we dan ook gezet dat je bijvoorbeeld rekening moet houden met kinderen die in quarantaine moeten. Leerkrachten moeten kunnen switchen tussen het klaslokaal en de leerlingen thuis. Dat kan door live instructies waar ze meekijken. De digitale wereld moet je dus koesteren en er meer op focussen.”

“Digitalisering is echt heel belangrijk is gebleken. Het onderwijs moet kunnen blijven doorgaan.”

Digitalisering maakt onderwijs ook internationaler, gaat de locatiedirecteur van het Harbour Bilingual verder. “Tijdens de lockdown zat een aantal leerlingen in Turkije vast, die konden doorgaan met het onderwijs. Nu zijn er ouders die gaan emigreren naar Australië. Ze hebben gevraagd of hun kinderen nog les kunnen blijven volgen zolang ze nog in quarantaine zitten. Dat is dus mogelijk. De wereld wordt echt kleiner dankzij digitalisering.”

Dat hebben ze op het Wolfert ook geleerd. Groen: “Een les die we hebben getrokken is dat je voor internationalisering niet per se de grens over hoeft. Rotterdam is natuurlijk zo’n internationale stad. Dat zie je ook bij ons op school, er zijn allerlei nationaliteiten. We zijn echt een perfecte afspiegeling van de stad.” De lockdown heeft het Wolfert ook nieuwe samenwerkingen opgeleverd binnen die eigen stad. “We hebben nieuwe samenwerkingen opgezocht binnen de stad Rotterdam, die vol zit met taalscholen en consulaten.”

Toch is de belangrijkste les, volgens Groen, dat de lockdown maar weer eens heeft laten zien hoe belangrijk socialisatie is in het onderwijs. “Dat werkt gewoon niet via Zoom of Teams. Je kan op afstand lessen volgen en leren maar het stukje sociaal contact, de groepsvorming en interactie hebben de leerlingen echt gemist. Dat is door de lockdown extra zichtbaar geworden. We zijn geen leerfabriek. Dat docenten onmisbaar kunnen zijn, daar geloof ik niet in. Het sociale stukje is een groot deel van de persoonsvorming van leerlingen, en daar spelen ook docenten een belangrijke rol in.”

Dat de twee scholen het tweetalig onderwijs en internationalisering gewoon op peil wisten te houden tijdens de coronapandemie komt ook wel een beetje door de typische Rotterdamse aanpak van mouwen opstropen, stelt Groen. “We zijn deze situatie ingegaan met de insteek van wat kunnen we wel doen? We gaan zoeken hoe, en we doen het gewoon. Onze conclusie: We zijn wereldwijs in eigen stad, maar leuker vinden we het toch om de wereld in te trekken.”