Impact Erasmusbeurs blijft ongewis

Publicatiedatum: 10-10-2017 07:30

De Erasmusbeurs bestaat 30 jaar. Steeds meer studenten gaan ermee naar het buitenland. Maar wat levert dat precies op? Claims zijn er genoeg, zoals betere baankansen, Europese burgerzin en flexibiliteit. Maar komt dat specifiek door de uitwisseling? Daar is weinig gedegen onderzoek naar gedaan.

Dankzij het Erasmusprogramma zijn er naar schatting 1 miljoen baby’s geboren, verkondigde de Europese Commissie in 2014. NRC haalde deze bewering echter onderuit. Maar het staat natuurlijk vast dat er heel wat Erasmusbaby’s zijn geboren – een tastbaar resultaat van 30 jaar Erasmusbeurzen.

Andere opbrengsten zijn minder duidelijk. Dat een Erasmusuitwisseling goed is voor de talenkennis, blijkt wel uit veel onderzoeken. Daarnaast is aangetoond dat competenties als interculturele vaardigheden erop vooruitgaan. Maar dat ligt anders bij het versterken van de Europese identiteit, een van de belangrijkste doelen die de Europese Commissie voor ogen heeft met Erasmus+. De meeste studies wijzen uit dat er weinig impact is op dit vlak, zegt Christof Van Mol, onderzoeker bij het NIDI en binnenkort bij Tilburg University.

Zelfselectie

Onlangs schreef Van Mol een paper, waarin studenten die naar het buitenland gingen vooraf en na afloop werden vergeleken met studenten die thuis bleven. De identificatie als Europeaan nam eigenlijk niet toe bij de mobiele studenten, stelde hij vast. Degenen die niet weggingen, scoorden significant lager. En ook dat veranderde niet. “Dat suggereert een soort zelfselectie”, concludeert Van Mol. “Mensen die zich al meer Europeaan voelen, nemen meer deel aan Erasmus.”

De zelfselectie die Van Mol meent te constateren, blijkt eveneens uit de Erasmus Impact Study van de Europese Commissie. Die onderzocht studenten op 6 persoonlijkheidskenmerken, zoals nieuwsgierigheid en besluitvaardigheid. Al voor hun vertrek behalen Erasmusstudenten daarbij een hogere score dan thuisblijvers. De ervaringen in het buitenland vergroten die verschillen nog eens.

Gedegen onderzoek

Dat Erasmusstudenten in hun carrière meer geneigd zijn tot internationale mobiliteit, is volgens Van Mol wel aangetoond. Onderzoekers bevroegen studenten in hun laatste studiejaar, en enkele jaren later weer. Ook aspecten als de hoogte van hun loon, internationale contacten en leidinggevende taken kwamen daarbij aan de orde. “Veel onderzoekers zien wel verschillen”, zegt Van Mol. “De vraag is: komt dat door de uitwisseling? Bij mijn weten is daar nog geen gedegen studie naar gedaan.”

Volgens Van Mol is dat dringend nodig: gedegen onderzoek naar de effecten van Erasmusmobiliteit, op dezelfde manier in verschillende landen. “Na 30 jaar is het goed om te kijken waar ruimte ligt voor verbetering.”

Lees het hele artikel in het nieuwe nummer van Transfer, met veel aandacht voor 30 jaar Erasmus+, als pdf (2.5 MB)of als webmagazine.

Laatste wijziging: 10-10-2017 05:57