Mbo-samenwerking met Cariben

Publicatiedatum: 14-11-2017 10:00

Curaçao behoort tot de populairste stagebestemmingen voor mbo-studenten. En er zijn ook contacten tussen mbo-docenten en -bestuurders hier en in het Caribisch deel van het koninkrijk. Maar het ministerie van OCW zou graag meer en duurzame samenwerking zien.

Nuffic zoekt daarom uit welke wensen en behoeften er aan beide kanten zijn.

Diversiteit kenmerkt deze opdracht, vertelt projectleider Karen Bakhuisen. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba behoren tot Nederland. Zij hebben dus het Nederlandse onderwijssysteem. “Daardoor is het in formele zin gemakkelijk om samen te werken met scholen op die eilanden.”

Dat ligt anders voor Curaçao, Aruba en Sint-Maarten, die hun onderwijssysteem zelf kunnen inrichten. “En dat is per eiland verschillend, al lijkt het soms wel op dat van ons.” Maar ook op de ‘BES-eilanden’ is de oriëntatie op de Verenigde Staten en de regio vaak groot. Verder wordt er op de ene plek meer Nederlands gesproken dan op de andere.

Quickscan

Sinds september brengt Bakhuisen in kaart welke samenwerking er al bestaat en welke instellingen en organisaties er betrokken zijn, of zouden moeten zijn bij toekomstige samenwerking. “Ik heb al heel wat in beeld van wat er gebeurt”, vertelt ze, “onder andere bij het ROC van Amsterdam, Mondriaan en STC.” Binnenkort verstuurt Nuffic een enquête om nog meer informatie te verzamelen, ook over de belangstelling en randvoorwaarden voor nieuwe samenwerking.

Begin 2018 vindt er ook een quickscan plaats op de eilanden, waar de samenwerking moet leiden tot versterking van het middelbaar beroepsonderwijs. Er zullen gesprekken zijn met scholen, maar ook met ministers en wethouders, om te horen waar zij behoefte aan hebben en welke mogelijkheden zij zien. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bestaande samenwerking en expertise.

“Zo helpt SBB de BES-eilanden bij het invoeren van een kwalificatiestructuur conform de Nederlandse wetgeving. Door uitwisseling zouden docentenkunnen zien hoe die kwalificatiestructuur in de praktijk werkt”, geeft Bakhuisen als voorbeeld.

Startgroep

“Ook het handen en voeten geven aan competentiegericht doceren en leren, om aan te sluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt, is vaak een uitdaging’, zegt Bakhuisen. “En het blijkt moeilijk om goed gekwalificeerde docenten aan te trekken én vast te houden.”

Voor dat laatste probleem heeft Bakhuisen een oplossing in gedachten. “Daar kun je een mouw aan passen door docenten te laten rouleren tussen de eilanden onderling en door ze een tijdje naar Nederland te halen.” Omdat ze beseft dat mbo-docenten moeilijk te onttrekken zijn aan het onderwijs, heeft ze een startgroep van deskundigen vanuit de scholen voor ogen die hun expertise kunnen inzetten.

Eerste projecten in het nieuwe schooljaar

Op basis van alle verzamelde informatie gaat Bakhuisen de contouren schetsen voor een nieuw programma. Het is de bedoeling dat de subsidieprocedure daarvan in het voorjaar start. De eerste projecten kunnen dan in het nieuwe schooljaar beginnen.

Op Sint-Maarten zal de samenwerking eerst in het teken van wederopbouw staan. De mbo-school staat daar nog wel overeind, zegt Bakhuisen: “Daar hebben daklozen overnacht na de orkaan Irma. Maar er is dringend behoefte aan vakmensen die bij kunnen dragen aan de wederopbouw. Daar ligt een mooie kans voor samenwerking met scholen in Nederland.”

Laatste wijziging: 14-11-2017 07:40