‘Internationalisering is meer dan alleen mobiliteit en taal’

Publicatiedatum: 22-06-2018 13:38

‘Internationalisering is meer dan alleen mobiliteit en taal’. Zo begon minister Ingrid van Engelshoven (OCW) haar repliek op de vragen van de Tweede Kamerleden in het algemeen overleg over internationalisering van het onderwijs op 21 juni.

Het gaat bij internationalisering vooral om de kwalitatieve invulling van het onderwijs, stelde ze. “Het is een toegevoegde waarde voor de Nederlandse samenleving, maar er moet wel een goede visie voor zijn en de randvoorwaarden moeten op orde zijn. Daarom heb ik vier ankers in mijn visie opgesteld: kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en verbinding met de omgeving.” Ze vond dat onderwijsinstellingen meer aandacht kunnen besteden aan die kwalitatieve invulling en beter kunnen samenwerken.

Nederlandse taal als uitgangspunt

In het Kamerdebat probeerde de minister de onrust rond internationalisering weg te nemen. Het CDA was met name bezorgd over de toename van het Engels in het onderwijs. “Om Nederland staat geen hek, en dat willen we zo houden”, stelde Kamerlid Harry van de Molen. De Nederlandse taal blijft dan ook de standaard op universiteiten en hogescholen, benadrukte de minister. Met de vernieuwing van de passage over taal in de Wet op het hoger onderwijs wil ze dat ook borgen.

Ze erkende dat haar voornemen om de wet te moderniseren vaak is opgevat als een voornemen om Engels meer ruimte te geven in het onderwijs. “Dat is niet het geval. Het is juist bedoeld om die kwalitatieve invulling aan het taalbeleid te geven. Nederlands blijft het uitgangspunt, opleidingen moeten weloverwogen de meerwaarde van Engels goed kunnen aantonen als ze kiezen voor deze taal.”

Weloverwogen taalkeuze

De Inspectie gaat daar meer op toezien, stelde ze. “Als opleidingen de meerwaarde onvoldoende kunnen bewijzen, staat als consequentie de accreditatie op het spel. Ik ga ervoor zorgen dat de taalkeuze van alle bestaande opleidingen weloverwogen is gemaakt.” Daarmee adresseerde ze de zorgen bij Kamerleden. Frank Futselaar (SP): “Als je als opleiding niet makkelijk kunt beargumenteren waarom je voor Engels hebt gekozen, moet je je afvragen waar je mee bezig bent.”

International classroom

Alle studenten moeten internationale competenties kunnen opdoen, vindt de minister. “Ook in het mbo. Internationale ervaring hoef je niet altijd in het buitenland op te doen, dat kan ook in de international classroom.”  Om ervoor te zorgen dat die kansengelijkheid er is, heeft de minister het Sociaal en Cultureel Planbureau (CBS) gevraagd om te kijken of internationalisering niet tot barrières leidt. Na de zomer zal het planbureau haar bevindingen delen.

Meerdere Kamerleden spraken zich uit voor maatregelen om uitgaande mobiliteit te stimuleren, waaronder Paul van Meenen (D66) en Zihni Özdil (GroenLinks). De laatste kondigde aan daarover een motie in te dienen

Toezeggingen

Na de zomer komt de minister ook terug op andere vragen, zoals hoe je de instroom van internationale studenten stuurt. Daar is nu nog weinig instrumentarium voor. In het najaar wil ze verder spreken over de bekostiging van het hoger onderwijs en samen met het ministerie van BZK gaat ze kijken naar hoe steden de huisvestingsproblemen van internationale studenten kunnen oplossen.

De minister zegde verder toe voor 1 maart 2020 de wet te willen hebben aangepast en  na de zomer meer te laten weten over aanpassing van het accreditatiekader voor bestaande en nieuwe opleidingen. Voor eind van het jaar ontvangt de Tweede Kamer nog een inspectierapport over de gedragscodes van opleidingstaal. 


Laatste wijziging: 22-06-2018 13:38