‘Maak internationalisering onderdeel van de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid’

Op 26 september hield dr. Jos Beelen zijn intreerede als lector Global Learning aan De Haagse Hogeschool.
Jos Beelen

Hierin vergeleek hij de internationalisering van ons onderwijs met een archeologische opgraving. “Klassieke mobiliteit is de eerste laag, maar als je dieper graaft kom je altijd uit bij de docent.”

Een archeologische opgraving als metafoor voor de stand van zaken van onderwijsinternationalisering. Origineel!
Glimlachend: “Misschien niet als je weet dat ik van huis uit archeoloog ben. Ik heb de metafoor ook al vaker gebruikt, onder andere in mijn proefschrift. Het laat helder zien dat je in de geschiedenis van de internationalisering verschillende ‘lagen’ hebt, net als bij een archeologische opgraving. Internationalisering begon met de klassieke studentmobiliteit, de eerste laag. En nog steeds steken we veel moeite in het bevorderen van studentuitwisselingen. Toch blijkt uit recente cijfers dat, ondanks alle inspanningen, gemiddeld slechts 22 procent van de Nederlandse studenten naar het buitenland gaat voor tenminste vijftien studiepunten. En dat blijken vaak kinderen uit een culturele elite die op de middelbare school al wisten dat ze in het buitenland zouden gaan studeren.

De tweede laag is internationalisation at home: het integreren van internationale en interculturele dimensies in het formele en informele curriculum van de opleiding in het eigen land. Internationalisering op onderwijsinstellingen heeft zich sinds het begin van deze eeuw vooral ontwikkeld in de Noord-Europese landen, maar staat in Zuid-Europa nog in de kinderschoenen. Dit fenomeen heeft zich parallel ontwikkeld aan het principe van global learning, wat inhoudt dat studenten met een diverse, internationale achtergrond samenwerken aan grensoverschrijdende problemen.

De derde laag in internationalisering behelst de docenten: zij zijn de belangrijkste sleutel tot succes. Tot nu toe is maar een klein deel van de docenten actief bezig met het bevorderen van internationalisering. Ik noem hen de champions van de internationalisering. Ze dragen het als vanzelf uit omdat ze bijvoorbeeld zelf in het buitenland hebben gestudeerd of een buitenlandse partner hebben. Deze mensen zijn heel belangrijk, maar ik vind dat het voorrecht van een internationaal ingestelde docent niet voorbehouden moet zijn aan een paar geluksvogels. Internationalisering is simpelweg te belangrijk om alleen aan hen over te laten.

Omdat het de wens is om internationalisering breed ingebed te hebben in de organisatie, is de vierde laag essentieel: die van de onderwijsontwikkelaars die de onderwijsprogramma’s samenstellen. Zij moeten ervoor zorgen dat de middelen om te internationaliseren aan àlle docenten aangereikt worden. Internationalisering moet een onderdeel van de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid worden. Pas als de zogenaamde ‘transversale vaardigheden’ als kritisch denken en interculturele communicatie verwerkt worden in de verplichte leeruitkomsten, zit de internationalisering ingebakken in het curriculum. Want dan moéten docenten het geven en moeten ze het ook toetsen.”

In welke laag bevinden we ons nu?

“We zitten eigenlijk al 10 jaar vast in de derde laag: bij de docenten. Het is lastig omdat de docenten zichzelf in de weg zitten. Ze zijn vaak opgegroeid met een bepaalde onderwijstraditie en die is moeilijk te doorbreken. In mijn intreerede citeerde ik de Amerikaanse president Woodrow Wilson, hij zei al in de vorige eeuw dat het gemakkelijker is om een begraafplaats te verplaatsen dan een curriculum te veranderen.” Lachend: “Gelukkig ben ik als archeoloog gewend om begraafplaatsen te verplaatsen.”

Waar komt die koudwatervrees vandaan?

“Docenten hebben vaak het gevoel dat internationalisering hen van bovenaf wordt opgelegd, dat het een extra verplichting wordt die mogelijk ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. Het is daarom van belang dat docenten veel meer betrokken worden bij hoe internationalisering in de praktijk vorm krijgt. Nu is het ontwikkelen van curricula nog te veel het terrein van de onderwijsadviseurs. Het is van belang dat de docenten zelf meepraten. Ik zeg vaak: ‘Don’t mention the i-word’. Internationalisering begint in de huidige maatschappelijke discussie een beetje een beladen woord te worden. Vraag je echter aan docenten welke specifieke vaardigheden ze inzetten in hun eigen beroepspraktijk, zoals bijvoorbeeld Skypen met een internationaal team, dan worden ze enthousiast. Als je hen vraagt: wat betekent internationalisering voor jouw studenten, dan blijken docenten dat heel goed te weten.”

Dus als ik het goed begrijp moet je via de vierde laag weer bij de derde laag uitkomen? “Ja, in zekere zin wel. Je moet samen met docenten het onderwijsprogramma veranderen. De verandering moet van onderop komen. Ik ben heel blij dat de Onderwijsraad nu ook zegt: internationalisering begint bij het curriculum en daarbovenop kan studentmobiliteit een rol spelen, als kers op de taart. Maar de essentie is dat we internationalisering niet meer over kunnen laten aan de international offices en ook niet aan een paar champions onder de docenten. Er moeten systemische middelen komen om internationalisering stevig te verankeren.”

Waarom is dat zo hard nodig?

In de afgelopen 10, 15 jaar is het politieke en sociale klimaat waarin het onderwijs internationaliseert een stuk harder geworden. In mijn intreerede benoem ik de 9 ontwikkelingen die van directe invloed zijn op de manier waarop global learning zich ontwikkelt, waaronder klimaatverandering, de tanende macht van het Westen, nepnieuws, de opkomst van nationalisme en populisme en de verregaande polarisatie van het politieke en maatschappelijk debat. Deze ontwikkelingen laten ons zien dat global learning een dynamisch proces is. Maar de belangrijkste les die we hieruit moeten trekken, is dat het vermogen om kritisch te denken belangrijker is dan ooit. Het staat niet voor niets op nummer 2 op de lijst van vaardigheden die het World Economic Forum in 2016 heeft geformuleerd als essentieel voor afgestudeerden. Wat mij betreft hoort kritisch denken op nummer 1 van die lijst. We hebben behoefte aan burgers die zowel op lokaal, nationaal en internationaal niveau kritisch kunnen denken. Dat is waar global learning en internationalisering om moet draaien.”

De hele intreerede van Dr. Jos Beelen is terug te lezen of te luisteren op de site van de Haagse Hogeschool.

Freddy Weima: ‘Internationaliseren hoort bij Nederland’

18 mei 2018
Het zijn roerige tijden voor internationaliseerders van ons onderwijs. In juni stuurt minister Van Engelshoven haar visiebrief naar de Tweede Kamer.

VK ten minste tot en met 2020 in Erasmus+

11 december 2017
Het Verenigd Koninkrijk (VK) zal ten minste tot en met 2020 blijven deelnemen aan Europese programma’s, waaronder Erasmus+ en Horizon 2020.