Kwaliteit in vroeg vreemdetalenonderwijs

Steeds meer scholen kiezen voor vroeg vreemdetalenonderwijs. Maar hoe zorgen ze dat de kwaliteit van dit onderwijs op peil blijft? Het doorlopen van een kwaliteitstraject helpt daarbij.
vvto logo

Dit artikel verscheen eerder in Basisschoolmanagement nr 8, 2018.

OBS Jan Harmenshof in Geldermalsen biedt al jaren vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto). Vanaf groep 1 krijgen de leerlingen er Engels. De manier waarop ontwikkelt zich gaandeweg: de jongste kinderen leren vooral luisteren, daarna komt spreken erbij en later volgen lezen en schrijven. Maar het gaat veel verder dan Engels aanbieden, vertelt directeur Frank Koelen. ‘Internationalisering is ook een belangrijke pijler. Onze leerlingen skypen met leeftijdsgenoten van een Finse school om vervolgens na schooltijd met elkaar te gaan gamen. Hoe cool is dat?’

Frisse blik van een buitenstaander

De school van Koelen was de eerste met een TalenT-keurmerk. Om in aanmerking te komen voor zo’n keurmerk, meldde de school zich aan bij TalenT, een van de drie vvto-keurmerken die Nederland rijk is. ‘We wilden graag weten hoe goed we het nu eigenlijk deden,’ vertelt Frank Koelen. ‘Vvto was nieuw voor ons en uiteraard deden we erg ons best, maar het is fijn om van buitenaf te horen dat je onderwijs echt kwaliteit heeft.’ Vvto is geen beschermde titel: iedere school kan zich vvto-school noemen. Vandaar dat een keurmerk meer duidelijkheid geeft over de kwaliteit. ‘Soms is het goed als iemand van buitenaf een thermometer in je onderwijs steekt,’ zegt Myrna Feuerstake, teamleider primair onderwijs bij Nuffic, de organisatie voor internationalisering in het onderwijs. ‘Dat kan een eyeopener zijn. Je kunt het nog zo goed willen doen, als je alleen aan zelfevaluatie doet, wordt het navelstaren. Die frisse blik van een buitenstaander heb je nodig.’ Scholen willen graag horen of ze de goede dingen doen en of ze het goed doen, merkt ze. ‘Je wilt er toch uithalen wat er in zit en kinderen zo goed mogelijk Engels leren.’

Richtlijn voor kwaliteit

Wie met zijn school in aanmerking wil komen voor een keurmerk, vraagt een kwaliteitstraject aan bij een van de drie keurmerken: Cedin, EarlyBird en TalenT. Een traject duurt doorgaans drie á vier jaar. Maar hoe bepalen de keurmerken nu eigenlijk of een school het goed doet, wat zijn de criteria? Daarvoor hanteren ze de Landelijke standaard vvto‌ (156.1 kB). Lange tijd was er volgens Feuerstake geen richtlijn voor kwaliteit in vvto. ‘Waar moet goed vvto aan voldoen, hoe zorg ik voor voldoende resultaten bij mijn leerlingen? Dat moesten scholen zelf maar een beetje uitzoeken.’ Vandaar dat het Platform vvto onder leiding van het Europees Platform (later opgegaan in Nuffic) in 2011 de landelijke Standaard vvto heeft opgesteld.


Tekst loopt door onder de foto.


In de standaard is kwaliteit gedefinieerd aan de hand van vier elementen: opbrengsten/resultaten, het onderwijsleerproces, kwaliteitszorg en randvoorwaarden. Bij de opbrengsten en resultaten gaat het bijvoorbeeld om de mate van taalgebruik en taalontwikkeling, bij het onderwijsleerproces om de wijze waarop docenten lesgeven en hoeveel tijd ze per week besteden aan les in het Engels. Alle drie de keurmerken hanteren de Landelijke Standaard vvto. Dat geldt dus ook voor EarlyBird, waarvan CBS Het Spectrum in Maassluis een vvto-keurmerk heeft. Directeur Gisela van Gijn is blij dat EarlyBird haar school begeleidde in het traject naar het keurmerk. ‘Een externe partij die gespecialiseerd is in vvto weet de kern te raken. Het kwaliteitstraject dwingt je om heel goed vast te leggen welke doelstellingen je hebt voor iedere groep en hoeveel uur per week je lesgeeft in het Engels.’ De begeleiding heeft ook inspirerend gewerkt. ‘Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden. Het keurmerk doet je allerlei creatieve ideeën aan de hand om Engels in je lessen te integreren.’

Het hoeft niet perfect

Ook heeft het traject tot op zekere hoogte geruststellend gewerkt, zegt Van Gijn. ‘Je bent soms geneigd te denken dat alles perfect moet. Door EarlyBird werden wij ons er ook van bewust dat dat niet altijd hoeft. Leraren zijn soms onzeker over hun Engels, spreken ze de taal wel goed genoeg? Maar het gaat niet alleen om perfecte taalvaardigheid, ook om dúrven en om dóen.’ Of het ingewikkeld is om naar een keurmerk toe te werken? Dat valt mee, zegt Van Gijn. ‘Je moet voor het papierwerk even goed gaan zitten, maar dat geldt voor een beleidsplan altijd.’ Frank Koelen van de Jan Harmenshof en zijn collega, vvto-coördinator Rose Staritsky, zijn het daarmee eens. ‘Als je goed in je beleidsplan hebt staan wat vvto op jouw school inhoudt en wat je er allemaal al voor gedaan hebt, dan kom je al een heel eind,’ zegt Staritsky. Verder behelst het kwaliteitstraject verschillende visitaties en toetsen.

Profileren

Een bordje op de deur van de school met een keurmerk erop: het is uiteraard een mooie manier om je als school te profileren. Gisela van Gijn: ‘Het is een erkenning van je harde werk, en ik zeg eerlijk: in de concurrentiestrijd met andere scholen helpt het natuurlijk om een erkende school te zijn.’ Dat herkent Frank Koelen. ‘Natuurlijk, het staat mooi, het helpt je om je te onderscheiden.’

Wat houdt scholen tegen?

Tot nu toe hebben 81 van de 1250 scholen die vvto-Engels geven een keurmerk, daarnaast zijn enkele bezig met het kwaliteitstraject. Het aantal scholen dat zich aanmeldt voor een keurmerk is dus beperkt. Nuffic en het ministerie van Onderwijs willen graag weten wat scholen tegenhoudt. Daarom wordt er nu onderzoek naar gedaan. In het voorjaar 2019 komt het rapport uit, getiteld: ‘Een onderzoek naar de hanteerbaarheid en bekendheid van kwaliteitskeurmerken in vvto Engels.’

‘Je moet het wel echt willen,’ zegt Van Gijn. Dat geldt voor vvto, maar ook voor het keurmerk. ‘Het heeft geen zin om te denken: we doen het een jaartje en dan zijn we er wel weer klaar mee. Daarom is zo’n keurmerk ook fijn, het houdt je scherp. Elk jaar word je weer getoetst, zo raakt vvto nooit ondergesneeuwd. Als je eenmaal een keurmerk hebt, is het zonde als je het laat gaan.’

Keurmerken voor vroeg vreemdetalenonderwijs

Scholen die de kwaliteit van hun vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) in kaart willen brengen, kunnen deelnemen aan een kwaliteitstraject. Zo’n traject leidt, bij goed resultaat, tot een kwaliteitskeurmerk. Er bestaan drie kwaliteitstrajecten: die van Cedin, EarlyBird en TalenT.

Alle trajecten gaan uit van de Landelijke Standaard vvto‌ (156.1 kB), waarin is vastgelegd aan welke criteria goed vvto moet voldoen. Wil je ook vroeg vreemdetalenonderwijs invoeren of uitwerken met een kwaliteitskeurmerk? Neem dan contact met ons op via po@nuffic.nl of 070 4260260.

Nog meer nieuws over internationalisering in onderwijs? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.

“Voor de leerlingen is het Duits al iets heel vanzelfsprekends”

27 november 2018
Op basisschool Buurse in Haaksbergen krijgen de kinderen sinds 2016 Duitse les in het kader van het Buurtalenproject.

Meer budget Erasmus+ voor po en vo

23 november 2017
Het budget voor Erasmus+ is voor 2018 met 15% gestegen. In totaal is er in Nederland €55,6 miljoen beschikbaar. Daarvan is €10,7 miljoen bestemd voor po en vo.

Conferentie Buurtaal - Konferenz Nachbarsprache

26 maart 2019 van 09:00 tot 18:00
Schip Graaf van Bylant bij Rederij Witjes, Tolkamer
Wil je meer weten over buurtalen, internationalisering en burgerschap? En hoe je dit kunt implementeren op je school? Vaar dan met ons mee op de Dag van de Duitse taal.

Conferentie internationalisering op de basisschool

27 maart 2020 van 00:00 tot 00:00
Locatie nog niet bekend
Dé conferentie over internationalisering op de basisschool.