Grote rol voor internationalisering in kwaliteitsagenda’s mbo

Internationalisering op het mbo staat steeds meer in dienst van de onderwijskwaliteit. Tegelijkertijd hebben scholen nog weinig aandacht voor de toegankelijkheid van een buitenlandervaring en de gevolgen van mobiliteit voor duurzaamheid.
Geschreven door Jeroen Langelaar
mbo-studenten

Steeds meer mbo-scholen zetten internationalisering in om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dat blijkt uit onderzoek van Nuffic naar de rol van internationalisering in de kwaliteitsagenda’s van mbo-scholen. Hierbij zijn 60 kwaliteitsagenda’s van 62 mbo-scholen (sommige scholen werken samen) onder de loep genomen.

Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de observatie van minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) dat internationalisering alleen bijdraagt aan de onderwijskwaliteit als het breed en met zorg wordt geïmplementeerd en voor iedere student toegankelijk is. Maar de wijze waarop internationalisering in het mbo bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs bleef lange tijd onderbelicht.

Veel aandacht voor internationalisering

In vijftig van de zestig kwaliteitsagenda’s wordt aandacht besteed aan internationalisering. Dat is veel, zegt Gabriela van Staden, projectleider en hoofdonderzoeker bij Nuffic. “Er gebeurt veel in het mbo op het gebied van internationalisering. Tot een aantal jaar geleden werd internationalisering nog gezien als iets voor erbij. Nu staat het steeds meer in dienst van de onderwijskwaliteit.”

Gabriela van Staden

Wel laten de kwaliteitsagenda’s een divers beeld zien. “Bij de ene instelling gaat het om een enkele alinea, de ander wijdt er een heel hoofdstuk aan, en bij de volgende is het thema in het hele document geïntegreerd.”

In de kwaliteitsagenda’s geven mbo-scholen aan internationalisering vooral te gebruiken om internationale competenties van studenten te versterken. Daarvoor zetten de meeste scholen in op uitgaande studentenmobiliteit, internationalisation at home en talentprogramma’s. Internationale partnerschappen worden het meest genoemd als randvoorwaarde voor internationalisering, gevolgd door het opleiden van internationaal competente docenten en medewerkers.

‘Internationalisering staat steeds meer in dienst van de onderwijskwaliteit’

Logische stap

Voor het Cibap uit Zwolle, de vakschool voor de creatieve industrie, is internationalisering één van de zeventien geformuleerde ambities in de kwaliteitsagenda. De school was in 2018 net bezig met een nieuwe missie, visie en strategie toen de kwaliteitsagenda’s werden ingevoerd.

Internationalisering daarin opnemen was, gezien het internationale karakter van de creatieve sector, ‘een logische stap’, volgens Jos Tomassen (foto), coördinator internationalisering.

“Het aantal Cibap-studenten dat een deel van de studie in het buitenland doorbrengt, is de afgelopen tien jaar exponentieel gegroeid. De beroepsgroepen waarvoor wij opleiden zijn veelal internationaal georiënteerd. Internationalisering is voor ons geen extraatje, maar essentieel voor de beroepssituatie waarin veel studenten later belanden.”

Jos Tomassen

Ambassadeurs voor internationalisering

In de kwaliteitsagenda van het Cibap worden de kaders en doelen beschreven. De school werkt met ‘ambassadeurs’ die het thema internationalisering schoolbreed onder de aandacht brengen, van studenten én medewerkers. Internationale aspecten worden geïntegreerd in projecten, er zijn talentprogramma’s en elk jaar zou minimaal één medewerker per team een ‘internationale leerervaring’ moeten opdoen.

“Als school staan wij nadrukkelijk stil bij de vraag hoe internationalisering bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs”, vertelt Wilma Dol-Buit (foto), Coördinator bureau Kwaliteit en zodanig nauw betrokken bij de kwaliteitsagenda’s.

“Internationalisering dwingt studenten om buiten hun comfortzone te treden, waardoor hun leerervaring groeit. Maar dat hoeven wij studenten niet te vertellen. Uit ons jaarlijks studentenonderzoek blijkt keer op keer dat studenten internationalisering ook heel belangrijk vinden.”

Wilma Dol

‘Internationalisering is voor ons geen extraatje, maar essentieel voor de beroepssituatie waarin veel studenten later belanden’

Weinig aandacht voor kansengelijkheid

Hoewel de aandacht van mbo-scholen voor internationalisering toeneemt, laat het onderzoek van Nuffic ook zien waar de kwaliteitsagenda’s nog tekortschieten. Zo valt op dat scholen daarin weinig aandacht besteden aan kansengelijkheid en de negatieve effecten van internationale mobiliteit op duurzaamheid.

Volgens Nuffic-onderzoeker Gabriela van Staden is dit wel te verklaren. “De meeste kwaliteitsagenda’s zijn in 2018 geschreven. Discussies over inclusie zijn pas de laatste jaren echt op gang gekomen. Datzelfde geldt voor reizen en duurzaamheid. De coronacrisis heeft op dat vlak ook voor meer bewustzijn gezorgd.”

Desondanks is het goed om middelen en doelstellingen tegen het licht te houden, vindt ze. “Veel scholen hebben concrete doelstellingen, zoals 10 procent van de studenten naar het buitenland. Maar het halen van dat doel zegt niets over de toegankelijkheid van die buitenlandervaring. Dat geldt ook voor talentprogramma’s. Die kunnen een deur vormen, maar óók een drempel.”

Virtual Classroom

Op het Cibap krijgen deze vraagstukken steeds meer aandacht. Zo heeft de Virtual Classroom tijdens corona een vlucht genomen. Jos: “We stellen onszelf nu de vraag: moeten we altijd naar het buitenland? Of kunnen we dezelfde leeropbrengst ook op een andere manier bereiken?”

Ook met betrekking tot inclusiviteit zet de Zwolse mbo-school concrete stappen. Jos: “We constateerden dat gedrag van studenten mede afhankelijk is van hun positie ten opzichte van niveau 4. Zulke studenten hebben soms een steuntje in de rug nodig. Die groep bieden we programma’s op maat, om de drempel te verlagen. Zij kunnen nu, onder begeleiding van docenten, ook naar het buitenland.

Wilma: “Dan gaat het niet om een complete internationale stage, maar een internationale ervaring. Zo proberen we die voor iedereen toegankelijk te maken.”

‘Op het Cibap bieden we studenten programma’s op maat, om de drempel te verlagen’

Inspiratie voor de toekomst

Er blijft altijd werk aan de winkel, maar Jos en Wilma zijn blij dat internationalisering door de kwaliteitsagenda’s meer aandacht krijgt. Jos: “Internationalisering wordt serieuzer genomen. Vroeger kon er makkelijker ‘nee’ worden gezegd.”

Nadelen zijn er ook. Wilma: “Omdat de bekostiging vanuit de overheid wordt gekoppeld aan het behalen van doelstellingen uit de kwaliteitsagenda’s, kan ik me voorstellen dat scholen behoedzaam zijn in het formuleren van verwachte resultaten.”

Gabriela hoopt in elk geval dat het onderzoek van Nuffic het gesprek op gang brengt. “Het onderzoek biedt niet alleen inzicht, maar ook inspiratie. We hopen dat het kan dienen als input voor de kwaliteitsagenda’s na 2022, met internationalisering als thema.”