Freddy Weima: ‘Internationaliseren hoort bij Nederland’

Het zijn roerige tijden voor internationaliseerders van ons onderwijs. In juni stuurt minister Van Engelshoven haar visiebrief naar de Tweede Kamer.
Freddy Weima

Deze week presenteerden universiteiten en hogescholen hun internationaliseringsagenda. Tijd voor een vraaggesprek met Nuffic-directeur Freddy Weima. "Als we de discussie beperken tot de schaduwzijden van internationalisering, bewijzen we onszelf geen dienst."

Afgelopen woensdag schoof je aan bij de vaste Kamercommissie van OCW om Nuffics visie op internationalisering toe te lichten. ‘Onze internationale oriëntatie is onlosmakelijk verbonden met onze nationale identiteit’, betoogde je. Dat zijn grote woorden. Is het gezien het huidige, kritische klimaat rond internationalisering nodig om het debat in dit bredere perspectief te plaatsen?

"Nou, dit is wat ik oprecht vind. De discussie rond internationalisering van het onderwijs wordt vaak gelinkt aan de discussie rond de Nederlandse identiteit. Maar als er nou iets kenmerkend is voor onze Nederlandse identiteit, dan is het onze internationale oriëntatie. Het heeft ons enorm veel gebracht, en ons onderwijs is ook succesvol juist omdàt het internationaal georiënteerd is.

Natuurlijk ben ik niet blind voor de schaduwzijden die de komst van grote aantallen buitenlandse studenten bij sommige opleidingen in bepaalde plaatsen met zich meebrengt. Internationalisering van ons onderwijs is geen doel op zich en moet in goede banen geleid worden. De kwaliteit van het onderwijs moet voorop staan. Maar als we de discussie teveel beperken tot deze schaduwzijden, bewijzen we onszelf geen dienst."

"De kwaliteit van het onderwijs moet voorop staan"

Tegenover de Kamerleden noemde je een betere samenwerking tussen hogescholen en universiteit als mogelijke oplossing. Zou dit de door de hogescholen en universiteiten voorgestelde maatregel als een numerus fixus voor Engelstalige opleidingen overbodig kunnen maken?

"Ik vind de vraag van de instellingen om te mogen selecteren heel begrijpelijk. Maar selecteren puur op basis van nationaliteit moet je niet willen. Als hogeronderwijsinstellingen de problemen gezamenlijk aanpakken, kunnen ze minstens zo effectief zijn. Uiteindelijk zul je verschillende maatregelen moeten combineren."

Mirjam van Praag, bestuursvoorzitter van de Vrije Universiteit, zei deze week in het Financieele Dagblad dat universiteiten door het huidige bekostigingssysteem voor een klassiek prisoner’s dilemma staan. Ben je het met haar eens?

"Ja, dat lijkt me duidelijk. Buitenlandse studenten werven is voor individuele instellingen lucratief. Maar uiteindelijk kost de komst van studenten uit de EU het hoger onderwijs geld, omdat ze geen kostendekkend tarief betalen en het totale budget niet meestijgt met de totale groei. Begrijpelijk dus dat hogescholen en universiteiten die instroom willen begrenzen; ze kunnen het niet betalen. Maar de focus op deze Europese studenten vertroebelt wel het zicht. Studenten van buiten de EU betalen wel een kostendekkend tarief en met onze Neso-kantoren zijn we juist actief buiten Europa."

Volgens de VSNU en de VH kunnen buitenlandse studenten een toekomstige daling van studentenaantallen compenseren en vullen ze toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt aan. Zie je dat ook zo?

"Ja, ik deel die analyse. Hun internationaliseringsagenda is veel minder negatief dan in de media geschetst werd. Wij waren bijvoorbeeld blij dat ze expliciet vragen om een doorstart van het destijds door Nuffic gecoördineerde programma Make it in the Netherlands om buitenlandse studenten na hun studie aan Nederland te binden. Het is ontzettend belangrijk dat de stayrates verder omhoog gaan. Niet alleen om toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen.

Nu blijft ongeveer een kwart van de internationale studenten na zijn studie in Nederland. Dat levert de schatkist op basis van berekeningen van CPB en CBS € 1,57 miljard per jaar op. Binnenkort wordt dit onderzoek herhaald. Het zou me niet verbazen als deze baten nog verder zullen stijgen."

In de Kamercommissie van OCW benadrukte je het belang van een brede benadering van internationalisering. Ligt de focus nu te veel op het hoger onderwijs?

"Als je het debat in de politiek en de media volgt lijkt het alleen te gaan om inkomende mobiliteit op hogescholen en vooral universiteiten. Het is mijn plicht om te laten zien wat wij aan internationalisering doen in het primair en voortgezet onderwijs en in het mbo. Dat is niet alleen scholieren naar het buitenland sturen; we laten ze ook thuis internationale ervaringen opdoen. Ik was blij verrast door de vele vragen die ik van Kamerleden kreeg over internationalisering in het mbo. Want ook daar heeft internationalisering veel meerwaarde, bijvoorbeeld in sectoren als toerisme, hospitality en groen.

Knellende wetgeving en beperkte financiële middelen staan internationalisering in het mbo nog te veel in de weg. In het hoger onderwijs wordt internationalisering door de wet- en regelgeving bevorderd, in het mbo vooral tegengewerkt. Wettelijke beperkingen voor examinering in het buitenland en taaleisen voor anderstalige mbo-studenten belemmeren onnodig de internationale samenwerking in het beroepsonderwijs. En er zijn problemen met erkenning van internationale kwalificaties en leerresultaten in het mbo. Werk aan de winkel dus."

60 jaar onderwijsvergelijking

10 december 2018
Elke dag werken 33 mensen bij Nuffic aan het waarderen van diploma’s van studenten en alumni vanuit de hele wereld. Dit jaar viert de afdeling onderwijsvergelijking haar 60e verjaardag.

'Homogene gemeenschappen zijn verleden tijd'

18 mei 2018
Culturele diversiteit in de klas en (wereld)burgerschap zijn belangrijke, maar ook gevoelige thema’s in het onderwijs.

Nuffic Congres 2019

10 oktober 2019 van 09:00 tot 17:00
Van Nelle fabriek, Rotterdam
De onderwijswereld gaat in gesprek over internationalisering.