to stay or not to stay .jpg

Hoe binden we buitenlandse studenten?

meer over:
Een kwart van de buitenlandse studenten blijft na de studie in Nederland wonen en werken, blijkt uit onderzoek van Nuffic. Dat is goed voor onze economie en arbeidsmarkt. Toch daalt de kans dat internationale afgestudeerden blijven. Hoe kan Nederland ze vasthouden?
Pieter Verbeek
15 minuten

Het is belangrijk dat buitenlandse jongeren in Nederland komen studeren, maar het is minstens even belangrijk dat ze hier voor langere tijd blijven werken, ook na hun studie. Het binden van internationale afgestudeerden levert de Nederlandse schatkist jaarlijks minstens € 1,64 miljard op, zo heeft Nuffic becijferd in een groot onderzoek naar de ‘stayrates’ van buitenlandse studenten. Weliswaar neemt het absolute aantal blijvers jaarlijks nog toe, maar hun percentage ten opzichte van het totaal aantal buitenlandse studenten in ons land neemt af: de instroom stijgt immers explosief.

Over deze thematiek laten we de onderzoekers van Nuffic, drie blijvers en een arbeidsmarktdeskundige aan het woord. Ook vertellen drie instellingen wat ze doen om afgestudeerden vast te houden.

Tussen de studiejaren 2006­/2007 en 2012/­2013 nam het aantal buitenlandse studenten dat vijf jaar na hun afstuderen nog in Nederland woont en werkt, flink toe. Uit het studiejaar 2006 waren dat er ruim 2.600, zeven jaar later was dat aantal gestegen tot boven de 3.500. In totaal werd Nederland in die hele periode 22.000 internationale talenten rijker, een kwart van alle internationale alumni. Van hen heeft 72 procent een baan gevonden, een aantal dat vergelijkbaar is met de bruto arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking. Dit blijkt uit een onderzoek van Nuffic naar stayrates: de kans dat internationale studenten na hun studie in Nederland blijven. Het onderzoek vond dit najaar voor de derde keer plaats. Voor deze derde editie onderzocht Nuffic de gegevens van bijna 86.000 buitenlandse studenten die in ons land een opleiding hebben gevolgd.

Betrouwbaarder beeld

De reden dat het onderzoek niet naar de meest recente jaren heeft gekeken, is dat je pas vijf jaar na het afstuderen van blijven kunt spreken, legt onderzoeker Mark Vlek de Coningh van Nuffic uit. “Daarom hebben we gekozen voor de afstudeercohorten 2006-2013. In dit onderzoek hebben we nu ook voor het eerst internationale alumni meegenomen die ten tijde van hun studie net over de grens woonden, of woonruimte onderhuurden. Dat geeft een betrouwbaarder beeld.”

Behalve de stijgende absolute cijfers laat het onderzoek ook een andere ontwikkeling zien: relatief gezien dáált de stayrate. Was van de afstudeerlichting 2006 ruim 29 procent van de alumni na vijf jaar nog in Nederland, van de lichting 2012 is dat nog maar ruim 22 procent.

Tabel 1

Economische crisis

Hoe komt het dat het aandeel blijvers onder de internationale alumni dalende is? Dat is deels te verklaren uit de forse groei van het aantal internationale studenten in ons land in de afgelopen jaren. Maar de belangrijkste verklaring is volgens Vlek de Coningh de economische crisis die in 2008 begon. “Een substantieel deel van de afgestudeerden in deze meting heeft waarschijnlijk de effecten van deze crisis gevoeld. Werk is een belangrijke reden om in Nederland te blijven, en dat was tijdens de crisisjaren moeilijker te vinden.” Daarnaast studeerden tussen 2006 en 2012 ook relatief veel Duitse studenten af, een groep met een relatief lage stayrate. De cijfers van Nuffic laten verder zien dat de meeste internationale alumni gaan wonen in de Randstad of in Eindhoven. Een kwart van de blijvers komt in Amsterdam en omstreken terecht. Stayrates geven inzicht in de gevolgen van internationalisering in het hoger onderwijs. Met het onderzoek wil Nuffic een bijdrage leveren aan het debat over internationalisering, vertelt Vlek de Coningh. “Ook levert het onderzoek belangrijke input voor onze activiteiten zoals het Holland Alumni Network. We wilden goed kijken naar de effecten die het heeft als mensen die hier zijn afgestudeerd, in Nederland blijven. Dat het behoud van buitenlandse alumni positieve effecten heeft, wordt uit dit onderzoek wel duidelijk.”

Oplossing voor arbeidstekorten

Allereerst leveren ze een aanzienlijke bijdrage aan de Nederlandse schatkist. Nuffic berekende dat buitenlandse alumni de Nederlandse economie netto € 1,64 miljard per jaar opleveren. Stel je voor dat je al die 22.000 studenten uit het onderzoek levenslang weet te behouden? Dan levert dat volgens Nuffic minimaal € 2,08 miljard op per jaar. ‘Verhoging van het aandeel blijvende internationale afgestudeerde studenten leidt dus tot substantiële economische meeropbrengsten’, luidt dan ook een van de conclusies van het onderzoek.

Daarnaast vormen de internationale alumni ook een belangrijke stroom kenniswerkers voor onze arbeidsmarkt, vooral in die sectoren waar grote arbeidstekorten zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste blijvers afkomstig zijn uit de studies in de sectoren onderwijs, techniek, natuurwetenschappen en gezondheid. Precies die sectoren die kampen met arbeidstekorten. Zo schreeuwt de arbeidsmarkt om technici. Onderwijsinstellingen leveren niet voldoende Nederlandse technisch geschoolden af om in die behoefte te voorzien. Het is dus prettig dat nu al 41 procent van de buitenlandse wo­alumni met een technische achtergrond en ruim 26 procent van de technische hbo­alumni hier blijft om te werken. Een hogere stayrate zou nog meer bijdragen aan het oplossen van dit arbeidstekort.

Figuur 2

Georgios Mitrakas (37) uit Thessaloniki kwam 'per ongeluk' in Nederland studeren. Lees waarom hij een blijver is.

Verdringing?

Gaan buitenlandse kenniswerkers niet de arbeidsplaatsen van Nederlandse kenniswerkers innemen? Die angst voor verdringing noemt arbeidsmarkthoogleraar Ton Wilthagen van de Universiteit Tilburg ongegrond. “Het is juist goed nieuws dat mensen hier willen komen en blijven. Niet alleen voor de schatkist.

Als ze niet blijven, hebben we gewoon te weinig krachten voor de Nederlandse arbeidsmarkt. We willen er dan ook voor zorgen dat dit aantal op peil blijft. Voor de Nederlandse kenniseconomie zijn buitenlandse studenten die blijven heel belangrijk.” Aangezien driekwart momenteel na de studie vertrekt, moet er dus iets gebeuren. Actie is zeker geboden in het eerste jaar na afstuderen, als de helft van de internationals meteen vertrekt. “Buitenlandse studenten hebben stages en bijbanen nodig”, stelt Wilthagen. “Veel buitenlandse studenten spreken niet heel goed Engels en vinden daarom moeilijk een stageplek. Veel bedrijven zijn ook nog niet op deze groep ingesteld. Zo is het moeilijk voor buitenlandse studenten om zich te oriënteren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ze beschikken niet over de netwerken die Nederlandse studenten wel hebben om op terug te vallen na hun studie. En 60 procent van het werk wordt via een netwerk gevonden. Ook studieverenigingen zijn niet goed toegankelijk voor buitenlandse studenten. Als we niets doen om de weg naar werk voor deze groep vloeiender te maken, dan zullen ze terugkeren naar hun eigen land, ook al zouden ze best willen blijven.” De verantwoordelijkheid om de situatie te verbeteren, legt Wilthagen vooral bij de universiteiten, hun alumninetwerken en career officers. De hoogleraar gaat overigens nog een stap verder. Nederland moet in zijn geheel internationaler gericht worden. “Buitenlandse alumni, maar ook expats, moeten hier niet alleen goed kunnen wonen, maar moeten ook betere voorzieningen krijgen in de buurt. Nog steeds zijn bijvoorbeeld op geen enkel Nederlands station Engelstalige instructies te vinden. We mogen wel wat meer gaan denken vanuit deze internationale groep.”

Figuur 3

Alejandro Rodriguez (27) uit Guadalajara, Mexico kwam aan de TU/e studeren, Embedded Systems. Lees waarom hij een blijver is.

“Veel buitenlandse studenten spreken niet heel goed Engels en vinden daarom moeilijk een stageplek. Veel bedrijven zijn ook nog niet op deze groep ingesteld. Zo is het moeilijk voor buitenlandse studenten om zich te oriënteren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ze beschikken niet over de netwerken die Nederlandse studenten wel hebben om op terug te vallen na hun studie. En 60 procent van het werk wordt via een netwerk gevonden. Ook studieverenigingen zijn niet goed toegankelijk voor buitenlandse studenten. Als we niets doen om de weg naar werk voor deze groep vloeiender te maken, dan zullen ze terugkeren naar hun eigen land, ook al zouden ze best willen blijven.”

De verantwoordelijkheid om de situatie te verbeteren, legt Wilthagen vooral bij de universiteiten, hun alumninetwerken en career officers. De hoogleraar gaat overigens nog een stap verder. Nederland moet in zijn geheel internationaler gericht worden. “Buitenlandse alumni, maar ook expats, moeten hier niet alleen goed kunnen wonen, maar moeten ook betere voorzieningen krijgen in de buurt. Nog steeds zijn bijvoorbeeld op geen enkel Nederlands station Engelstalige instructies te vinden. We mogen wel wat meer gaan denken vanuit deze internationale groep.”

"Als we niets doen om de weg naar werk voor deze groep vloeiender te maken, dan zullen ze terugkeren naar hun eigen land"
Figuur 4

Letitia Tudor (27) uit Boekarest wilde voor een multinational gaan werken maar leerde hier de non-profitorganisaties kennen. Lees waarom zij een blijver is.

Hospita neemt het op tegen huisjesmelker

11 september 2019
Een kamer van 24 vierkante meter voor een redelijke prijs, met hulp bij praktische zaken. Daar kan de Poolse Michal binnenkort op rekenen, dankzij hospita Gerda Zaalberg. “Als het mijn kind was, zou ik dat ook graag willen.”

Nuffic op de EAIE 2019

26 augustus 2019
Nuffic is ook dit jaar met Nederlandse onderwijsinstellingen aanwezig op de EAIE-conferentie, hét Europese netwerk-evenement voor hogeronderwijsinstellingen.

Week of the International Student 2019

16 november 2019 09:00 - 22 november 2019 23:00
Verschillende locaties
Activiteiten van onderwijsinstellingen in heel Nederland.