Pieter Duisenberg: 'Onze koers is ambitieus'

Wat staat universiteiten en hogescholen voor ogen met internationalisering? Pieter Duisenberg, voorzitter van de VSNU aan het woord.
Pieter Duisenberg van VSNU

“Wij hebben in onze gezamenlijke agenda een ambitie uitgesproken wat je met internationalisering kunt bereiken. Dat is veel meer dan aantallen internationale studenten.”

Wat zijn de uitgangspunten van deze internationaliseringsagenda?

“Dat internationalisering een enorme meerwaarde heeft voor de kwaliteit van het hoger onderwijs en onderzoek. Het versterkt de positie van Nederland als kennisland en we trekken er talent mee voor onze arbeidsmarkt.“

Is het maatschappelijk debat over internationalisering van invloed geweest op deze agenda?

“We zijn met het opstellen van deze agenda gestart voordat de discussie over internationalisering losbarstte. Maar de kritiek was ons bekend. Daarom gaat deze agenda in op een aantal knelpunten zoals toegankelijkheid voor Nederlandse studenten, huisvesting en taalbeleid.”

Is de koers van de agenda door de kritiek op internationalisering veranderd?

“Nee, wij varen een ambitieuze koers waarmee we de kwaliteit van internationalisering verder kunnen verhogen. We stellen een aantal concrete maatregelen voor. Daardoor zal de collegezaal diverser worden, maken we een kwaliteitsslag met Engels en Nederlands en gaan we ons gezamenlijk positioneren in het buitenland. We zetten er ook op in dat meer internationale studenten na hun afstuderen in Nederland aan het werk gaan en meer Nederlandse studenten in het buitenland gaan studeren.”

Een aantal media meldde dat universiteiten minder buitenlandse studenten willen werven. Klopt dat?

“Nee, wij hebben de huidige prognoses van de verwachte groei als uitgangspunt genomen. Dat zullen er in 2025 1 op 14 zijn in het hbo en 1 op 5 in het wo. Maar dit is geen macroplan op een aantal want die beslissing wordt lokaal genomen, door de hogeschool of universiteit. Wij hebben een ambitie uitgesproken wat je met internationalisering kunt bereiken en dat is meer dan aantallen.“

Hoe komt het dat er verwarring hierover is ontstaan?

“Iedere hogeschool en universiteit bepaalt zijn eigen internationaliseringsstrategie en groeiscenario. Om te kunnen zorgen dat iedere instelling daar goed op kan sturen, hebben ze bepaalde instrumenten nodig bijvoorbeeld de mogelijkheid voor een fixus bij een Engelstalige variant van een opleiding. Zo kunnen zij de toestroom aan en krijg je diversiteit in de collegezaal. Maar als je een instrument voorstelt waarmee je de groei kan reguleren, wordt dat klaarblijkelijk opgevat als ‘minder internationale studenten’.”

Wat verwachten hogescholen en universiteiten van de overheid?

“Om een aantal maatregelen uit te kunnen voeren, zal de wet moeten worden aangepast. Zoals het invoeren van een fixus, de mogelijkheid om een hoger collegegeld te vragen aan studenten van buiten Europa en aanpassingen in de huurwetgeving om de bouw van studentenwoningen aantrekkelijker te maken. We vragen het ministerie van Onderwijs ook om nauwkeurigere prognoses van de studentenaantallen.”

In de slotoverweging van de agenda pleiten jullie voor een veel ambitieuzer scenario: 40.000 internationale studenten meer in 2029 dan wat nu verwacht wordt. Waarom?

“Er komen tussen 2024 en 2030 minder Nederlandse studenten, de ‘grijze druk’ neemt toe en als kenniseconomie heeft Nederland veel ambities. Wij vragen daarom aan de politiek of het huidige groeiscenario zal volstaan. Die vraag overstijgt het niveau van de instellingen want dit gaat over extra inzet op huisvesting, andere verhoudingen van studentenratio’s en investeringen in het onderwijsstelsel. Wij vinden dat de politiek die discussie moet voeren.”