Nieuwkomer voor het eerst naar school in Nederland

Nieuwkomers voor het eerst naar school in Nederland

meer over:
Wanneer spreekt een kind voldoende Nederlands om regulier onderwijs te volgen? Het onderzoeksproject EDINA, gesubsidieerd door Erasmus+, ondersteunt scholen bij deze vraagstukken.
Elleke Bal
8 minuten

Abdulrahim en Latchmie, beiden 10 jaar, zijn druk in overleg. Allebei houden ze witte papieren strookjes in hun handen. Er staan moeilijke woorden op geschreven: operatie, verpleegster, wachtkamer. Abdulrahim kijkt goed naar twee gekleurde platen op zijn tafeltje met taferelen uit het ziekenhuis: een patiënt in bed, een dokter in de gang van het ziekenhuis. Het valt niet mee om de woorden op de juiste plek op de plaat te leggen. “Juf! Juf! Wat is een ver-pl-eeg”, leest hij geconcentreerd. “Verpleegster!” roept hij trots uit.

Op een zonnige maandagochtend krijgen zes leerlingen van obs De Kameleon in Rotterdam Nederlandse les. Ze groeiden op in Syrië, Guyana, Portugal en Polen, maar wonen nu in Rotterdam en gaan hier bijna een jaar naar school. Bang om Nederlands te praten zijn ze niet, ze kletsen wat af en begrijpen bijna alles wat leerkracht Sarodjenie Hoeseni zegt.

Mondeling taalonderwijs

“Ze pikken het zó snel op”, zegt Hoeseni, die sinds kort lesgeeft aan de schakelklassen voor ‘nieuwkomers’, zoals de kinderen worden genoemd. Het zijn vluchtelingen, maar ook kinderen van arbeidsmigranten, bijvoorbeeld uit Polen. Iedere dag krijgen zij minstens een uur intensief mondeling taalonderwijs aan de hand van de methode mondeling nederlands nieuw. Daarnaast krijgen ze andere vakken, zoals technisch lezen en rekenen, begrijpend lezen en spelling.

De Kameleon telt vier schakelklassen van ongeveer vijftien kinderen. Kinderen mogen het gehele jaar door instromen, dus de taalniveaus binnen de klassen verschillen aanzienlijk. Op Prinsjesdag werd bekend dat de regering extra geld uittrekt voor onderwijs aan asielkinderen. Scholen krijgen een tweede jaar vergoed voor taalonderwijs aan nieuwkomers. (Dat geldt alleen voor vluchtelingen, niet voor de kinderen van arbeidsmigranten bij hen in de klas.) Het gaat om vijftien miljoen euro.

Ellen Roomer, coördinator van de schakelklassen op de Kameleon, is blij met die financiële impuls. “Op de Kameleon zitten nieuwkomers in principe één jaar in de schakelklas, daarna stromen ze door naar het reguliere onderwijs. Maar de meeste kinderen hebben ook dan nog extra begeleiding nodig”, zegt Roomer.

De afgelopen jaren werden veel scholen in Nederland verrast door de toestroom van nieuwkomers.

Chaotische situaties

De afgelopen jaren werden veel scholen in Nederland verrast door de toestroom van nieuwkomers op school. Cijfers van de onderwijsinspectie laten zien dat het aantal minderjarigen dat nieuw is in Nederland sinds 2010 stijgt met gemiddeld zeven procent per jaar. Alleen al het aantal asielaanvragen door jongeren onder de achttien is tussen 2013 en 2015 verviervoudigd.

Nederland worstelt met het onderwijs aan deze kinderen en tieners. Door de instroom van vluchtelingen ontstonden er het afgelopen jaar chaotische situaties, zegt Marieke Postma, directeur van LOWAN, het adviesbureau dat basisscholen en middelbare scholen ondersteunt in het organiseren van nieuwkomersonderwijs.

Ze zag binnen scholen vaak hetzelfde patroon: plotseling werd een school geconfronteerd met een groep nieuwkomers, daar werden een of twee docenten of teamleiders verantwoordelijk voor gemaakt en die zaten dan binnen de kortste keren tot over hun nek in het werk omdat ze het wiel opnieuw moesten uitvinden. En dat terwijl er al expertise is met eerste opvang-onderwijs, zegt Postma.

Inmiddels is er via LOWAN een structuur opgezet waarbinnen ervaren nieuwkomers-scholen, zoals De Kameleon, nieuw opstartende scholen begeleiden en trainen. ‘Adopteer een school’, heet het project, bedoeld voor zowel primair als voortgezet onderwijs.

"We moeten gebruik maken van de talenten die de kinderen met zich meebrengen."

Hoe komt het dat de druk op het onderwijs zo hoog was de afgelopen jaren, terwijl Nederland al decennia anderstalige kinderen onderwijst? Het nieuwkomersonderwijs heeft te maken met grote fluctuatie in instroom en locaties, legt Postma uit. Asielzoekerscentra openen en sluiten, vluchtelingen verhuizen binnen Nederland, of vertrekken naar een ander land, arbeidsmigranten komen en gaan. Dat maakt het niet makkelijk om opgebouwde expertise vast te houden.

Er speelt ook nog iets anders: er is in Nederland wel praktijkervaring, maar weinig wetenschappelijk onderbouwde kennis over de manieren waarop het onderwijs aan nieuwkomers het beste georganiseerd kan worden. Dat zegt Emmanuelle le Pichon Vorstman, taalwetenschapper en universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.

Ze merkt op dat er veel verschillen zitten tussen de manieren waarop nieuwkomers in Nederland worden opgevangen. Waar er in Rotterdam bijvoorbeeld schakelklassen zijn voor nieuwkomers, geïntegreerd in reguliere scholen, worden in Utrecht alle nieuwkomers op een speciale basisschool opgevangen. Niemand weet welke methode beter werkt, zegt Le Pichon, en ze noemt andere urgente vragen: Wat moeten leerkrachten kunnen om les te geven aan nieuwkomers? Wanneer moet een kind naar een reguliere klas? Is zo’n schakelklas überhaupt wel nodig?

Ondersteuning nieuwkomers

Le Pichon is projectleider van het internationale onderzoeksproject EDINA (Education of International Newly Arrived migrant pupils), een samenwerking tussen onderzoekers, beleidsmakers van gemeenten en scholen uit Nederland, België en Finland.

Het project heeft een subsidie gekregen van Erasmus+ en is bedoeld om scholen te ondersteunen bij het opvangen van nieuwkomers, door wetenschap en praktijk aan elkaar te verbinden. Binnen EDINA wordt bijvoorbeeld een leermodule gemaakt die scholen tools geeft om de overgang van de schakelklas naar de gewone klas zo soepel mogelijk te laten verlopen. Ook hebben de EDINA-onderzoekers de drie landen met elkaar vergeleken op het gebied van onderwijs aan nieuwkomers.

De verschillen zijn erg groot. Zo krijgen scholen in Finland maar liefst zes jaar financiële ondersteuning voor nieuwkomers, waar dat in Nederland slechts één was – en nu dus twee is geworden. Meer financiële ondersteuning is een stap in de goede richting, zegt Le Pichon, maar er moet meer gebeuren. Wat is het grootste probleem? “Dat deze kinderen worden gezien als een probleem”, zegt ze stellig. “Als je naar een kind kijkt en denkt, dat is een probleem, wat ga ik daarmee doen, dan voelt het kind dat meteen.”

Nieuwkomersonderwijs in Nederland

In Nederland zorgt het kabinet samen met COA, gemeenten en maatschappelijke organisaties voor onderwijs aan asielzoekers en nieuwkomers. In het primair en voortgezet onderwijs is dat op verschillende manieren georganiseerd. Als kinderen van basisschoolleeftijd in Nederland komen wonen, zijn er vier mogelijkheden:

  1. Het kind gaat naar school in een asielzoekerscentrum.
  2. De gemeente heeft een bepaalde taalschool voor nieuwkomers ingericht.
  3. In de meeste gevallen gaat het kind naar een reguliere school waar aparte klassen voor anderstalige nieuwkomers zijn. Volgens LOWAN zijn er op dit moment ongeveer 200 van die nieuwkomersklassen in het primair onderwijs.
  4. Ook komt het voor dat een kind meteen in een reguliere klas instroomt. Dit gebeurt voornamelijk als het om kleine aantallen gaat, bijvoorbeeld op het platteland.

Volgens inspectiecijfers waren er op 1 oktober 2015 7.910 basisschoolleerlingen met een niet-Nederlandse nationaliteit, die korter dan een jaar in Nederland woonden. Dat waren er 2500 meer dan het jaar daarvoor. In het voortgezet onderwijs is de situatie overzichtelijker, daar komen leerlingen meestal terecht in schakelklassen op reguliere scholen.

Op 1 oktober 2015 waren er ongeveer 11.350 nieuwkomers die eerste opvangonderwijs volgden op deze scholen, wat neerkomt op ongeveer 750 klassen in Nederland. De meeste kinderen krijgen een jaar tot twee jaar schakelonderwijs. Om les te kunnen geven aan nieuwkomers hebben docenten geen extra bevoegdheden nodig. Wel zijn er speciale cursussen, lesmodules en opleidingen ontwikkeld, waar meer over te lezen is op de website van LOWAN.

"Onderwijssystemen in Europese landen zijn vaak te eentalig gericht."

Eentalig gericht

Le Pichon merkt op dat onderwijssystemen in Europese landen te eentalig gericht zijn. De kinderen die binnenkomen spreken soms al twee of drie andere talen, en er zouden meer mogelijkheden moeten zijn om kinderen direct bij binnenkomst in die talen te onderwijzen.

“Begrijp me niet verkeerd, kinderen moeten Nederlands leren”, zegt Le Pichon. Maar als een kind daardoor een of twee jaar vertraging oploopt, gaat het al mis. “Bij de doorstroming naar de middelbare school wordt al snel gezegd, dat kind is te oud, laat hem maar vmbo doen in plaats van vwo.”

Doorstroom lager schoolniveau

Uit een onderzoek door de VO-raad bleek onlangs nog dat ruim een derde van de migrantenkinderen doorstroomt naar een lager schoolniveau dan het kind aankan. Van de leerlingen die vanuit de internationale schakelklassen naar het middelbaar onderwijs doorstromen, gaat bijna 70 procent naar het praktijkonderwijs of vmbo basis of kader. “Er gaat zo een hoop talent verloren”, zei voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller hierover in NRC Handelsblad.

Hij zou willen dat er toch naar wegen wordt gezocht om kinderen op hun eigen niveau les te geven, zelfs als ze nog niet voldoende Nederlands beheersen. “We moeten gebruik maken van de talenten die de kinderen met zich meebrengen”, beaamt Le Pichon. Ze pleit voor meer aandacht en onderzoek voor dit thema. Binnen EDINA worden de eerste stappen gezet. Samen met partnerscholen zoals de Kameleon hopen de onderzoekers succesvolle strategieën te zoeken om het onderwijs aan nieuwkomers te verbeteren.

Meer informatie vind je op de website van EDINA.

Auteur: Elleke Bal

De rol van Nuffic

Historisch gezien is de rol van Nuffic op het gebied van vluchtelingenopvang in onderwijs beperkt geweest, zegt Mtinkheni Gondwe, senior beleidsmedewerker bij Nuffic. Het waren lang gescheiden werelden: Internationalisering op scholen stond los van het onderwijs aan kinderen van nieuwkomers. Maar daar komt langzaam verandering in.

Het thema diversiteit wordt steeds belangrijker op scholen, zegt Gondwe. “Migrantenstromen veranderen de samenstelling van de populatie. De vraag is: Hoe gaan we daar op school mee om? Wat gebeurt er als er ineens vijf kinderen in jouw klas komen die jouw taal niet spreken, andere gewoonten hebben en misschien wel verhalen over oorlog met zich meedragen?”

Nuffic ziet dat al veel organisaties zich bezighouden met de eerste opvang van migrantenkinderen. “Onze meerwaarde zit ‘m juist in die fase daarna”, zegt Gondwe, “als kinderen uit de schakelklassen doorstromen naar reguliere klassen.” De opvang van nieuwkomers in die klassen brengt uitdagingen met zich mee voor docenten en leerlingen op die ontvangende scholen. “Want hoe bereid je jezelf en je leerlingen voor op hun komst? En hoe ondersteun je nieuwkomers zo goed mogelijk?”

Nuffic heeft expertise op dit gebied, en kan docenten ondersteunen bij het omgaan met echte internationaliseringsvraagstukken zoals diversiteit, multiculturaliteit, meertaligheid in de klas, intercultureel bewustzijn en wereldburgerschap. Op dit moment werkt de organisatie daarom aan een trainingsaanbod dat leerkrachten ondersteunt op deze vlakken.

Alle trainingen vind je in de Nuffic Academy. Daarnaast is er in Brussel ook aandacht voor het thema diversiteit in de klas.

Binnen het subsidieprogramma Erasmus+ is het thema ‘inclusive education’ op dit moment belangrijk. Scholen scoren meer punten op het onderdeel relevantie wanneer ze een subsidieaanvraag doen voor een project dat aansluit op bijvoorbeeld de vluchtelingencrisis. Kijk voor meer informatie op de website van Erasmus+.

Nog meer nieuws over internationalisering in onderwijs? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.