Inspectie: onderbouwing taalkeuze moet beter

meer over:
Onderwijs in een andere taal? Dat mag niet zonder onderbouwing van de noodzaak. Instellingen kunnen daar nog heel wat aan verbeteren, concludeert de Onderwijsinspectie.

Omdat onderwijs in een vreemde taal alleen bij uitzondering is toegestaan, moeten instellingen de noodzaak daarvan onderbouwen in een gedragscode. Op verzoek van de Tweede Kamer bracht de Onderwijsinspectie een rapport uit over die gedragscodes.

Van de 77 instellingen die onderwijs verzorgen in een andere taal dan het Nederlands, zijn er 34 die geen gedragscode hebben. Die voldoen dus niet aan de wet. De gedragscodes die er zijn noemen meestal wel een reden voor de taalkeuze, zoals de herkomst van de studenten. Maar de uitwerking daarvan laat volgens de inspectie te wensen over. En een toetsbaar criterium, om vast te stellen of de andere taal noodzakelijk is, ontbreekt veelal.

Onderwerp van gesprek

De wet is overigens niet erg duidelijk over wat er in de gedragscode moet staan. De inspectie heeft daar wel ideeën over. De instelling moet heldere kaders bieden met randvoorwaarden en procedures. Binnen die kaders kunnen professionals op de werkvloer een taalkeuze maken, op basis van duidelijke redenen en op een transparante manier.

Idealiter blijft die taalkeuze onderwerp van gesprek binnen de instelling, schrijft de inspectie. Ook naar aanleiding van evaluaties, waar de behoefte van werkgevers en ervaringen van alumni een rol in kunnen spelen.

Toegankelijkheid

Bij onderwijs in een andere taal is aandacht nodig voor de toegankelijkheid. Vooral bij de overgang naar Nederlandstalig onderwijs naar een vervolgopleiding in een andere taal zijn er risico’s, benadrukt de inspectie. Maar dat is niet alleen een zaak van individuele instellingen; op landelijk niveau moet worden bekeken wat het aanbod in het Nederlands en in het Engels is. De VSNU heeft de minister al toegezegd de taalkeuze jaarlijks aan de orde te stellen in overleggen.

Wetswijziging

Intussen bereidt minister Van Engelshoven een wetswijziging voor, waar nu een internetconsultatie over loopt. Als onderwijs in een andere taal meerwaarde heeft, vindt Van Engelshoven dat voldoende reden om daarvoor te kiezen. Een noodzaak is na de wetswijziging dus niet meer nodig. De gedragscode komt te vervallen. De minister wil wel dat instellingen een specifieker taalbeleid gaan formuleren, waar blijvend aandacht voor is.

De inspectie vindt dat instellingen de wetswijziging niet hoeven af te wachten, maar nu al hun taalbeleid kunnen aanscherpen. Dit jaar volgt er nog een onderzoek naar het taalbeleid in de praktijk, waarbij de inspectie bekijkt of de genoemde knelpunten worden aangepakt. De inspectie trekt ook samen op met onder meer de NVAO. Die toetst vanaf februari bij accreditaties de taalkeuze.

“Het is belangrijk vast te leggen wanneer een opleiding in het Engels meerwaarde heeft”, schreef Nuffic-directeur Freddy Weima vorig jaar in zijn pleidooi om internationalisering niet te verengen tot verengelsing. “En er moet ook voldoende Nederlandstalig aanbod blijven.”

Nog meer nieuws over internationalisering in onderwijs? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.