Automatische erkenning

‘Het gaat om de wil en het vertrouwen in elkaars onderwijsstelsels’

Automatische erkenning betekent niet automatische toegang
meer over:
Met een diploma krijg je niet automatisch toegang tot een vervolgopleiding in het buitenland. Het kost vaak veel tijd en geld om een diploma erkend te krijgen en dat moet anders.
Tefke van Dijk
7 minuten

Met een diploma krijg je niet automatisch toegang tot een vervolgopleiding in het buitenland. Het kost vaak veel tijd en geld om een diploma erkend te krijgen. Dat moet en kan anders. Met Europese afspraken over ‘de waarde’ van een diploma kunnen onderwijsinstellingen sneller bepalen of zij iemand kunnen toelaten. Automatische erkenning betekent echter niet automatische toegang. De inhoudelijke check blijft belangrijk voor onderwijsinstellingen.

In 2018 is het advies gekomen voor automatische erkenning van diploma’s in de Europese Unie. Automatische erkenning betekent dat je automatisch in aanmerking komt voor een opleiding van het ene onderwijsniveau naar het andere. Ofwel: met een bachelor-diploma heb je in Europa in principe toegang tot een masteropleiding. In 2025 moet dit volledig zijn geïmplementeerd in alle lidstaten.

Erkenning is niet meteen toegang

Sommige landen en onderwijsinstellingen schrokken van de term ‘automatisch’. “In het begin was het een uitdaging om de betekenis ervan duidelijk te maken”, aldus Lucie Trojanova, die bij de Europese Commissie betrokken is bij automatische erkenning in het hoger onderwijs. “Automatische erkenning betekent niet dat je als onderwijsinstelling ieder diploma moet accepteren. Je moet nog steeds een inhoudelijke check doen.”

Head Admissions Office bij Universiteit van Amsterdam Diana Hense herkent de aanvankelijke angst. “Bij de eerste berichten over automatische erkenning hadden mensen het idee dat je daardoor iedereen moet toelaten. Die angst is niet nodig. Het gaat om een Europese regeling die ons leven makkelijker moet maken. De inhoudelijke check blijft er altijd. Vooral bij masteropleidingen, die heel specifiek kunnen zijn, kun je nooit automatisch een bachelor aannemen. Als universiteit kunnen we besluiten iemand niet toe te laten tot de opleiding, bijvoorbeeld omdat we uit ervaring weten dat de achtergrond van iemand en de gewenste opleiding niet aansluiten.”

Wat is automatische erkenning?

Officieel luidt de definitie: “Automatische erkenning van een diploma leidt tot het automatische recht van een kandidaat met een kwalificatie van een bepaald niveau om in aanmerking te komen voor toegang tot de arbeidsmarkt of een programma van verder studeren op het volgende niveau in een ander EHEA-land.” Deze definitie komt terug in de aanbeveling van de Europese ministers van Onderwijs (2018) voor het creëren van de Europese onderwijsruimte.

Bij het toepassen van automatische erkenning zijn drie van de vijf hoofdelementen van een kwalificatie automatisch geaccepteerd: het niveau, de kwaliteit en de werklast. Onderwijsinstellingen moeten de overige twee elementen (profiel en leerresultaten) van een kwalificatie nog controleren om te bepalen of iemand voldoet aan de specifieke toegangseisen voor toelating tot een bepaalde opleiding.

Vertrouwen in elkaars onderwijsstelsel

Deze zomer start een onderzoek om in kaart te brengen wat er sinds 2018 is gebeurd en in 2021 moeten de lidstaten de Europese Commissie informeren over de voortgang. Vooralsnog is de ongelijkheid groot, ziet Trojanova. “Niet alle lidstaten zijn even ver. Vooral in Midden- en Oost-Europa moeten ze nog een flinke slag maken.”

Ze ziet nu dat studenten door de uitbraak van Covid-19 bang zijn dat hun resultaten niet worden erkend. “Automatische erkenning kan studenten helpen bij de internationale erkenning van hun diploma. Als een instelling zegt dat je bent geslaagd, dan moet je daarop vertrouwen.”

Automatische erkenning geeft aan dat er vertrouwen is in elkaars onderwijsstelsels, meent Lotte Dijkink van het Secretariaat-Generaal Benelux in Brussel. “Het gaat allemaal om de wil en het vertrouwen in elkaars onderwijsstelsel. Die verschillen weliswaar, maar met op kwaliteitsgaranties gebaseerd vertrouwen komen we stapje voor stapje dichter bij Europese samenwerking.”

De Europese Commissie probeert lidstaten op allerlei manieren te stimuleren. Uiteindelijk moeten zij de automatische erkenning van diploma’s gaan toepassen bij nationale onderwijsinstellingen. Inmiddels zijn er al verschillende regionale overeenkomsten.

Benelux als laboratorium

Zo hebben de Benelux-landen in 2015 een beschikking ondertekend voor de niveau-erkenning van bachelor- en masterdiploma’s. Volgens Dijkink is daarbij bewust gekozen voor een beschikking boven een verdrag omdat een beschikking sneller tot stand komt. “De afspraken zijn bindend en alle landen moeten de beschikking opnemen in hun nationale wetgeving. De beschikking heeft de samenwerking binnen de Benelux snel kunnen realiseren, zonder op een EU-brede aanpak te moeten wachten. Het heeft ook een laboratoriumfunctie, als test en voorbeeld voor de EU.”

In 2018 is de beschikking uitgebreid naar alle diploma's en graden in het hoger onderwijs, dus naast bachelor en master ook associate degrees en doctoraten. Ook de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) hebben onderlinge afspraken gemaakt. In november 2019 is een intentieverklaring ondertekend tussen de Benelux en de Baltische staten om een verdrag te sluiten.

Dijkink: “Dit is een belangrijke stap op weg naar uitbreiding met meer lidstaten. Buurlanden vertrouwen elkaar sneller. In Europa zijn meer samenwerkingsverbanden door gedeelde taal of mobiliteit, net zoals er voor de beschikking in de Benelux al afspraken waren tussen Nederland en Vlaanderen. Hoe meer landen afspraken maken, hoe makkelijker we die met elkaar kunnen verbinden.”

“Automatische erkenning kan studenten helpen bij de internationale erkenning van hun diploma. Als een instelling zegt dat je bent geslaagd, dan moet je daarop vertrouwen.”

- Lucie Trojanova, Europese Commissie

Sneller, consistenter en eerlijker

Automatische erkenning zorgt ervoor dat de aanmelding, inschrijving en toelating sneller gaat, als eerste stap in het proces. Het moet lange procedures voor studenten voorkomen. Trojanova: “Soms zijn studenten verbaasd dat er in Europa nog geen automatische erkenning is. In bepaalde lidstaten moeten ze de volledige inhoud van een opleiding opsturen, inclusief vertaalde scripties.

Daarna moeten ze dertig dagen tot drie maanden wachten en 150 euro betalen en dan hebben ze nog altijd geen duidelijkheid of ze welkom zijn. Daar heb je als student geen zin in. Als het lastig is om ergens naartoe te gaan en bij thuiskomst weer moeilijkheden te hebben bij de erkenning, dan doen studenten het niet. Terwijl internationale ervaring zo belangrijk is, noodzakelijk misschien zelfs.”

Volgens Trojanova heeft automatische erkenning veel potentie. “Als land krijg je meer internationale studenten als het makkelijker is. Ook is het veiliger en economisch beter omdat je door minder administratie meer tijd overhoudt voor beleid. Het zorgt bovendien voor meer gelijkheid tussen internationale en nationale studenten. Van kwaliteitsverlies is geen sprake, omdat het eindbesluit altijd bij de instelling ligt.”

Hense beaamt dat: “Natuurlijk zit er niveauverschil tussen onderwijsinstellingen en landen, dat is nu eenmaal zo. Je kunt echter wel beginnen met het erkennen van de kwalificaties en zeggen: een bachelor is een bachelor. Die erkenning zegt niet direct iets over de kwaliteit van de bachelor, maar je hebt een indruk. Met automatische erkenning accepteer je de verschillen die er zijn.”

"In bepaalde lidstaten moeten ze de volledige inhoud van een opleiding opsturen, inclusief vertaalde scripties."

Door de meest voorkomende diploma’s in een systeem te zetten, kan een student zijn diploma selecteren en heb je als instelling een handvat omdat het systeem de vertaalslag maakt. Hense: “We hebben hierdoor een idee van het niveau, maar we kunnen het er niet mee eens zijn. Je moet altijd kijken of het inhoudelijk aansluit. Er is wat voorwerk gedaan en dat is het grote voordeel.”

Door de beschikking in de Benelux is daar nu overeenstemming over het niveau van hoger onderwijs, de inhoudelijke beoordeling gebeurt door de onderwijsinstellingen. “Zij kunnen besluiten dat iemand aanvullende vakken moet volgen”, zegt Dijkink.

Jaarlijks 11.000 bachelor-aanmeldingen

De uitwisseling en instroom van internationale studenten wisselt elk jaar, maar Nederland en Duitsland lopen zeker voorop. Ook de UvA ontvangt jaarlijks veel internationale studenten. “Ieder jaar hebben we een enorme instroom van Europese bachelors”, vertelt Hense. “Dit jaar kregen we bijvoorbeeld zo’n 7.500 aanmeldingen met een Europese bachelor-achtergrond. Dat is heel veel.”

“Bij de diplomawaardering is het fijn om te weten dat een student van een geaccrediteerde hogeronderwijsinstelling komt”, vervolgt ze. “Wij zijn met Studielink aan het implementeren dat de internationale vooropleiding automatisch doorkomt naar ons systeem. Het systeem is ook handig voor data in managementrapportages. We kunnen vrij eenvoudig zien hoe mensen van bepaalde opleiding presteren.”

'Onderwijs is overal anders en nationaal ingericht. Maar door het uitwisselen van informatie en delen van ervaringen kunnen we een begin maken met de samenwerking.'

De volgende stap is wat Hense betreft dat er meer opleidingen worden toegevoegd aan de lijst, zodat deze langer en breder wordt. “We zijn nu aan het opstarten met een handvol opleidingen, maar hoe meer er in het systeem staan, hoe meer werk het ons bespaart. Nuffic is nu voor ons een belangrijke back-up bij de waardering van diploma’s en bij de automatische erkenning is die kennis hard nodig. Nuffic mag van mij daarin een belangrijke rol pakken.”

Discussies over samenwerking en erkenning in de EU lopen al decennia. Dat geeft aan dat het niet eenvoudig is. “Het duurt lang om 27 neuzen dezelfde kant op te krijgen”, aldus Dijkink. “Het zijn veelal uitgesproken intenties. Hoe snel het allemaal gaat, is afwachten. Onderwijs is geen bevoegdheid van de Europese Commissie en bindende wetgeving is daardoor niet mogelijk. Onderwijs is overal anders en nationaal ingericht. Vanuit de EU is geen harde wetgeving mogelijk, maar door het uitwisselen van informatie en delen van ervaringen kunnen we een begin maken met de samenwerking.”

Nuffic en automatische erkenning

AR-Net

Nederland heeft in Europa een voortrekkersrol op het gebied van automatische erkenning. Nuffic is betrokken bij twee grote projecten om nationale erkenningsstructuren te verbeteren. Automatic Recognition in the Networks (AR-Net) is gericht op de implementatie van automatische erkenning in de Europese Unie en de Europese ruimte voor hoger onderwijs.

Het project leverde verschillende resultaten op, waaronder nieuwe richtlijnen voor de facto automatische herkenning, een policy paper over overdraagbaarheid van herkenningsverklaringen en bijgewerkte praktische instrumenten ter ondersteuning van de naleving van de Lissabonerkenningsovereenkomst (LRC), zoals EAR-handleidingen over erkenning, het STREAM-trainingsplatform en een instrument voor kwaliteitsborging voor de ENIC-NARIC-netwerken.

Lees meer over AR-Net

I-Comply

I-Comply is vorig jaar gestart in samenwerking met OCW als formele projectleider. Samen met nationale autoriteiten in Oekraïne, Italië, Litouwen en Polen worden maatregelen ontwikkeld om nationale erkenningsstructuren te verbeteren. Nuffic geeft hiermee uitvoering aan Europese richtlijn uit 2018 voor wederzijdse erkenning van kwalificaties. Het I-Comply-project heeft tot doel de naleving van de Lissabon-erkenningsovereenkomst te verbeteren door de nationale en institutionele erkenningsstructuren te versterken.

Lees meer over I-Comply

Documenten

Lees verder

Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Internationale studenten onzeker over studie in Nederland

26 mei 2020
De belangstelling van buitenlandse studenten om in Nederland te studeren is ondanks de coronacrisis nog steeds groot, maar dat betekent niet automatisch dat ze zich zullen inschrijven.

Wat zijn de gevolgen van corona voor internationalisering? Deel 3: onderwijssamenwerking

8 mei 2020
In deel 3 van onze serie gaan we in op onderwijssamenwerking