Informatieplicht

Als referent hebt u een informatieplicht. Dit betekent dat u wijzigingen in de situatie van de vreemdeling die van belang zijn voor diens verblijf, moet doorgeven aan de IND.

De IND wil bijvoorbeeld op de hoogte worden gebracht als een student van onderwijsinstelling wisselt of onvoldoende punten heeft behaald. Meer hierover leest u bij ‘Studievoortgangsmonitoring’ hieronder.

Ook wijzigingen binnen uw eigen organisatie die invloed hebben op uw positie als erkend referent, moet u doorgeven.

De IND kan ook zelf om inlichtingen vragen. U bent als referent dan verplicht de gevraagde stukken tijdig aan te leveren.

Studievoortgangsmonitoring

Een belangrijke plicht van de hogeronderwijsinstelling is het monitoren van de studievoortgang van haar buitenlandse studenten. Deze plicht wordt niet nader uitgelegd in de Wet modern migratiebeleid, maar in artikel 5.5 van de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs.

De studievoortgangsmonitoring houdt in dat de onderwijsinstelling aan het einde van ieder studiejaar dient te controleren of de niet-EU/EER-studenten ten minste 50 procent van de nominale studielast van een academisch jaar hebben behaald.

Bij een jaarlijkse studielast van bijvoorbeeld 60 ECTS moet de student aan het einde van het studiejaar ten minste 30 ECTS hebben behaald. Als dit niet het geval is, dient de onderwijsinstelling na te gaan wat hiervan de reden kan zijn.

Is de reden verschoonbaar (zie ‘Verschoonbare redenen’ hieronder), dan registreert de onderwijsinstelling dit bij de IND. De IND onderneemt geen verdere actie. De student kan zijn studie vervolgen, nadat met de onderwijsinstelling is afgesproken hoe de schade kan worden ingehaald. Iedere verschoonbare reden kan één keer per referentperiode gebruikt worden.

Als er geen verschoonbare reden is voor het niet behalen van voldoende studiepunten, dient de onderwijsinstelling dit te melden bij de IND. De IND kan dan overgaan tot het intrekken van de verblijfsvergunning voor studie.

Verschoonbare redenen

Verschoonbare redenen volgens artikel 7.51 lid 2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) zijn:

  • ziekte of zwangerschap;
  • lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis;
  • bijzondere familieomstandigheden;
  • bestuursfunctie (samengevat);
  • onvoldoende studeerbare opleiding;
  • overige oorzaken die leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.
Laatste wijziging: 29-06-2012 17:25
Kwam deze informatie van pas?