Chiara

07 okt 2010

Er was eens...

  • Opleiding: leisure management
  • Buitenlandervaring: afstudeeropdracht, opzetten van een touroperator
  • Locatie: San Carlos, Nicaragua

Er was eens een stadje in Nicaragua, Midden-Amerika, waar de mannen nog echt mannen zijn, waar de vrouwen de salsa dansen en waar kinderen in schooluniformen rondlopen. Waar elektriciteit niet altijd voorradig is en water trouwens ook niet. Waar mensen nog bestand zijn tegen minimaal 35 graden en met een pikhouweel riolen aanleggen. Het is een plaatsje waar bonen op het dagelijkse menu staan in de combinatie met rijst en bananen, waar de taxi’s nog geen vering hebben en waar het leven nog betaalbaar is. Dit plaatsje ligt aan de lieflijke Rio San Juan, een rivier waar mensetende haaien nog vrijuit zwemmen, die door de bewoners als wasmachine wordt gebruikt en waar de jungle met bijbehorende krokodillen, schildpadden en monsterleguanen aan grenst.

Midden in dit stadje staat een houten hippiehuisje, voorzien van alle kleuren van de regenboog, een koelkast en drie Nederlanders. Deze Nederlanders zijn nog niet zo bekend met de salsa, de man hoeft niet zo nodig een 'echte' man te zijn en een schooluniform past niet meer. Voor deze Nederlanders is het wel dramatisch als je bijna 24 uur zonder elektriciteit zit, wanneer je laptop het na 3 uur begeeft en wanneer je het om 18.00 uur donker ziet worden en je je afvraagt hoe je in godsnaam de nacht door gaat komen. Als daarbij het water ook nog de hele dag niet heeft gestroomd en de vooruitzichten niet beter zijn voor de volgende dag, vraag je jezelf als rasechte Hollander af of je hier wel zo verstandig aan hebt gedaan terwijl je jezelf kapot zweet bij de minimaal 35 graden. Wij zijn daar nu eenmaal niet zo goed tegen bestand, zeker niet zonder enige vorm van elektrische verkoeling in de vorm van een fan. Zowel geïntrigeerd als bewonderend bekijk ik de echte mannen die met een pikhouweel een riool uit een rotsachtige grond slaan en de ongemakken die mijn wereld langzaam ten onder brengen schijnbaar niet ervaren zoals ik dat doe. Ik besluit me te wijden aan mijn betaalbare lunch van bonen, rijst en, jawel, een banaan.

Maar de vraag is natuurlijk: wat doe ik in dit rare stadje? Ik werk hier aan mijn afstudeeropdracht die draait om het opzetten van een touroperator die de lokale bevolking van een inkomen gaat voorzien. Mijn stageorganisatie is een lokale NGO die streeft naar het behoud van de natuurlijke bronnen en biodiversiteit in regio Rio San Juan, het nog uitgestorven en onontwikkelde deel van Nicaragua. Hierom niet minder veelbelovend! Met zijn eilandjes, stadjes langs de rivier waar de enige zoetwaterhaaien ter wereld zwemmen, jungles en belangrijke doorvoerroute naar Costa Rica is het een gebied dat een waanzinnig onontdekt toeristisch potentieel heeft.

De NGO legde vrij snel de link tussen hun doelen en toerisme, mede door de sterke opkomst van community based toerisme in Nicaragua. De stichting heeft echter niet de capaciteiten om invulling te geven aan de touroperator op strategisch en operationeel niveau. Niet qua tijd die erin gaat zitten, maar ook niet qua toeristische kennis. Daarom zitten ik en mijn afstudeerpartner nu bijna drie maanden in San Carlos, de hoofdstad van de eerder genoemde regio Rio San Juan. Hier werk ik op kantoor vlak bij mijn huis en heb ik beschikking over internet.

Om deze stage tot een succes te maken moeten je beschikken over goede moed, omdat het af en toe lijkt alsof niemand begrijpt waar je het over hebt en hierom moet je flink blijven doorzetten. Spaanse kennis omdat je anders nog geen hond verstaat en het overleg op Chinees lijkt, en motivatie omdat je het wel moet willen.

Een kleine greep uit de rest van mijn leven hier: uitstapjes naar de jungle waar het ruikt zoals in Blijdorp. Hoe krijgen ze dat daar voor elkaar? Oude ruïnes, begraafplaatsen (uiteraard), de markt en andere eilandjes waar van 18.00 uur tot circa 21.30 uur elektriciteit is. Ook een opvallend feitje: in sommige gevallen lijkt het wel alsof men hier meer geld uitgeeft aan dood dan aan leven. Begraafplaatsen zien er over het algemeen waanzinnig uit, op een aantal met de hand beschreven houten kruizen na.

De jungle was toch wel de meest bijzondere ervaring! Het is geweldig! Stel je voor, je vaart in een bootje door de meest tropische omgeving, waar je spannende geluiden hoort die mij ingaven dat er ieder moment minimaal een dino uit de struiken zou komen en waar de apen zo keihard brullen dat ik de naam brulaap langzaam begin te begrijpen. Krokodillen gezien, baby's en een volwassene! Schildpadden, monsterleguanen, vogels in alle soorten en maten, aapjes en vast nog een hele hoop wat ik nu vergeet.

Drie maanden afgesloten zitten van de wereld zoals ik die kende, maar tegelijkertijd wel aan een mooi doel werken. Dit omschrijft mijn stageperiode in Nicaragua.

Chiara

Share |