28 februari 2010 - Het leed dat organisatorische Erasmus-ellende heet
13 jan 2011
"Studie en stage in het buitenland: gewoon dóén!" De slogan van het Nuffic wekt in mijn hoofd angstaanjagende beelden van een tandenblootgrijnzende Natasja Froger op. Niet iedereen wordt door deze onheilspellende visie geplaagd wanneer hij op zoek gaat naar informatie over een Erasmus-studieperiode. Mijn taak om hen te behoeden voor het leed dat 'organisatorische Erasmus-ellende' heet. Weet waar je aan begint.
1. "Journalistiek studeren? Das geht nicht."
"Hallo. Ich bin Erasmus-Student. Was muss ich tun vor die Schule hier beginnt?" Ik geef in gebrekkig Duits antwoord op wat mijn naam is, doe een poging "Knaapen" te buchstabieren en probeer de blik van de geïrriteerde Erasmussecretaresse te interpreteren.
"Je gaat hier journalistiek studeren, zeg je? Das geht nicht. Het departement van journalistiek heeft helemaal geen partneruniversiteit in Nederland." Ze zal wel verkeerd kijken. Ik heb drie kilo papier aan motivatiebrieven met mijn keuze voor journalistiek ingeleverd in Utrecht. Ik ben gewapend met Learning Agreements en andere enge internationale studiecontracten hierheen gekomen. Mij flikt ze niks.
Toch wel. De rest van de week ben ik kwijt aan het op-en-neer fietsen van en naar de Freie Universität om toelatingsgesprekken te voeren. Dan is het ook voor elkaar: ik mag twee vakken Duitse journalistiek volgen. Ik ben nu al moe.
2. De gestolen portemonnee
Eind november loop ik met mijn huisgenootjes van een kerstmarkt terug naar onze Wohngemeinschaft. Wanneer ik wil kijken of ik nog geld heb om boodschappen te doen bij Kaufland, gaat er een schok door me heen: het zijvakje van mijn tas staat wijd open en kijkt me leeg aan. Portemonnee weg.
De week die er op volgt, wordt overstemd door telefoontjes met het gevonden-voorwerpenbureau van de Berlijnse gemeente, de verzekering en de Rabobank.
"Het spijt me mevrouw Knaapen, als u een nieuwe Rabopas heeft aangevraagd, moet u deze persoonlijk komen afhalen." Ik zet mijn wanhopige, kleine stemmetje op. "Dan had u uw ouders vóórdat u naar Berlijn vertrok volmacht moeten verlenen." Waarom hoor je zulke dingen altijd pas achteraf?
Deze organisatorische drama's lees je niet in de overenthousiaste Erasmusverslagen. Schijnheilige studenten. Tot aan de kerst (de gelukkige dagen waarin ik herenigd wordt met mijn familie en, hoezee, het hoofdkantoor van de Rabobank) teer ik noodgedwongen op de inhoud van mijn spaarvarken.

3. Het vergeten formulier
"Oké, ik ga op de koffer zitten, dan moet jij hem dichtdoen." Ik gooi mijn gewicht in de strijd, waarop Ingrid het slotje behendig dichtklikt. Morgen ga ik alweer de Berlijnse voor de Utrechtse Dom inruilen. Wat is dit halfjaar belachelijk snel gegaan. Ingrid werpt een blik op de stapel papierwerk op mijn bureau.
"Heb je je eigenlijk uitgeschreven bij ’t unief?"
"Ja." Ik denk terug aan de urendurende tocht van verschillende universiteitskastjes naar talloze instituutsmuren van de afgelopen week. "Ik ben zelfs, na tweeënhalf uur wachten op het gemeentekantoor vanmiddag, officieel geen Berlijnse burger meer."
"En je hebt je Statement of Home Institution?"
"Mijn wat?"
Na een bliksemcursus Erasmusformulieren sprint ik naar de U-Bahn om de eerstvolgende metro terug naar de uni te pakken. Bij het International Office zie ik hoe een universiteitsmedewerker in uniform de sleutel omdraait. "NEEEIN!" Melodramatisch laat ik me op mijn knieën voor de glazen deur zakken, terwijl ik de man met gevouwen handen smekend aankijk. "Na denn… Schnell."
Een klokrondje later zijg ik uitgeput neer tussen de koffers in mijn kamer. Met Het Formulier in mijn rechterhand, uiteraard.
En nu?
En nu? Nu zit ik alweer twee weken in Nederland. In een sneltreinvaart heb ik drie Erasmusverslagen getypt, me aangemeld bij de gemeente en mijn Utrechtse kolenhok weer gevuld met mijn eigen troep. Ik heb alle organisatorische ellende doorstaan. En weet je? Het viel eigenlijk allemaal best wel mee. Het was het allemaal waard.

Ja, dat zou je willen hè, dat het zo afliep? Nou, mooi niet. Ik lees net…
…in mijn mailbox dat ik één van mijn Berlijnse journalistieke vakken niet heb gehaald, waardoor ik studievertraging oploop;
…op mijn internetrekening dat ik vrijwel blut ben en dat mijn Erasmusbeursbron volledig uitgeput is;
…in mijn agenda dat duizend-en-één deadlines op het punt staan me de stress in te jagen, terwijl mijn komende weken volgepland staan met talloze huis-, tuin- en keukenfeestjes…
Krijg nou wat. Ik ben gewoon gereïntegreerd in het Utrechtse studentenleven, dat is alles.
Mijn conclusie: het viel absoluut niet mee. Maar het was het allemaal waard.
P.S. Dit was mijn laatste blog. Zit je toch nog met vragen? Mail me gerust op e.knaapen[at]students.uu.nl. "Gewoon dóén!"