27 oktober 2009

17 jun 2010

Berlijnse Belevenissen I: Kloppen op het tafelblad

Een groot blok beton doemt voor mijn neus op als ik de hoek van de Garystrasse om loop: het Henry Ford Bau. In dit gebouw begint over drie kwartier mijn eerste college, een Vorlesung over de grondbeginselen van de journalistiek. Ik loop naar de ingang en duw de zware, koude deur open.

De ontvangsthal is groot, hoog en leeg. Geen wonder. Vanuit Neukölln – Berlijns kebabwijk en, sinds een maand, mijn woonplaats – heb ik met de U-Bahn al een flinke route afgelegd en aangezien ik vanochtend voor het eerst deze ondergrondse tocht moest maken, ben ik goed op tijd vertrokken. Ik ga zitten op een koud, marmerachtig bankje en haal een boek tevoorschijn om de tijd te doden.

Mijn ogen glijden over de woorden, maar ze lijken hun betekenis niet door te kunnen seinen naar mijn hersens. Nieuwsgierige vragen malen door mijn hoofd: hoe zou zo´n hoorcollege zijn - anders dan in Utrecht? Zou Herr Dozent er strakker, stijver en serieuzer uitzien dan de gemiddelde Nederlandse hoogleraar? Een gladgestreken gezicht boven een zwart pak met krijtstreep, zoals dat volgens de goedgeorganiseerde Duitse orde hoort? Hij duldt vast geen tegenspraak; de relatie tussen docenten en leerlingen is een stuk afstandelijk er en koeler dan in Nederland, heb ik me laten vertellen.

Een halfuur later krijg ik antwoord op mijn vragen: een man met grijs haar komt in smetteloos zwart pak de Hörsaal ingelopen, waar ik me intussen – samen met driehonderd anderen – tussen de collegebanken heb geschoven. De ordentliche, messcherp gestreken vouw in zijn broekspijpen blijft op zijn stevige tred richting het spreekgestoelte perfect in vorm.

“Liebe Leute, wilkommen zu der erste Vorlesung!”

Verrek, het gezicht van de man breekt open en schijnt als een zonnetje na een herfststorm door de zaal. Dat had ik niet verwacht. Wanneer ik merk dat hij zelfs om de haverklap een grap maakt (niet dat ik die versta in het razendsnelle Duits op een maandagochtend; ik concludeer het uit de golven van gegrinnik om mij heen), besef ik dat het vooroordeel niet klopt. Niks onpersoonlijke Duitse stijfheid; deze man vertoont ontelbare gelijkenissen met mijn enorm vlotte Utrechtse docenten.
 

Vokuhila

De studenten dan? Net zo fout als het gemiddelde beeld dat ‘de Nederlander’ van ‘de Duitser’ heeft? Zoveel matjes in de nek dat we er een tapijt van kunnen vlechten? Ik kijk om me heen en evalueer de gelaagdheid van de groep. Goed, ik zie één gigantisch foute Vokuhila (de afkorting voor ‘vorne-kurz-hinten-lang’ - verreweg mijn favoriete woord uit de Duitse taal), ik merk op dat het aantal neuspiercings relatief hoog is (wat wil je in Europa’s hoofdstad der alternatievelingen) en ik concludeer dat ‘kakkers’ hier uitgestorven zijn. Één vokuhila die alle studentikoze matjes vervangt.

Het overgrote deel van de luisteraars hier komt echter overeen met de gemiddelde Nederlandse student. En aangezien driekwart van de studenten van het vrouwelijke geslacht is, resulteert dit in een overvloed aan H&M-outfits en -accessoires. Net Nederland, dus.

Na deze uitgebreide observatie – ik voel me bijna wetenschapper, ware het niet dat ik, zoals gezegd, zo subjectief als de pest ben – kan ik mijn conclusies trekken: Duitse colleges (hun docenten en de bijbehorende studenten inclusief) verschillen nauwelijks van de Nederlandse varianten.
 

Toch nog anders

Net op het moment dat ik een zucht van opluchting slaken, stokt mijn adem. Ik lijk terecht gekomen in een Duitse WOII-film. Het geluid van mitrailleurs; een regen van geratel knalt tegen mijn trommelvliezen. 

Mijn wijd opengesperde ogen schieten heen en weer. Voor ik besef wat er gebeurt, neemt de herrie plots af, maar ik zie nog net hoe mijn buurvrouw haar knokkels voor de laatste keer op het tafelblad slaat. Ze lacht om mijn geschrokken gezichtsuitdrukking en verklaart het overweldigende geroffel. Niks oorlogslawaai – massaal kloppen op het tafelblad; de Duitse, bescheiden versie van een applaus om de docent te bedanken voor zijn lezing.

Vriendelijke Duitse dankbaarheid in plaats van lompe Hollandse luidruchtigheid.

Ik haal gerustgesteld adem.

Verschillen we tóch nog van die Duitsers.

Els drinkt thee

 

Share |