24 november 2009
17 jun 2010
Nederlands in Berlijn of Het orakel van Sint-Odiliënberg
''Und was studierst du?'' vraagt de jongen, die ik net een flinke trap in zijn maag heb gegeven, nadat hij zijn longen weer vol lucht heeft gezogen. Oei.
Ik weet intussen dat dit de vraag is waarbij het antwoord bij veel mensen merkwaardige vraagtekens boven het hoofd plaatst. In Nederland was dat, voor mijn vertrek, ook al zo. De tweede vraag die dan op de eerste volgt, gaat steevast gepaard met een ongelovige, ietwat spottende blik: "En je gaat studeren in Berlijn?!"
Ja. Ik studeer Nederlands in Berlijn.
Een paar weken geleden. Ik was met twee studiegenoten (die wat mij betreft nog iets raarder zijn; dat een Nederlandse in Berlijn Nederlands studeert is nog tot daar aan toe - maar waarom zou een Duitser dat doen?) op de Nederlandse ambassade, waar een literatuuravond werd georganiseerd over 'die multikulturelle Niederlande'. Te gast waren dichter Mustafa Stitou en auteur Connie Palmen.
Eerder die dag hielden Stitou en Palmen een gastcollege aan de Freie Universität. Ter voorbereiding daarvan was ik nieuwsgierig achter de computer gekropen om wat research te doen. Ik stuitte op een discussie tussen La Palmen en Saskia Noort bij De Wereld Draait Door en concludeerde min of meer dat Connie een feeks was. Dit werd bevestigd in het college, waar ze de docent - een die volzinnen produceert alsof hij aan de lopende band van de literatuurfabriek staat - tot drie maal toe onder de tafel lulde. De man bleef er bevend zitten. Ik hou van Connie. Wat een rebel (of schreeuwlelijk; ik vind het allebei wel leuk).
Nou goed, op de ambassade besloot ik haar te bedanken voor het vermakelijke college; ik liep op haar af en stelde me voor.
Ik had nog geen twee zinnen uitgesproken, of Connie onderbrak me: "Ben jij toneelspeelster?"
"Nee" antwoordde ik, waarop zij een profetische redevoering begon dat ze een flinke toekomst voor me in het verschiet zag liggen.
"Er staan je grootse dingen te wachten," (daar werd ik een beetje bang van) "ook al ga je niet toneelspelen, je gaat héle bijzondere dingen doen, Els Knaapen." Het feeksgehalte werd voor mij met iedere orakelachtige voorspelling vergroot, dat begrijp je. 
Naarmate de avond vorderde en CP meer rode wijn consumeerde, werd ze minder mysterieus, maar niets minder gek. Met drie medestudenten en twee docenten gingen we in een Bayerisch cafeetje (houten muren, houten plafond, houten stoelen, houten kont) nog wat drinken, waar miss Palmen bleef roepen dat ik "gevoel voor cabaret" had; ze maakte een foto van me en bij het afscheid - en toen werd ik echt een beetje bang - riep ze me na: "Els - shoot 'm in the back! Shoot 'm in the back!"
De kern van dit verhaal? Laat ik het zo zeggen: in de afgelopen weken heb ik onder andere Cees Nooteboom, Ramsey Nasr, Joost Zwagerman en – wat een heldin – Connie Palmen ontmoet. Binnenkort komt Peter Verhelst nog op bezoek aan de FU. Tot overmaat van glorie krijg ik de komende weken les - excuus, 'college' - van Tommy Wieringa.
Tja. Ik studeer Nederlands in Berlijn.
''Oh, cool.'' Of mijn Krav Maga-partner dit zo luchtigjes zegt omdat hij bang is dat ik de volgende front kick lager richt of omdat Nederlands 'ongekend populair' is onder Duitsers, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat ik verdomde blij ben met mijn keuze voor Nederlands in Berlijn. Nu jij weer.