17 december 2009
17 jun 2010
Berlijnse Belevenissen III: Sinterella in de S-Bahn
Ik sta –nahijgend van mijn sprint– op één been te balanceren in de U-Bahn. Mijn linkerhand klemt zich rond de veel te hoge stang boven mijn hoofd, terwijl mijn rechterhand een poging doet mijn voet goed in mijn laars te dwingen. Krampachtig aan mijn hak trekkend verlies ik mijn evenwicht – mijn enkel klapt dubbel. Au. Deze avond is gedoemd te mislukken. Wie is er met pakjesavond dan ook in Duitsland?
Ik. En met mij vele anderen, waaronder de zwerver die zijn teertanden verlekkerd blootlacht, wanneer zijn blik van mijn rok naar mijn benen glijdt. Met moeite sjor ik mijn rok nog iets verder omlaag. Door het raam flitst een klok voorbij. Shit. Over een halfuur begint het stuk al. De gebruikelijke surprise-met-gedichtenstress is dit jaar vervangen door de kom-op-tijd-bij-een-toneelstukstress. Ik ben onderweg naar de Schaubühne, om met mijn Duitse taalcursusgroep Kabale und Liebe van Schiller te gaan kijken. De metro stopt. Ik maak me klaar voor mijn volgende sprint.
Vier uur later zit ik opnieuw in de Bahn, maar deze keer ontspannen. Om het serieuze theaterstuk flink van ons af te feesten, zijn Jozefien, Fiona en ik onderweg naar een Ringbahnparty. Wat dat is? Een horde mensen die met muziek de Berlijnse S-Bahn (in dit geval de ringlijn rond de stad) bestormen om feest te vieren. Dat is alles wat ik weet.
Als we bij het centrale afspreekpunt, S-Bahnhalte Wedding, aankomen, valt mijn mond open. Er staan meer dan honderd mensen op het station. Tussen de vele tientallen studenten die zichzelf warm houden met bier, wijn of Jägermeister, bespeur ik enkele kruiwagens met muziekboxen. “Wie spät kommt der S-Bahn?” hoor ik Fiona met haar Nieuw-Zeelandse accent vragen. De bruinbekrulde jongen aan wie ze het vraagt, neemt een slok van zijn bier en legt uit dat dat nog even kan duren. De Ringbahnparty is in West-Berlijn al begonnen, maar naar verluidt heeft de Polizei het tramverkeer stilgezet. Ze waren niet in voor een feestje. Terwijl de jongen me een biertje aanbiedt, voel ik hoe de menigte in beweging komt. “Kom!” Jozefien trekt me aan mijn mouw. “We gaan ondergronds!”
Tja, de politie kan het feestje wel proberen te bederven door de S-Bahn stil te leggen, maar vanaf dit station rijdt ook een U-Bahnlijn. Wanneer we de trappen aflopen, zie ik hoe het gele metrogevaarte het station binnenrijdt. Ik vang nog net een glimp op van de machinist, die bij wijze van feestfiat lachend zijn beide armen in de lucht steekt. Gejuich stijgt op. Jetzt geht’s los.
De kruiwagens worden de metro in getild, lege bierflesjes worden onder de prullenbak gezet (een bekend Berlijns solidariteitsverschijnsel: ’s avonds loopt de armere Berlijner de stations af om zo statiegeld te verzamelen) en de talloze jongeren wringen zich de coupés in. Op het moment dat de metro begint te rijden, buigt een meisje met dreadlocks zich over de kruiwagen en draait de volumeknop open. Een gemeenschappelijk gevoel van euforie overspoelt de metro. Iedereen lacht en danst – in zoverre dat gaat, in een rijdende metro die door ondergrondse bochten botst. Het belachelijk blije Berlinisme blijkt besmettelijk. Een man van in de veertig trekt zijn vrouw van de bank vanwaar ze verbaasd naar de vloedgolf van feestbeesten had gestaard. Hij gooit zijn heupen in de strijd. Een oudere vrouw met een rollator knikt glimlachend haar grijze hoofd op het ritme van de technobeats. Helaas blijkt het een kort ritje te worden: vier haltes verder staat een groep agenten, uitgedost als groene camouflageridders, klaar om U-Bahnlijn U6 van losbandige jongeren te ontdoen.
Wanneer ik afgepeigerd in de U7 naar huis zit, hoor ik mijn naam. “Els!” Ingrid, mijn Vlaamse buurtgenootje, stapt de metro in. “Hoe was uw avond?” Ik vertel haar van mijn heerlijk avondje. “Ik heb nog nooit een 5 december meegemaakt die zo weinig met Sinterklaas te maken had,” sluit ik af. Ze grinnikt. “Je mag best bij mij je schoen zetten om het te compenseren hoor!” Dat laat ik me geen tweede keer zeggen. Ik trek mijn laars uit en, voordat ze tegen kan stribbelen, duw ik hem in haar hand, geef ik haar een kus en spring ik uit de U-Bahn. Ik ren lachend over de stoep naar huis, mijn rechtervoet ijskoud en doorweekt. In een leren laars past meer dan in een glazen muiltje. Hopen dat Sankt Niklaus net zo gul is als Sinterklaas.