Algemene kenmerken

30 jul 2010

De inrichting van het accreditatieproces is internationaal grotendeels hetzelfde. Accreditatie is vrijwillig: instellingen dienen zelf een verzoek in en betalen ook de kosten van het hele accreditatieproces.

Tijdens het accreditatieproces worden doorgaans de volgende stappen doorlopen:

  • De betreffende opleiding/onderwijsinstelling stelt een zelfevaluatie op, waarin men de doelstelling en inhoud van de opleiding(en) beschrijft, en de sterke en zwakke kanten benoemt.
  • Het accreditatieorgaan stelt vervolgens een commissie van deskundigen in die de instelling bezoekt en onderzoekt. In Nederland wordt dit een VBI (visiterende en beoordelende instantie) genoemd. Deze commissie stelt het visitatierapport op, met daarin aanbevelingen ter verbetering en een voorstel tot het al dan niet accrediteren van de betreffende opleiding/onderwijsinstelling.
  • Op basis van het visitatierapport neemt het accreditatieorgaan vervolgens de beslissing of de betreffende opleiding/onderwijsinstelling kan worden geaccrediteerd. De accreditatie is geldig voor een bepaalde periode, in de meeste landen is dit vijf of zes jaar.

In haar onderzoek toetst een visitatiecommissie een aantal van tevoren vastgestelde onderwerpen aan de hand van vooraf geformuleerde criteria. Die hebben zowel betrekking op zowel het onderwijs dat de instelling aanbiedt als op de instelling zelf. Onderwerpen die in elk geval aan de orde komen zijn de doelstelling en resultaten van een opleiding, de structuur van een opleiding, personeel en voorzieningen van een instelling, en de mate van kwaliteitszorg binnen een instelling.

Share |