Accreditatie in Nederland
30 jul 2010
In juli 2002 is in Nederland de Wet op de accreditatie aangenomen. In Nederland heeft accreditatie de status van overheidserkenning.
Organisatie van het accreditatieproces
In 2002 is de Nederlandse Accreditatie Organisatie (NAO) opgericht. De eerste accreditaties werden in 2003 verricht. In 2005 werd besloten de accreditatie van het Nederlandse en het Vlaamse onderwijs samen te laten gaan. Vanaf dat moment werd de NAO de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO).
In Nederland is de NVAO verantwoordelijk voor de algehele procedure en methodologie van accreditatie, en voor het nemen van accreditatiebeslissingen. De NVAO heeft visiterende en beoordelende instanties (VBI’s) aangesteld, die zorgen voor de uitvoering van het beoordelingsproces.
De VBI’s bezoeken opleidingen en onderwijsinstellingen, en verrichten onderzoek naar de kwaliteit van de geboden opleidingen. Na het gedane onderzoek stellen zij een visitatierapport op, dat wordt voorgelegd aan de NVAO. De NVAO blijft eindverantwoordelijk voor het visitatieproces, en neemt de uiteindelijke accreditatiebeslissing. Er zijn momenteel 8 VBI’s die namens de NVAO visitaties mogen uitvoeren. Met ingang van 2011 zullen wetswijzigingen in het accreditatiestelsel worden doorgevoerd. Deze hebben onder andere betrekking op de rol van de VBI's en de opleidingsaccreditatie.
Opleidingsaccreditatie
Nederland kent een systeem van opleidingsaccreditatie, niet van instellingsaccreditatie. Op dit moment kunnen alleen bachelor-, master- en associate degree-opleidingen ter accreditatie worden aangeboden aan de NVAO. PhD-opleidingen en de zogenaamde non-degree-opleidingen (korte opleidingen die worden afgesloten met een certificate of een diploma) worden niet door de NVAO geaccrediteerd.
Voor bacheloropleidingen kunnen alleen bekostigde en aangewezen instellingen accreditatie aanvragen. Masteropleidingen kunnen door elke onderwijsinstelling ter accreditatie worden aangeboden.
Soorten accreditatie
De NVAO heeft kaders ontworpen waarin de procedure en de beoordelingscriteria zijn geformuleerd. Er is een onderscheid tussen accreditatie en toetsing:
- Accreditatie heeft betrekking op de beoordeling van bestaande opleidingen. Deze opleidingen kunnen worden beoordeeld op reeds behaalde resultaten. Ook kan bij de beoordeling van deze opleidingen bijvoorbeeld de mening van studenten, afgestudeerden en werkgevers worden betrokken.
- Toetsing heeft betrekking op de beoordeling van nieuwe opleidingen. Bij nieuwe opleidingen is geen of weinig informatie beschikbaar over reeds behaalde resultaten. Ze moeten daarom voornamelijk worden beoordeeld op gemaakte plannen, doelstellingen en verwachtingen voor de opleiding. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar het ontwerp van het curriculum.
CROHO: register van geaccrediteerde opleidingen
Het Centraal Register Opleidingen in het Hoger Onderwijs (CROHO) is het register waar alle geaccrediteerde opleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs zijn opgenomen. Opleidingen die door de NVAO zijn geaccrediteerd, worden bijgeschreven in het CROHO.
Implicaties van accreditatie
In Nederland heeft accreditatie de status van overheidserkenning. Hierdoor kan de overheid ook de voorwaarde stellen dat een opleiding geaccrediteerd moet zijn voordat zij bepaalde rechten verleent. Dit heeft de volgende implicaties:
- Om overheidsbekostiging voor een opleiding te ontvangen moet de opleiding geaccrediteerd zijn. Alleen bekostigde instellingen kunnen aanspraak maken op bekostiging van geaccrediteerde opleidingen.
- Er kan alleen een erkende graad worden verleend als de opleiding geaccrediteerd is.
- Studenten kunnen alleen gebruikmaken van hun recht op studiefinanciering als ze zich inschrijven voor een geaccrediteerde opleiding. Als ze een niet-geaccrediteerde studie willen volgen, dienen ze die zelf te betalen.