Nuffic vierde elfde lustrum met blik op de toekomst van de internationalisering
17 sep 2010
Minister van Staat Ruud Lubbers was de keynote speaker tijdens de feestelijke bijeenkomst waarmee de Nuffic, de Nederlandse Organisatie voor Internationale Samenwerking in het Hoger onderwijs, het elfde lustrum vierde.
Ook staatssecretarsis Bruno Bruins voerde het woord. Hij schonk de Nuffic het beheer over een jaarlijkse studiebeurs voor een excellente afgestudeerde, die in het buitenland wil promoveren. De bijeenkomst vond plaats op donderdag 11 januari in de Haagse Koninklijke Schouwburg.
De Nuffic is op 11 januari 1952 werd zij opgericht door de president-curatoren van alle toenmalige universitaire instellingen om “het Nederlands hoger onderwijs aan te passen aan internationale behoeften”. Men dacht in dit tijd voornamelijk aan specialistische cursussen in het Engels voor studenten uit ontwikkelingslanden.
Tegenwoordig profileert de Nuffic zich als een dienstverlenende organisatie op het gebied van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs in de breedste zin des woords. In Nederland en op de overzeese vestigingen zijn een kleine 250 personeelsleden werkzaam, die zich voor een belangrijk gedeelte bezig houden met het beheer van beurzenprogramma’s en programma’s voor internationale samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs. De voornaamste opdrachtgevers van de Nuffic zijn het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking), het Ministerie van OCW en de Europese Unie.
Het verstrekken van informatie over de kwaliteit van het Nederlands hoger onderwijs en de vele mogelijkheden die er voor buitenlanders bestaan om hier een studie te volgen, zijn tegenwoordig een taak van groeiende omvang. Nauw daaraan verwant is de waardering van buitenlandse diploma’s. Er zijn Netherlands Education support offices gevestigd in Beijing, Taipei, Jakarta, Mexico City, en Ho Chih Minhstad. Binnen afzienbare tijd komen er nog vijf van die vestigingen bij. Het hoofdkantoor van de Nuffic bevindt zich in Den Haag.
Momenteel komen jaarlijks naar schatting 40.000 buitenlandse studenten voor een korter of langer studieverblijf naar ons land. 17.000 Nederlandse studenten gaan naar het buitenland.
Op de bijeenkomst brak Trude Maas voorzitter van de Raad van Toezicht van de Nuffic een lans voor verdere internationalisering. Volgens haar zou elk curriculum in het hoger onderwijs een in het buitenland te volgen studie- of stageonderdeel moeten bevatten. In de toekomst, zo betoogde zij, moet het onmogelijk worden zonder ervaring in het buitenland een diploma of graad te behalen.
Minister van Staat Ruud Lubbers belichtte de rol van het onderwijs tegen de achtergrond van het Earth Charter van de Verenigde Naties. Globalisering, zo betoogde hij, vereist van het bedrijfsleven maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hij stelde vast, dat vanuit de publieke opinie – en vanuit de consumenten – steeds meer druk op bedrijven wordt uitgeoefend om tot zo’n verantwoordelijke opstelling te komen. Globalisering leidt volgens Lubbers overigens ook tot tegenbewegingen: je zoekt het isolement binnen etnische of religieuze bolwerken. Hij sprak zijn zorg uit over het groeiend succes van fundamentalistische Islam-interpretaties. Tegelijkertijd sprak Lubbers zijn zorg uit over de neiging in veel landen om zich af te sluiten voor nieuwkomers. Het antwoord op deze naar zijn inzicht gevaarlijke tendensen is het soort kennis van zaken en het open denken, dat men opdoet in het hoger onderwijs. Internationaal mobiele studenten en docenten kunnen volgens Lubbers de dragers zijn van contacten tussen volkeren. Zij zijn in staat het wantrouwen te doorbreken, dat ontstaat door het ‘elkaar niet kennen’. Hij riep de instellingen voor hoger onderwijs op hun beleid in het licht van deze opdracht nog eens goed door te lichten.
Sander van den Eijnden, algemeen directeur van de Nuffic, belichtte het verleden van de Nuffic. Hij besloot zijn betoog aldus: “Wat constant blijft, is de inzet om, zoals minister Rutte het op drie mei 1950 zei, het hoger onderwijs helpen zich aan te passen aan de internationale behoefte. Of, zoals onze oprichters op 11 januari 1952 zeiden: “onze cultuur in haar grondslagen en resultaten dienstbaar te maken”. Of, zoals kandidaat minister Luns het zei: “het Nederlandse belang te dienen”.Tegenwoordig zeggen wij het zo:
Linking Knowledge is het motto van de Nuffic. Sinds haar oprichting in 1952 hebben al haar activiteiten daarmee te maken gehad. Linking Knowledge Worldwide betekent altijd, dat men mensen met elkaar in verbinding brengt, want het bijzondere aan kennis is dat het in de aardse werkelijkheid niet buiten mensen om kan bestaan. Linking knowledge is linking people. Kennis heeft nog een bijzondere karaktertrek: je kunt kennis niet weggeven, je deelt haar altijd met anderen. Dat delen brengt dan in een groot aantal gevallen weer nieuwe kennis voort. Zo vergroten mensen de kennis op deze wereld door met elkaar te communiceren en in netwerken elkaars kennis te delen. De Nuffic is er trots op dat juist Linking Knowledge haar bestaansreden is”.