Aanjaagprojecten promoten Erasmus Mundus
01 jun 2010
Het Erasmus Mundusprogramma van de Europese Commissie ondersteunt inter-Europese masters en PhD-trajecten. Voorheen kwamen alleen consortia van instellingen in minstens drie EU-lidstaten voor subsidie in aanmerking. Sinds 2009 mogen ook hogeronderwijsinstellingen uit andere delen van de wereld deelnemen en subsidie ontvangen.
De Commissie stelt ook elk jaar een miljoen euro beschikbaar voor projecten die de mogelijkheden van het Erasmus Mundusprogramma promoten. Alleen de zogenoemde Erasmus Mundus National Structures in de afzonderlijke lidstaten kunnen subsidie aanvragen voor deze ‘aanjaagprojecten’. Ook deze projecten moeten door een consortium van partners in minstens drie EU-landen uitgevoerd worden.
In Nederland is de National Structure ondergebracht bij de Nuffic. Hanneke Teekens, directeur Communicatie, treedt op als ‘director’. Voor de dagelijkse gang van zaken tekent Madalena Pereira: “De nieuwe aanjaagprojecten zijn bedoeld om Erasmus Mundus zichtbaarder te maken. Denk aan voorlichtingscampagnes, fairbezoeken, seminars en studies. De aanvragers moeten kunnen aantonen dat ze met hun voorstellen het klimaat voor Erasmus Mundus verbeteren.”
ASEMUNDUS
Als Nederlandse National Structure sloot de Nuffic zich aan bij ASEMUNDUS, een door de Duitse National Structure getrokken aanjaagproject. Dat richt zich op de zestien Aziatische landen die zich hebben aangesloten bij de Asia Europe Meeting (ASEM). ASEM wil een nauwere samenwerking tussen EU-lidstaten en de deelnemende Aziatische landen. Onderwijs en cultuur zijn twee van de speerpunten. Madalena: “ASEMUNDUS telt negen partners. Duitsland, Oostenrijk en Nederland vormen de stuurgroep. Verder doen België, Estland, Letland, Cyprus, Polen en Hongarije mee.
We hebben een kleine 400.000 euro gekregen voor drie jaar. We willen onder andere met een stand vier Erasmus Mundusevenementen bezoeken om ASEMUNDUS onder de aandacht te brengen. Ook zijn we van plan een internationaal seminar te organiseren, waar bestaande Erasmus Mundusprogramma’s hun best practices kunnen presenteren. En aan Aziatische universiteiten willen we een netwerk van Erasmus Munduspromotoren trainen. Een experiment daarmee in Mexico boekte goede resultaten.”
Plannen voor de toekomst
Behalve ASEMUNDUS is in de eerste ronde nog een project goedgekeurd. Met Slowakije als trekker proberen de deelnemers de rol van Oost-Europa binnen Erasmus Mundus te vergroten. Heeft Nederland zelf nog plannen om in de toekomst het voortouw te nemen bij het promoten van Erasmus Mundus? Concrete ideeën zijn er nog niet, volgens Madalena Pereira, maar zelf zou ze het geweldig vinden als op het kantoor van elke EU delegation (een soort Europese ambassade, red.) in de rest van de wereld een vaste onderwijsdesk te vinden was.
Die ambitie gaat echter verder dan Erasmus Mundus. Juist daarom blijven projecten als ASEMUNDUS in de tussentijd zeer noodzakelijk om Europa op de kaart van de internationale onderwijssamenwerking te houden.