NARIC-project 'Implementing and Improving National Action Plans'
23 jun 2009
In 2009 is de afdeling Onderwijsvergelijking betrokken bij het NARIC-project 'Implementing and Improving National Action Plans' (IINAP). De UK NARIC diende het projectvoorstel in en de Nuffic is de zogenoemde lead partner. Samen met collega-NARIC’s uit Spanje en Letland voeren we dit project tot december uit.
De term 'national action plan' (NAP) klinkt misschien niet iedereen even bekend in de oren, maar NAP's zijn sinds een paar jaar een belangrijk onderdeel van het Bolognaproces. Volgens het Communiqué van Praag (2005) moeten deelnemende landen "NAP's opstellen om de kwaliteit te verbeteren van het proces rond de erkenning van buitenlandse kwalificaties".
In een NAP moet in vier hoofdcategorieën de huidige stand van zaken in het betreffende land worden beschreven:
- nationale wetgeving;
- toepassing van de Lissabonconventie en erkenningscriteria- en praktijken;
- voorlichting over erkenning;
- de structuur van het nationale erkenningscentrum.
Meer kwaliteit en uniformiteit
De al geschreven NAP's verschilden erg van elkaar qua inhoud, doelstellingen en bruikbaarheid van de informatie. In 2008 werd daarom besloten gericht de kwaliteit en uniformiteit van de NAP's te verbeteren. Doel van het NARIC-project dat toen is opgesteld is een blueprint of standaardmodel voor een NAP te ontwikkelen. Alle verantwoordelijke erkenningscentra moeten dit model kunnen gebruiken om hun NAP's verder uit te bouwen.
Een ander projectresultaat wordt een glossary van relevante termen die voor verwarring kunnen zorgen. De glossary is een bijlage bij de blueprint, en is aanvullend gereedschap om het NAP op een duidelijke en uniforme manier in te vullen. Eind 2009 zijn alle relevante documenten en instrumenten van het project voor netwerkleden beschikbaar op een speciale website.
Sterktes en zwaktes
De projectwerkgroep is sinds januari bezig en rondt nu de vorm en inhoud van de blueprint af. Een belangrijk uitgangspunt is dat de NAP's niet alleen voorschrijven hoe alle internationale erkenning geregeld moet zijn, maar dat ze ook een instrument worden voor reflectie en verbetering.
Het NAP bevat verder een sterkte-zwakteanalyse om prioriteiten voor de toekomst vast te stellen. Een sterk punt kan zijn dat het diplomasupplement in de nationale wetgeving als verplicht erkenningsinstrument wordt opgenomen. Een zwakte daartegenover is dat vrij veel instellingen het diplomasupplement niet maken. Zo wordt duidelijk wat goed gaat en waar juist verbetering nodig is.

Aanpassing Nederlands NAP
Een belangrijk doel van het NAP is om erkenningspraktijken in eigen land kritisch te bekijken. De blueprint spoort erkenningscentra daarom aan om uitgebreid aandacht te besteden aan de toepassing van criteria en procedures van de Lissabonconventie.
Zo worden niet alleen vragen gesteld over het ENIC/NARIC-centrum zelf, maar ook over de hogeronderwijsinstellingen en andere bevoegde autoriteiten die te maken hebben met de erkenning van buitenlandse diploma’s.
Als de Nuffic het bestaande Nederlandse NAP volgens het nieuwe format gaat aanpassen, moeten we bijvoorbeeld een sterkte-zwakteanalyse van onze criteria en methodologie van diploma waarderen aangeven. Maar we moeten ook antwoorden op de vraag "Is bekend of hogeronderwijsinstellingen diplomawaarderingen uitbrengen volgens good practice van de Lissabonconventie?" en zo niet, "Welke maatregelen neemt het ENIC/NARIC om good practice onder deze achterban te bevorderen?"
Om deze vragen te beantwoorden, nemen we ongetwijfeld contact op met een aantal trouwe lezers van de Nieuwsbrief Diplomawaardering.