Decanenconferentie Nederlandse Antillen: aansluiting op Nederlands onderwijs kan beter

15 dec 2008

Op 8 oktober 2008 werd het eerste lustrum van de decanenconferentie van de Nederlandse Antillen in de Haagse Hogeschool gevierd. Het thema was 'gelijkwaardig onderwijs: de realiteit van de aansluiting op het Nederlands onderwijs'. Tijdens de conferentie belichtten sprekers verschillende aspecten van de erkenningsproblematiek.

Deze jaarlijks terugkerende conferentie vindt afwisselend plaats in Nederland (rondom de jaarlijkse Studiebeurs in Utrecht) en de beroepenmarkt op Curaçao. Aanwezig waren schooldecanen uit Aruba, Curaçao, Bonaire, St. Maarten en Nederland, studentendecanen van de Nederlandse hogescholen en universiteiten en vrijwillige mentoren van Antilliaanse studenten in Nederland.
 

Aansluiting en doorstroming problematisch

De heer Bakker van de Directie Onderwijs op Curaçao lichtte de erkenningsproblematiek rond diploma’s toe. Er doen zich problemen voor bij de aansluiting van het voortgezet onderwijs van Aruba en de Nederlandse Antillen op het Nederlandse voortgezet onderwijs, mbo, hbo en wo. Hoewel het Koninkrijk geen integrale wettelijke regeling op dit terrein heeft, hebben de regeringen van Aruba, de Nederlandse Antillen en Nederland in 1996 wel afspraken vastgelegd in het zogenoemde ‘Protocol van samenwerking op het gebied van onderwijs’.

Antilliaans diploma

In dit samenwerkingsprotocol zijn de diploma’s van havo, vwo en mbo niveau 4 gelijkwaardig aan elkaar gesteld. In de praktijk blijkt echter dat aan Antilliaanse scholieren extra eisen worden gesteld als zij in Nederland willen doorstromen naar een mbo-, hbo- of universitaire opleiding. Ook kent het Koninkrijk geen analoge bepaling voor de doorstroming van het vmbo naar het middelbaar beroepsonderwijs. Het Arubaanse mavodiploma en het Antilliaanse vsbo-diploma worden in Nederland als buitenlandse diploma’s beschouwd en de ROC’s vragen het COLO om advies over de gelijkwaardigheid van de diploma’s voor instroom in het mbo.
 

'Buitenlandse studenten'

Ook Nederlandse hogeronderwijsinstellingen blijken niet altijd van het samenwerkingsprotocol op de hoogte te zijn. Zij beschouwen de diploma’s uit Aruba en de Nederlandse Antillen als ’buitenlands‘ en de studenten als buitenlandse studenten. Het komt voor dat Antilliaanse jongeren bij aankomst hun originele diploma plus cijferlijst moeten tonen en het NT2-examen moeten afleggen.

Daar tegenover staat dat Antilliaanse studenten bij de aanmelding via Studielink soms de fout maken niet te melden dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten, waardoor ze in een ander inschrijvingstraject terechtkomen. Eenmaal in Nederland heeft de student dan niet alleen te kampen met aanpassingsproblemen als gevolg van een ander klimaat, een ander soort huisvesting en heimwee, maar ook met problemen met de studie.

Mevrouw Rafael, belast met de dagelijkse leiding van de Stichting Studiefinanciering Curaçao, gaf aan dat de gemiddelde Antilliaanse student daarbij ook weinig assertief is, weinig discipline heeft, gesprekstechnieken en de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en moeite heeft met het schrijven van een scriptie en het vinden van een stageplaats. Dit geldt volgens haar ook voor studenten met Antilliaanse achtergrond die in Nederland geboren zijn.
 

Zwaardere eisen

De heer Derks van het ministerie van OCW bevestigde de gelijkwaardigheid van diploma’s. Het recht op toelating tot het hoger onderwijs voor Antilliaanse jongeren is ongewijzigd. Wel meldde hij dat de eisen aan taalvaardigheid en rekenen in het secundair onderwijs worden verzwaard. Ook de toelatingseisen voor het hoger onderwijs op dit gebied worden zwaarder. Er komt meer selectiviteit in de toelating tot het hoger onderwijs.

In dit kader gaf mevrouw Andriol van de Haagse Hogeschool een presentatie van het nog uit te voeren project ‘Talentontwikkeling en studiesucces’ dat als doel heeft het studiesucces van allochtone studenten aan vijf hogescholen in de grote steden van Nederland te verhogen.
 

Onderwijsvernieuwing

De heer Montesant van de ‘Fundashon pa Inovashon di Enseñansa na Kòrsou’ gaf een presentatie die vooral bestemd was voor de vertegenwoordigers van de Nederlandse instellingen. Hij sprak over de onderwijsvernieuwing op de Nederlandse Antillen en in het bijzonder die in het voorbereidend secundair beroepsonderwijs (vsbo) en het secundair beroepsonderwijs (sbo).

De veranderingen die in 2007 zijn ingevoerd betroffen de herindeling van de profielen, de gelijktrekking van de studielast van de meeste vakken, een verlichting van het gemeenschappelijke deel, anderzijds verzwaring van het profieldeel en meer keuzemogelijkheden, vaststelling van een vast aantal eindcijfers bij het examen en een wijziging van de eindexamenregeling.

Het vsbo is verdeeld naar drie sectoren (techniek, economie en zorg & welzijn) en drie leerwegen (theoretisch kadergerichte, praktisch kadergerichte en praktisch basisgerichte leerwegen). Het sbo is verdeeld naar vier kwalificatieniveaus (assistent, zelfstandige beroepsbeoefenaar, beginnende beroepsbeoefenaar en middenkaderfunctionaris) en twee beroepsleerwegen (lerend werken – LW en werkend leren – WL).

Montesant benadrukte de noodzaak tot aanpassing van het profielenonderwijs in het Antilliaanse havo/vwo om gelijke tred te houden met Nederland, om de aansluiting op het hoger onderwijs in Nederland veilig te stellen en de kans op succes in het Nederlandse hoger onderwijs te verhogen.

De voordrachten tijdens de decanenconferentie werden afgesloten met de presentatie van www.studiekeuze123.nl, waarmee ook de toekomstige Antilliaanse student beter inzicht krijgt in de verschillende studiemogelijkheden.

Share |