20-01-2010: Terugkoppeling voorlichtingsmiddag 10 december 2009
29 jan 2010
Op 10 december 2009 vond in Utrecht de jaarlijkse Mobstaclesvoorlichtingsmiddag plaats. Sprekers gaven presentaties over de evaluatie van de proeftuinen TEV (toelating en verblijf) en REF (referentenprocedure), en over de nieuwe Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs.
Niet alle vragen uit het veld konden toen direct worden beantwoord. In dit bericht leest u daar meer over. Ook vindt u in het bericht de link naar de PowerPoint-presentaties van de sprekers, zodat u deze (nog eens) rustig kunt bekijken.
Presentatie gastsprekers
Gastsprekers waren Tamara Borst, plaatsvervangend unitmanager van de IND, en Arno Overmars, secretaris van de Landelijke Commissie voor de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs. De presentaties werden afgesloten met een vraag- en antwoordronde en een stellingenspel. Daarbij werd gediscussieerd over toepasselijke stellingen, zoals ‘de TEV- en REF-procedures leveren een grote lastenvermindering op voor de instellingen’ en ‘de Gedragscode is een mooi instrument, maar praktisch nauwelijks uitvoerbaar’.
Beantwoorde vragen
Een aantal vragen gericht aan de IND en de Landelijke Commissie (LC) kon op de voorlichtingsmiddag niet direct beantwoord worden. Hieronder daarom alsnog de vragen aan en de uiteindelijke antwoorden van respectievelijk de IND en de LC.
- Is de REF-procedure (waarbij de instelling een verblijfsvergunning aanvraagt terwijl de student nog in het buitenland is) een verplichting voor de niet-MVV-plichtige studenten?
De REF-procedure voor niet-MVV-plichtigen is geen wettelijke verplichting. De IND raadt echter aan deze procedure wel te volgen. Zo sluit u de kans uit dat de student Nederland inreist en de IND uiteindelijk toch geen vergunning afgeeft. Bovendien heeft de REF-procedure als voordeel dat het verblijfspasje (in de meeste gevallen) al klaarligt als de student in Nederland aankomt.
- De volgende situatie kan zich gaan voordoen: De student geeft aan dat de verblijfsvergunning (VVR) moet ingaan op de datum van afgifte van de MVV. Hij haalt de MVV in juni op, reist in en krijgt dus een VVR met een ingangsdatum in juni. Kan de student dan zomaar tot aan het begin van de studie in september in Nederland werken?
In beginsel is het aanvaardbaar dat de student een paar maanden eerder naar Nederland komt. De onderwijsinstellingen moeten zich er echter van bewust zijn, dat zij vanaf dat moment ook al verantwoordelijk zijn voor de student. Ze zouden met de studenten bijvoorbeeld afspraken kunnen maken over de periode voor het begin van de studie dat de studenten naar Nederland kunnen komen. De instelling moet er dan ook naar streven een beoogde inreisdatum op te geven aan de IND.
Als wordt voldaan aan de voorwaarden voor bijbaantjes (maximaal tien uur per week of fulltime in de zomermaanden én de werkgever is in het bezit van een tewerkstellingsvergunning (TWV)), mag de student werken. Als echter vaststaat of de kans groot is dat de student alleen eerder naar Nederland wil komen om te werken, is het de vraag of het aanvaardbaar is dat de student eerder komt. Als de student eerder komt en illegaal gaat werken, dan kan de IND de vergunning intrekken en kunnen de kosten van terugkeer verhaald worden op de instelling.
- De vergunning wordt straks verleend voor de maximale studieduur, maar met een maximum van vijf jaar. Klopt dit?
De geldigheidsduur van de vergunning wordt onder het Modern Migratiebeleid (MoMi) inderdaad de duur van de studie, inclusief een voorbereidend jaar, maar met een maximum van vijf jaar.
- Stel dat een student onvoldoende studievoortgang heeft en vervolgens switcht naar een andere school. Hoe werkt dat in de praktijk?
Wettelijk gezien is er geen belemmering om te switchen van opleiding. Als de student van referent verandert, is het zaak dat de nieuwe referent op de hoogte is van de onvoldoende studievoortgang bij de eerste referent. Het kan niet de bedoeling zijn dat de student van de ene school naar de andere school hopt, elke keer met een schone lei begint en een rij van onafgemaakte opleidingen achter zich laat. De IND onderzoekt of dit beleid nog verder uitgewerkt moet worden.
- Geldt de Gedragscode en daarmee ook de taaleis voor uitwisselingsstudenten?
Ja, de code geldt voor alle internationale studenten (EU/EER, non-EU, regulier ingeschreven en uitwisseling studenten). Alleen studenten van buiten de EU/EER die een verblijfsvergunning hebben die NIET verleend is op basis van studie (maar bijvoorbeeld op basis van verblijf bij partner) vallen buiten de Gedragscode. Dit volgt uit de definitiebepaling in de code. Er is op grond hiervan geen reden de uitwisselingsstudenten hier buiten te houden. Het onderscheid tussen ‘inschrijven’ en ‘registreren’ is in dit geval niet van belang.
- Binnen welke termijn moet de instelling studenten afmelden?
Zoals met de koepels afgesproken, is het uitgangspunt dat de instelling de student binnen een maand afmeldt of eerder zodra gesignaleerd wordt dat de student niet meer studeert.