Thema: 'Meertaligheid: Oui? Yes! ¿Sí? Ja! - Over de meerwaarde van meertaligheid voor het hoger onderwijs'

01 feb 2011

Het Nederlandse hoger onderwijs heeft zich in de afgelopen decennia steeds verder geïnternationaliseerd. In een open land in een mondiale economie moeten onze universiteiten en hogescholen dit ook wel.

Zonder een internationale dimensie in het onderwijs kunnen we onze afgestudeerden niet uitrusten met de benodigde competenties voor de 21e eeuw. Zonder participatie in internationale onderzoeksnetwerken zou de Nederlandse wetenschap niet de kwaliteit hebben die ze nu heeft. Zonder internationale samenwerking in het hoger onderwijs stopt kennis bij nationale grenzen en worden mondiale uitdagingen niet opgepakt.
 

Engels als lingua franca

Voor het Nederlandse hoger onderwijs is het dus noodzakelijk te internationaliseren. Internationalisering betekent ook internationale interactie en communicatie. Dit heeft in Nederland geleid tot een groot aanbod van Engelstalige onderwijsprogramma’s en tot een brede acceptatie van Engels als 'lingua franca' binnen het hoger onderwijs en de wetenschap.

Door het gebruik van Engels kunnen Nederlandse universiteiten en hogescholen wereldwijd studenten werven en worden ze interessant voor een grote groep kenniswerkers. Bovendien kunnen studenten zo hun interculturele en internationale competenties versterken.

Zonder de acceptatie van het Engels als nieuwe lingua franca zijn er geen mogelijkheden tot internationale interactie en communicatie. En zonder internationale interactie en communicatie is er geen internationalisering.
 

Gevolgen van gebruik van Engels?

Het omarmen van het Engels in het Nederlandse hoger onderwijs en de Nederlandse wetenschap roept natuurlijk ook vragen op. Is leren in een tweede taal hetzelfde als leren in je moedertaal? Leidt het gebruik van Engels in de collegezalen tot meer terughoudendheid en minder actieve participatie van studenten?

En wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse taal? Resulteert het veronachtzamen van het Nederlands als wetenschappelijke taal niet in een verarming? En zullen onze afgestudeerden zich nog goed mondeling en schriftelijk kunnen uitdrukken in het Nederlands? Het zijn terechte vragen, ook vanwege de populariteit van het tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs.

Het gebruik van het Engels kan ook betekenen dat onze kennis van andere talen achteruitgaat. Worden Duits, Frans, Italiaans en Spaans voor de Nederlanders overbodig door het Engels? Of zullen juist de studenten die naast het Nederlands en Engels ook het Russisch, Hindi of Mandarijn onder de knie hebben, zich het beste staande kunnen houden?

Engels als onderwijstaal kan ook betekenen dat we bepaalde internationaliseringsdoelen voorbijschieten. Buitenlandse studenten kunnen zich bijvoorbeeld moeilijker onderdompelen in de Nederlandse cultuur als ze geen Nederlands spreken. Daarnaast kan een gebrek aan Nederlandse talenkennis het succes op de Nederlandse arbeidsmarkt bemoeilijken.
 

Meervoudige uitdaging

Of het nu gaat om het Engels of om een breder scala aan talen, de meertaligheid van de Nederlandse hogeronderwijsinstellingen eist veel van de Nederlandse studenten, docenten en onderzoekers. Maar ook van het management en de ondersteunende staf.

Meertaligheid gaat verder dan een Engelstalig artikel of een Engelstalig college. Instellingen moeten het ook serieus toepassen in hun communicatie en in hun wervings- en toelatingsbeleid. Meertaligheid is een meervoudige uitdaging!

Share |