Kennisoverdracht en taalbeheersing
24 feb 2011
In deze sessie ligt het accent op de effecten van de onderwijstaal op de kennisoverdracht in het hoger onderwijs.
Hoe goed moeten studenten en docenten een vreemde onderwijstaal beheersen om de gewenste kennisoverdracht te waarborgen? Kunnen zij ook kritisch leren analyseren en scherp leren formuleren wanneer de onderwijstaal voor hen een tweede taal is? Hoe wordt dit gemeten en hoe wordt de kwaliteit bewaakt?
Wat zijn de effecten van een vreemde onderwijstaal op de beheersing van de moedertaal? Kan bepaalde vakkennis die alleen in de tweede taal is opgedaan, ook goed worden overgebracht in de moedertaal? Zo niet, kan dit dan leiden tot een kloof tussen de wetenschap en het algemene publiek?
In de toekomst zullen steeds meer tweetalige studenten instromen in het hoger onderwijs. Waar ligt de verantwoordelijkheid voor het borgen van de kwaliteit van de moedertaalkennis? Bij het hoger onderwijs of bij het voortgezet onderwijs?
De sprekers in deze sessie zullen vanuit verschillende achtergronden bijdragen aan de discussie en hun visie geven op de vraag: Hoe zal het onderwijs van vreemde talen en de beheersing van die talen er over vijftig jaar uitzien in het hoger onderwijs?
Sprekers
- Prof. dr. K. de Bot – hoogleraar toegepaste taalwetenschap, Rijskuniversiteit Groningen
- Drs. R. Wilkinson – oprichter van het ICLHE (Integration of Content and Language in Higher Education), Universiteit Maastricht
- Drs. S. Looijenga – plaatsvervangend directeur QANU (Quality Assurance Netherlands University)
Voorzitter
Marianne Cox – beleidsmedewerker afdeling Studies en Platforms, Nuffic
Doelgroep
Internationaliseerders, docenten, beleidsmakers