Van transfer naar accumulatie

05 mrt 2010

In de periode van 1989 (de start van het eerste ECTS-pilotproject) tot circa 2004 werd het ECTS vooral gebruikt als een transfersysteem voor het erkennen van elders verworven studiepunten en gerealiseerde studieprestaties. In het verlengde van de Bolognaverklaring is er meer aandacht gekomen voor de vergelijkbaarheid van programma’s.

Dit heeft een impuls gegeven aan het denken over de ontwikkeling, de uitvoering en de kwaliteit van onderwijsprogramma’s. De rol - en daarmee ook de accumulatie - van studiepunten is bij de vormgeving van programma’s centraler komen te staan. Hoewel het ECTS al vanaf het begin bedoeld was als transfersysteem én als accumulatiesysteem, bleef het accumulatie-element lange tijd onderbelicht.

Het is vooral te danken aan het project Tuning Educational Structures in Europe dat daar verandering in is gekomen. Inmiddels spreken we van het 'Tuningproces'. Ook in andere delen van de wereld wordt de Tuningmethodologie getest en toegepast.
 

Absolute waarde

Met de uitbreiding van het ECTS tot een accumulatiesysteem hebben ECTS-studiepunten eindelijk een 'absolute waarde' gekregen. Bij een absolute waarde wordt uitgegaan van het officiële studieprogramma, en niet van de tijd die een student gemiddeld nodig heeft om het te voltooien.

In het Bolognaproces wordt verondersteld dat het aantal studiepunten en de studielast voor elke opleiding met elkaar in evenwicht zijn. Waar dat niet het geval is, worden studenten geacht actie te ondernemen door hun docent(en) hierop aan te spreken.

Het hanteren van een absolute waarde maakt het ook mogelijk om studiepunten toe te kennen aan losstaande cursussen of modulen. Dit is van groot belang in een Leven Lang Leren-context. Daarbij kunnen studenten een reeks losse cursussen volgen die mogelijk op een later moment kunnen worden erkend in het kader van een volwaardig studieprogramma (waaraan een diploma is verbonden).
 

Studiebelasting

Zoals uit de ECTS-kenmerken blijkt, staat een ECTS-studiepunt in Europa gemiddeld voor 25 tot 30 uren studie. In het kader van het Tuningproces is onderzocht of de lengte van studiejaren, en daarmee de studietijd, wezenlijk verschilt tussen de Europese landen. Dit blijkt niet het geval. Als alle verlangde activiteiten worden meegerekend, vooral ook het voorbereiden van tentamens, blijkt in verreweg de meeste landen een ECTS-studiepunt voor 25 à 26 uren te staan.

In de ECTS Users’ Guide 2009 is in bijlage 5 een overzicht opgenomen van de officiële regeling per Europees land rond het aantal studiepunten per academisch jaar. Deze informatie komt overeen met de gegevens zoals verzameld door Tuning.

Dit geldt ook voor Nederland. De Nederlandse wetgever stelt 60 studiepunten gelijk aan 1680 uren studie. Dat betekent dat een studiepunt overeenkomt met 28 werkuren. De meeste Nederlandse programma’s duren echter geen 42, maar 40 à 41 weken.
 

Uitzonderingen

Slechts twee landen vormen in dit verband een uitzondering: Groot-Brittannië en Ierland. In het Britse/Ierse systeem van 120 (CATS-)studiepunten voor een regulier programma staat een studiepunt gelijk aan 10 uren studie.

Groot-Brittannië en Ierland kennen in de masterfase zogenaamde full year programmes. Dat zijn programma’s waarbij de student geacht wordt ook in de periode juli-augustus te studeren. In die periode wordt doorgaans de afstudeerscriptie geschreven. Volgens de Brits/Ierse berekeningswijze kennen dergelijke programma’s een formele lengte van 180 CATS-studiepunten. In ECTS-termen hebben zulke programma’s een omvang van 75 ECTS-studiepunten.

Share |