ECTS grading table

05 mrt 2010

Met de Europabrede invoering van het diplomasupplement wordt niet alleen het verband tussen diploma’s en de onderliggende leerprestaties verduidelijkt, maar wordt ook het door de studenten gerealiseerde niveau in cijfers uitgedrukt.

Elke docent weet dat er verschillende cijferculturen bestaan tussen vakgebieden en onderwijsinstellingen, maar ook tussen regio’s en landen. Om studieresultaten uitgedrukt in cijfers beter met elkaar te kunnen vergelijken, werd in de jaren ‘90 de ECTS grading scale (cijferschaal) ontwikkeld. In de praktijk is deze schaal echter beperkt gebruikt, ondanks enkele vereenvoudigingen die in de loop der jaren zijn aangebracht.
 

Van 'grading scale' naar 'grading table'

Daarom is in de ECTS Users’ Guide 2009 de ECTS grading scale verder vereenvoudigd tot een ECTS grading table (cijferlijst). Het is de bedoeling dat de grading scale vanaf 2009 niet meer wordt gebruikt, maar wordt vervangen door het nieuwe model.

Net als de ECTS grading scale maakt de ECTS grading table formeel geen deel uit van het ECTS. Niettemin wordt gebruikers van het ECTS sterk aangeraden dit hulpmiddel te gebruiken, vooral voor het beoordelen van de Nederlandse cijfercultuur in het buitenland. De ECTS grading table is opgenomen in bijlage 3 van de ECTS Users’ Guide 2009.

Download de ECTS Users’ Guide 2009 (627 kB)

De ECTS grading table is opgesteld om een eenvoudig en betrouwbaar middel te bieden voor het interpreteren en omzetten van cijfers. Dit geldt voor de cijfers die in Nederland gegeven worden en omgezet moeten worden door een buitenlandse hogeronderwijsinstelling, en omgekeerd.
 

Cijfers in percentages

Wat is gebleven in de nieuwe grading table, is de vaststelling hoe vaak een cijfer gedurende twee achtereenvolgende studiejaren wordt gegeven binnen een bepaald studieprogramma. Het maakt daarbij niet uit of de onderdelen als hoofdvakonderdeel of als minoronderdeel of bijvak zijn gevolgd. Elk cijfer wordt daarbij uitgedrukt als percentage van het totale aantal gegeven cijfers, wat leidt tot een overzicht in de vorm van een distributiecurve of distributielijst. Een dergelijke lijst zal per opleiding verschillen. Uit statisch onderzoek blijkt ook dat er verschillen zijn per studiefase.

In de Nederlandse situatie blijkt het verstandig onderscheid te maken tussen eerstejaars en tweede- en derdejaars bacheloronderdelen en masteronderdelen. Kennisverwervingsonderdelen geven gemiddeld lagere cijfers dan onderdelen gericht op het meten van inzicht en het toepassen van kennis en vaardigheden.
 

Meer informatie

Share |