Van transfer naar accumulatie

Tot 2004 was het ECTS vooral een transfersysteem voor het erkennen van elders verworven studiepunten en gerealiseerde studieprestaties. Inmiddels is er meer aandacht gekomen voor de vergelijkbaarheid van programma’s.

Dit heeft een impuls gegeven aan het denken over de ontwikkeling, de uitvoering en de kwaliteit van onderwijsprogramma’s. De rol – en daarmee ook de accumulatie – van studiepunten is bij de vormgeving van programma’s centraler komen te staan.

Hoewel het ECTS al vanaf het begin bedoeld was als transfersysteem én als accumulatiesysteem, bleef het accumulatie-element lange tijd onderbelicht.

Het is vooral te danken aan het project Tuning Educational Structures in Europe, dat daar verandering in is gekomen. Inmiddels spreken we van het 'Tuningproces'. Ook in andere delen van de wereld wordt de Tuningmethodologie getest en toegepast.

Absolute waarde

Met de uitbreiding van het ECTS tot een accumulatiesysteem hebben ECTS-studiepunten eindelijk een 'absolute waarde' gekregen. Bij een absolute waarde wordt uitgegaan van het officiële studieprogramma, en niet van de tijd die een student gemiddeld nodig heeft om het te voltooien.

In het Bolognaproces wordt verondersteld dat het aantal studiepunten en de studielast voor elke opleiding met elkaar in evenwicht zijn. Waar dat niet het geval is, worden studenten geacht actie te ondernemen door hun docent(en) hierop aan te spreken.

Absolute waardes maken het ook mogelijk om studiepunten toe te kennen aan losstaande cursussen of modulen. Dit is van groot belang in een Leven Lang Leren-context. Studenten kunnen een reeks losse cursussen volgen, die later wellicht worden erkend binnen een volwaardig studieprogramma (waaraan een diploma is verbonden).

Studiebelasting Europabreed

Als alle verlangde activiteiten worden meegerekend, vooral ook het voorbereiden van tentamens, blijkt in verreweg de meeste landen een ECTS-studiepunt voor 25 à 26 uren te staan.

In de ECTS Users’ Guide 2009(627.9 kB) geeft bijlage 5 een overzicht van de officiële regeling per Europees land rond het aantal studiepunten per academisch jaar.

De Nederlandse wetgever stelt 60 studiepunten gelijk aan 1680 uren studie. Dat betekent dat een studiepunt overeenkomt met 28 werkuren. De meeste Nederlandse programma’s duren echter geen 42, maar 40 à 41 weken.

Uitzonderingen

Groot-Brittannië en Ierland zijn uitzonderingen. In hun systeem van 120 (CATS-)studiepunten voor een regulier programma staat een studiepunt gelijk aan 10 uren studie.

Beide landen kennen in de masterfase full year programmes, waarbij de student ook in juli-augustus moet studeren en dan doorgaans de afstudeerscriptie schrijft. Zulke programma’s hebben een formele lengte van 180 CATS-studiepunten ofwel 75 ECTS-studiepunten.

Laatste wijziging: 29-06-2012 17:25
Kwam deze informatie van pas?