Tuning Educational Structures in Europe
'Tuning Educational Structures in Europe', afgekort 'Tuning', begon in 2000 als een project van en door universiteiten gesubsidieerd door de Europese Commissie. Het heeft een belangrijke plaats verworven binnen het Europese hogeronderwijsveld.
Inmiddels is Tuning uitgegroeid tot een proces, dat wereldwijd de aandacht heeft getrokken. Inmiddels zijn met steun van de EU Tuningprojecten uitgevoerd in onder andere Rusland, Latijns-Amerika, de Verenigde Staten en Australië.
De Europese Commissie vindt Tuning een belangrijk speerpunt voor het doorvoeren van onderwijshervormingen en het realiseren van een Europese onderwijsruimte. Ook vindt de Commissie het een uitstekend middel om met andere regio’s in de wereld samen te werken.
Tuning heeft een essentiële bijdrage geleverd aan de doorvertaling van het Bolognaproces in onderwijsprogramma’s.
Referentiepunten
Tuning wil gelijksoortige opleidingen internationaal transparant en vergelijkbaar maken. Daarvoor zijn inmiddels al voor ruim 25 vakgebieden zogenoemde referentiepunten gedefinieerd. Die zijn van groot belang voor het vaststellen van de gewenste leeruitkomsten of eindtermen van een specifiek studieprogramma.
Daarnaast zijn ze belangrijk voor het toelaten van studenten tot een vervolgopleiding. De referentiepunten zijn verwerkt in raamwerken voor vakgebieden, die een koppeling vormen tussen Europese en nationale raamwerken.
De referentiepunten sluiten aan op de algemene niveau-indicatoren die op initiatief van het Joint Quality Initiative (JQI) zijn ontwikkeld: de Dublindescriptoren. Tuning en het JQI zijn volledig complementair.
Tuning levert de descriptoren voor de vakgebieden in de sector hoger onderwijs. Dit is van belang voor het beoordelen van de kwaliteit van programma’s, voor de accreditatie daarvan en voor de inpassing van diploma’s in het Europees kwalificatieraamwerk.
Vijf lijnen voor ontwikkeling van studieprogramma's
Binnen Tuning is een methodologie ontwikkeld voor het (her)ontwerpen, ontwikkelen, invoeren en evalueren van studieprogramma’s voor elk van de Bolognacycli (bachelor, master en doctoraat). Daarbij worden vijf lijnen onderscheiden:
- het in beeld brengen van de relevantie van algemene academische vaardigheden of generieke competenties voor hogeronderwijsprogramma’s: het identificeren van de meest relevante generieke competenties voor een bepaald vakgebied;
- het identificeren van de belangrijkste vakgerelateerde competenties (kennis, inzicht en vaardigheden);
- het toepassen van het ECTS als middel voor het opzetten en hervormen van onderwijsprogramma’s;
- het identificeren en zo nodig ontwikkelen van leer-, doceer- en toetsmethoden voor opleidingen, op basis van leeruitkomsten/eindtermen, competenties en ECTS-studiepunten;
- het ontwikkelen van een kwaliteitszorgsysteem om studieprogramma's te verbeteren, op basis van eindtermen, competenties en ECTS-studiepunten.
Meer informatie
Meer informatie over het Tuningproces vindt u op de Tuningwebsite.

