Studielastmodel
Nederland is inmiddels vertrouwd met een systeem dat is gebaseerd op de werklast van studenten. Dit 'studielastmodel' werd hier in de eerste helft van de jaren tachtig ingevoerd. Nederland was daarmee een van de eerste landen die zo'n systeem realiseerden. De Scandinavische landen volgden kort daarna.
Een studielastsysteem gaat uit van wat een gemiddelde student redelijkerwijze kan doen in een (vooraf) bepaalde tijdsperiode. Het gaat daarbij niet alleen om het volgen van colleges, maar ook om de voorbereiding en afwikkeling daarvan en om zelfwerkzaamheid.
Denk aan zelfstandig laboratoriumonderzoek, literatuuronderzoek en andere vormen van zelfstudie, het voorbereiden van mondelinge en schriftelijke tentamens en mondelinge voordrachten, het schrijven van werkstukken (inclusief de bachelor- en masterscriptie), en ook aan beroepsoriënterende stages.
Inmiddels is dit werklastmodel gekoppeld aan het realiseren van leerdoelen, eindtermen of leeruitkomsten. ECTS-studiepunten kunnen alleen worden toegekend als aan de (bij voorkeur vooraf) geformuleerde leeruitkomsten is voldaan. 'Leeruitkomsten' is een vertaling van de Engelse term learning outcomes.
Het 'Nederlandse studiepuntensysteem'
Nederland koos ervoor om in de huidige Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek niet het begrip ECTS op te nemen als omschrijving van het te hanteren studiepuntensysteem. Dat neemt niet weg dat het daar in de praktijk wel op neerkomt.
Het Nederlandse systeem, dat alle hogeronderwijsinstellingen moeten hanteren, is volkomen identiek aan het ECTS zoals omschreven door de Europese Commissie in de
ECTS Users’ Guide(627.9 kB). In de praktijk wordt er – ook door het ministerie van OCW – van ECTS gesproken als het Nederlandse studiepuntensysteem wordt bedoeld.

